Het was de Noorderslag van de `groove'

Ongekende dingen met ritme gebeurden dit weekeinde in Groningen: de droge tikken werden vervangen door sensuele beats.

Iedere editie van Noorderslag, het Groningse festival voor Nederlandse bands, heeft zijn eigen handelsmerk. Het ene jaar zijn het de indrukwekkende zangstemmen die opvallen, de andere keer is het de Nederhop die school maakt. Dit jaar bleek het jaar te zijn van de groove. Want een aantal van de artiesten en groepen die hier optraden, deed ongekende dingen met ritme. Of het nu Olabola was of E-life of C-Mon & Kypski – de beats werden niet langer als droge tikken in je hersenpan geklopt maar waren uitgewerkt tot een sensueel geronk dat onder de menigte leek door te golven. Het onderscheid was ook voor het publiek niet te missen: het was het verschil tussen dansen en stilstaan.

In dat kader had ook de prijswinnaar van de Popprijs kunnen passen. Die prijs, 10.000 euro en een beeldje, wordt ieder jaar uitgereikt door de BV Pop aan de groep of artiest die dat jaar de grootste bijdrage leverde aan de Nederlandse popmuziek. Winnaar was dit keer dj Tiësto, die al vorig jaar in een Engels blad werd uitgeroepen tot `beste internationale dj'. Het uitverkiezen van een internationaal vermaarde dj heeft als consequentie dat hij niet beschikbaar is voor de ceremonie. Tiësto moest draaien in Tel Aviv, zoals hij de zaal vanaf een videoscherm liet weten. Hij zorgde daarmee voor de armzaligste prijsuitreiking ooit.

Nu werd de show gestolen door het `nieuwe' Olabola. Maar hoe nieuw die naam ook klinkt, Olabola wordt aangevoerd door oude bekenden: Robadope Ro en andere leden van de vroegere Haarlemse funk-groep Gotcha! Weggestopt in de kelder van de Oosterpoort, met zes man op een klein puntje podium, gaven de muzikanten een extra magie aan het gebruik van samples en computers. Die magie ontstond vooral door de combinatie van een gedoseerd gebruik van maffe computer-effecten met een lustig deinende ritmesectie die bestond uit drum, percussie en een percussief bespeelde trombone. Ro barstte nu en dan los in schijnbaar geïmproviseerde raps en kreten, die spontaan en bezeten klonken. Voeg daarbij de aanwezigheid van een ronkend orgel en het is duidelijk dat hier iets volstrekt ongerijmds ontstond. Olabola had de kracht van het onverwachte.

Ook in de Nederhop bleken nog verrassingen mogelijk. Bijvoorbeeld dankzij de twee pre-pubers van De Moordgasten: Luuk (12) en Martijn (14), die in de geest van Osdorp Posse rapten over kale beats. Muzikaal was hun hiphop nog niet zo interessant, maar de teksten waren veelbelovend en werden met vuur gebracht. Van een nummer als Kutdag leken de twee geen genoeg te kunnen krijgen: ` 't Was een kutdag/ een ongelofelijke kutdag/ een dag waarin ik geen nut zag'. En dat meerdere malen herhaald. Daarbij vergeleken waren de nummers van de rap-groep VSOP, uit Spijkenisse, te vormeloos uitgevoerd, en leunde de groep rond rapper Rizky Rough wel erg op een zonnige Cariben-sound.

Gelukkig waren er ook nog de grimmige verrichtingen van Raymzter. Raymzter had iets waar te maken: op zijn naam staat immers de single die de meeste publiciteit in ons land ooit heeft opgeleverd: Kut Marokkanen??! Bijna chagrijnig van de adrenaline beet de Almeerse rapper de zaal zijn hersenspinsels toe. Die varieerden van zijn bezwaren tegen muziek downloaden van internet, tot zijn bezwaren tegen het leven in Almere Stad. Raymzter heeft de woede en de `flow': als hij rijmt, dan rijmt het niet zomaar maar krijgen zijn woorden een superieure cadans.

Om een uur of twee 's nachts in de Kleine Zaal, liet rapper E-life (Elvis de Oliveira) horen dat hij de ware King is van de Nederlandse hiphop. Al maakt hij dan geen Nederhop, want E-life rapt het in het Engels. Dat maakte overigens niet uit, want de teksten waren toch niet te onderscheiden in de krachtuitspattingen van zijn band. Maar ondanks het voor hiphop ongewone accent op drums, bas en gitaar waren de grommende raps van E-life en zijn side-kick als bakens in de storm. De opbouw van de nummers, de kadans, de interactie tussen de twee rappers, de accenten; E-life en band waren imposant.

Op deze editie van Noorderslag moesten rockgroepen het afleggen tegen genres als hiphop en dance. Veel van de gitaarbands boden variaties op een bekend thema. Zo speelde Silkstone uit Haarlem mooi gesmeerd lopende instrumentaties die aan Crowded House doen denken, en bracht Surfersound een zachtmoedig soort rock met vervlochten zang. Voor ieder genre is een publiek, dat bleek wel op deze avond. Zo voldeed de carnavaleske groep Smogus in een behoefte met hun opgepompte crossover-rock en mocht het curieuze Cold Popculture de jaren tachtig laten herleven met Bauhaus-achtige doemrock. Voor The Riplets lijken de jaren zeventig nog altijd niet voorbij want zij maken opgewekte Ramones-punk.

Dat doen de vier vrouwen overigens wel in glitterjurken met zebrastrepen, wat het genre weer een nieuw cachet geeft. Anouk en het op het laatst ingelaste Krezip gaven, beide in de Grote Zaal, goed klinkende maar niet erg vurige optredens. Op de massieve rock van Anouk werd door de zaal nauwelijks gereageerd. Wellicht is er zo langzamerhand behoefte aan weer een nieuw Nederlands idool.

Dat zou dan misschien Erik de Jong kunnen zijn. Onder de naam Spinvis maakte De Jong vorig jaar een bliksemcarriere met zijn in het voorjaar verschenen debuut-cd. Hij trad daarna op in verschillende vormen: alleen, begeleid door een groot orkest van `oude' mannen, en nu met een reguliere band, behalve dat het accent niet ligt op gitaar maar op de xylofoon. De instrumentaties van de Spinvis-liedjes zijn thuis in elkaar geplakt met behulp van allerlei `gevonden' geluiden.

Live had hij een mooi laidback-geluid dankzij de ingehouden drums en luie twaing van de gitaar. Het enige nadeel was dat zijn zang te zacht stond. Maar met zijn zachtmoedige blik en zwarte krullen heeft Spinvis alles in zich om uit te groeien tot de Julien Clerc van de Nederlandse underground.