Geduld en grondigheid

Terwijl de troepenopbouw voor een mogelijke oorlog in het Golfgebied doorgaat – als het zover komt de tweede in twaalf jaar – groeit de weerstand tegen een aanval op Irak. De Amerikanen houden maximaal druk op de ketel. Afgelopen weekeinde maakte minister van Defensie Rumsfeld bekend dat 27.000 man richting Golf gaan. Vrijdag al kregen 35.000 Amerikaanse militairen een zelfde mobilisatiebestemming uitgereikt. De VS willen tegen midden februari 150.000 manschappen plus de benodigde hardware in de regio te hebben. Het onder druk houden van Saddam Hussein kan in de visie van Washington alleen succesvol zijn als er feiten worden geschapen. De oorlogsvoorbereiding gaat nu zo snel en gebeurt zo grootschalig dat Amerika's bondgenoten wel wat kunnen sputteren, maar het proces niet kunnen stoppen. Of dat iedereen duidelijk is, is zeer de vraag. De dynamiek van de gebeurtenissen de komende dagen en weken is zeer aanzienlijk. Uiterste oplettendheid is dan ook geboden.

De troepenopbouw laat onverlet dat een militaire actie niet te verdedigen is als er geen duidelijke bewijzen komen over massavernietigingswapens in Irak. In die zin heeft de buitenland-coördinator van de Europese Unie, Solana, gelijk. Tot nu toe ontbreken de bewijzen, maar de informatie die Bagdad over zijn wapenprogramma's heeft verschaft, kan slechts met een korrel zout worden genomen. De gegevens kunnen haast niet volledig zijn, gelet op de wapens en materialen waarover Irak in het verleden heeft beschikt. Het zal tijd vergen om de wapeninspecteurs hun werk naar behoren te laten doen. Over precies twee weken moet chef-wapeninspecteur Blix zijn rapportage over Irak bij de Verenigde Naties indienen. Een heldere tijdslimiet, maar duidelijk is ook dat de inspecteurs nog volop in een proces zitten, dat eigenlijk niet door een sluitingsdatum op zo'n korte termijn mag worden verstoord.

De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Powell, en de Britse premier Blair hebben beiden aangegeven dat 27 januari niet moet worden gezien als de limiet voor een besluit of het wel of geen oorlog wordt. Andere landen hebben gevraagd om meer tijd voor de wapeninspectie. Of die er komt, hangt af van de VN – en de opstelling van de Amerikanen en de Britten. Wat telt, is dat de zorgvuldigheid van onderzoek boven alles gaat. Blix en de zijnen moeten nog honderden locaties in Irak afwerken. Als het een afraffelen onder tijdsdruk wordt, zal dat hun geloofwaardigheid ernstig aantasten. Onderzoek en oordeelsvorming over een zaak die leven en dood betreft, kan en mag niet op een holletje gebeuren.

Geduld en grondigheid – voor het moeizame proces van de wapeninspecties zijn dat de sleutelwoorden. Ze laten zich ogenschijnlijk moeilijk rijmen met de oorlogsvoorbereidingen van Washington, die nu eenmaal per definitie gepaard gaan met ongedurig wapengekletter. Als drukmiddel is de troepenopbouw begrijpelijk; van een onverplichtend karakter is het niet. Voor de haviken in de ploeg van Bush is de oorlog allang begonnen. De belangrijkste voorstander van een gematigde, multilaterale aanpak in de Amerikaanse regering, Powell, speelt op tijd. `Hardliners' als Rumsfeld en vice-president Cheney beginnen hun geduld te verliezen. Het komt de komende twee weken aan op harde bewijzen voor massavernietingswapens. Als die er niet zijn, zullen de VS geen steun van de VN voor een militaire actie krijgen. Zelfs voor de Britten wordt het dan moeilijk. De kwestie wat Washington in dat geval zal doen, kan uitlopen op een titanengevecht onder de belangrijkste adviseurs van de president.

Het is prudentie versus de ongehoorde dynamiek van een oorlog in aanloopfase. Irak noch de rest van de wereld kan gerust zijn op een kalme afloop.