Drollen

De boodschap rukt op in het publiek domein: reclame- makers, kunstenaars en voorlichters proberen de aandacht van de burger te vangen. Bijvoorbeeld met drie gele palen op een Rotterdams haventerrein.

Al jaren zijn ze me doornen in het oog, de drie gele palen met blauwe wimpels in de Rotterdamse Europoort. De eerste staat bij afrit 18 van de A15, precies op het punt waar de haven aan kracht begint te winnen: je hebt net de kranen van de Waalhaven achter je gelaten en je oog wordt al naar de kraakinstallaties, schoorstenen en gifpijpen van Pernis getrokken. Links liggen distributieloodsen, reusachtige stalen dozen met gates waar vrachtwagens achteruit tegenaan rijden om hun vrachtje te laden of te lossen. Zo'n loods met aangekoppelde vrachtwagens doet me altijd denken aan een zeug met een rijtje biggen aan haar tepels.

`Form follows function', luidt het adagium van het modernisme. Dit architectonische uitgangspunt is allang uitgehold tot een stijlmiddel, maar in de Europoort is het nog springlevend: loodsen, kranen, olietanks en containers zijn staal- en betongeworden functies. Behalve dan die rare gele paal met daarop drie halve cirkels die zachtjes om hun as draaien. Typisch een landmark van een kunstenmaker zonder oog voor de pracht van de omgeving, een gevolg van de 1 procent-regeling, kunst omdat het moet. Bij afrit 15, net na de Botlektunnel, staat de tweede en op de Maasvlakte prijkt nummer drie. De wimpels van halve cirkels zijn steeds iets anders, aan de potsierlijkheid doet dat niets af. Blauwe drollen op gele stokjes.

,,De masten vormen als het ware een visuele onderstreping van het succesvolle logistieke concept van de distriparken'', laat persvoorlichter Sjaak Poppe van het Rotterdamse Havenbedrijf weten. Daar was ik al bang voor. ,,Ze zijn ontworpen door Peter Struycken'', vervolgt hij. Dat heb ik weer: denk ik een middelmatig kunstenaar door de mangel te moeten halen, tref ik de ontwerper van prachtstukken als de Beatrixzegel die is opgebouwd uit computerpuntjes, het blauwwit golvende plein onder de Rijnbrug bij Arnhem, de lichtsculptuur onder het Nederlands Architectuurinstituut. Om maar wat te noemen. Maar mooier worden de palen er niet van.

Iedereen slaat de plank wel eens mis, zeker als je zo veel en snel werkt als Struycken, die niet meer dan een half uur nodig zegt te hebben om te weten wat hij wil als hij een opdracht krijgt. Misschien zouden de 47 meter hoge palen op een modaal bedrijventerrein in de provincie niet eens misstaan, maar in dit industriële landschap ontbreekt het ze aan schaal, maat en vorm. De omgeving is eenvoudig te sterk, ook letterlijk, want bij windkracht acht moeten de elektromotoren die de wimpels aandrijven worden uitgezet. Vlak voor hij aan dit werk begon, schreef Struycken zelf dat kunst door een te sterke architectonische omgeving gereduceerd wordt tot ,,plakplaatjes op architectuur''.

Geen nood, fouten zijn om te herstellen en voor de gele palen valt vast een nuttige nieuwe bestemming te vinden. Tenslotte deden ze hiervoor dienst als lichtmasten op de Van Brienenoordbrug. Maar wie gaat het Struycken vertellen, want hij heeft een reputatie hoog te houden als het gaat om de bescherming van zijn kunstwerken. Met het auteursrecht in de hand dwong hij de PTT en de NOS op de knieën bij een conflict over de Beatrixzegel. Ook toen het Architectuurinstituut het waagde om met een tijdelijke tentoonstelling zijn lichtsculptuur te verstoren, stapte hij met succes naar de rechter.

Om te voorkomen dat kunstwerken tot in lengte van dagen moeten blijven staan, is het in Rotterdam sinds eind jaren tachtig gebruikelijk om contractueel vast te leggen dat de opdrachtgever het werk slechts tien jaar in stand hoeft te houden. Daarna mag het weg. Maar na een wekenlange speurtocht in de archieven kan Havenbedrijf noch Centrum Beeldende Kunst Rotterdam zo'n contract boven water halen, terwijl de palen toch dateren uit de jaren negentig. Deze plakplaatjes zijn onverwijderbaar.