De valangst van een durfal

Hij kent mij niet. Anders zou Sven Hannawald weten hoezeer hij als durfal mij fascineert wanneer hij boven aan de skischans klaarstaat om te gaan vliegen. Hoezeer ik hem bewonder wanneer hij daar staat en met een hartslag van tegen de tweehonderd probeert zijn angst te verdringen en om te zetten in de onvermurwbare wil zo lang mogelijk te zweven en neer te dalen tussen duizenden mensen die hem in hun armen willen opvangen.

Hoezeer ik hem de kunst van het vliegen benijd, weet hij nog niet. Maar binnenkort zal ik hem benaderen voor een uitwisseling van woorden en wensen. Ik zal vragen waarom hij is gaan skispringen, maar vooral wat er door hem heen gaat wanneer hij boven aan de skischans staat, op zijn ski's naar beneden glijdt en vooral wat hij hoort en voelt wanneer hij tussen hemel en aarde zweeft, ver boven de mensenmassa aan de voet van de schans. Voelt hij slechts wind of ook stilte en het zalige alleen zijn? Hoort hij de mensen beneden hem of hoort hij niks en is hij slechts bezig met zijn landing?

Jaren geleden heb ik aan zijn illustere voorganger, de Fin Matti Nykänen, hetzelfde gevraagd. Hij kende mij niet en keek me daarom aan met een blik van: weet je dat niet? Nee, ik was geen skispringer. Nykänen deed zijn best om te zwijgen, als om aan te tonen dat hij geen zin had in een verklaring aan leken. Totdat hij zei: ,,Het is sinds mijn jeugd een obsessie geworden. Ik wilde zo lang mogelijk zweven, maar telkens landde ik eerder dan ik wilde. Het is om gek van te worden: landen is het einde van een droom.''

Nykänen geldt als de meest succesvolle skispringer aller tijden. Hij sprong ver en won vele medailles en titels. Als hij niet vloog, zocht hij zijn toevlucht in alcohol. Hannawald, een 28-jarige Duitser, lijkt aardser, minder dromerig, hij springt dankzij betere ski's, een nieuwe techniek en betere trainingsmethoden verder dan Nykänen. Hannawald groeide op in de DDR, als Sven Pöhler, omdat zijn nog ongetrouwde moeder zo heette. Hij had een held, Jens Weissflog, net zo'n succesvolle springer als Nykänen. Zoals Weissflog wilde Sven worden.

Sven sprong al jong van schansjes net buiten het dorp, met zijn zusje. En wie goed was in sport in de DDR, ging naar een Kinder- und Jugendsportschule. Na Die Wende, eind jaren tachtig, waagde het gezin met de vijftienjarige Sven de sprong naar het Westen. Het sportinternaat verloor docenten en trainers, waardoor er voor Sven en veel DDR-sportjeugd geen toekomst meer leek. In West-Duitsland bleek dat de zelfdiscipline die Sven in de DDR-sport opdeed gelukkig een garantie was voor een loopbaan als skispringer.

Hannawald won vorig jaar als eerste springer alle wedstrijden van de prestigieuze Vierschansentournee. Het was het begin van een nieuwe wending. Alleen al zijn overwinning in de Tournee leverde hem 300.000 euro op. Hij werd gevierd in de Duitse media, zoals nog nooit een Duitse voetballer was gevierd. Meisjes riepen de naam van de vrijgezel, sponsors gebruikten zijn roem, de commerciële zender RTL wilde meer skispringen uitzenden en zorgde dat de regels werden veranderd zodat nog meer skispringen uitgezonden kon worden.

Sven genoot, want wat hij als jongen aan liefde had gemist, kreeg hij nu in een volle laag. Maar de spanning werd groter. Boven aan elke schans werd het nog spannender dan voorheen. Hij stond daar niet meer met het verlangen om ver te springen, om te zweven en in gelukzaligheid te landen in de armen van een mensenmassa. Wanneer hij aanzette tot een vlucht, wilde hij zo lang mogelijk genieten van een oude droom, maar vooral niet vallen, gewoon veilig landen.

Wie in gedachten bezig is met de landing, heeft angst. Dat weet Sven nu. Fear of flying. Wie niet meer durft, is onzeker. Die wordt oud.

    • Guus van Holland