De frustraties van een kogelslingeraar

Kogelslingeren is voor iedereen. Niet brute kracht, maar techniek is bepalend voor een geslaagde worp. De tragiek van kogelslingeraars is dat hun sport als gevaarlijk wordt bestempeld. ,,Alsof dat niet geldt voor speerwerpen.''

Het is een gemêleerd gezelschap dat zich zaterdagmiddag op het middenterrein van de atletiekbaan van AV'34 in Apeldoorn heeft verzameld. Op het oog zou je niet zeggen dat het deelnemers aan een wedstrijd kogelslingeren betreft; de associatie met padvinders en hun akela's ligt meer voor de hand.

Het blijkt bovendien een vooroordeel dat je groot, stevig en sterk moet zijn om een kogel variërend in gewicht van 5 tot 7,257 kilogram weg te kunnen slingeren. De doorsnee lichaamsbouw is rank en slank. En wat verder opvalt: er zijn veel vrouwen onder de deelnemers.

Vrijwel alle kogelslingeraars in Nederland waren naar het Apeldoornse Orderbos gekomen op uitnodiging van Frank van den Dool, die al voor de vierde keer `zijn' Midwinterwedstrijd hield. De meervoudige Nederlands kampioen een 35-jarige, innemende rijzige man met een bulderende stem en een mini-hanenkam op zijn hoofd ontleende het idee aan Rusland, waar competities op besneeuwde velden traditioneel zijn. Aangezien kogelslingeraars uit risico-overwegingen bij indoortoernooien worden geweerd, zag Van den Dool wel wat in een onderbreking van de monotone trainingsarbeid in de winterperiode.

Non-conformistisch als hij is bedacht de Veluwenaar een speciale formule voor de wedstrijd. Niet de afstand was bepalend, maar ook de techniek. Daarvoor had hij een jury van deskundigen gecharterd, die houding en afworp beoordeelden. In combinatie met indicatoren als afstand en leeftijdscategorie leidde dat tot integrale scores. Zo kon het gebeuren dat niet een nationaal seniorenkampioen, maar junior Dennis van der Schilt uit Groningen met de wisselbeker aan de haal ging.

Een scherp waarnemer was zaterdag Manfred Sahner, de bondscoach van Duitse komaf, die wel een verklaring heeft voor het relatief geringe aantal beoefenaars. ,,Samen met polsstokhoogspringen behoort kogelslingeren tot de moeilijkste discipline in de atletiek'', zegt hij. ,,Het is technisch complex en er wordt veel van je coördinatievermogen verlangd. Het lijkt zo makkelijk, maar iedere beginneling is al blij met een afstand van tien meter. Nee, je hoeft tegenwoordig niet meer groot en sterk te zijn. Vroeger meende men van wel, maar nu heeft techniek de overhand.''

Dat blijkt wel in het geval van B-junior Vincent Onos uit Hoorn. Deze iele adolescent van zestien jaar wierp zaterdag de kogel over 60,61 meter, waarmee hij zijn persoonlijk record met ruim vier meter verbeterde en in zijn leeftijdscategorie op de ranglijst aller tijden nu de derde plaats inneemt. Niet slecht voor een jongen die ook Nederlands kampioen snelwandelen is. ,,Maar kogelslingeren heeft prioriteit, omdat ik verwacht daarmee succesrijker te kunnen zijn'', vertelt Onos, die voor twee van zijn wekelijkse trainingen met de bondscoach door zijn vader naar Leiden en Arnhem moet worden gereden. Bij zijn club SAV in Grootebroek kan hij slechts één uur per week terecht.

Sahner koestert het Noord-Hollandse talent, in wie hij voor de toekomst een kogelslingeraar van internationale allure ziet. Mogelijk kan Onos afrekenen met de `net-niet-generatie' in Nederland en is hij wel in staat het niveau van de subtop te ontstijgen. De huidige nationale toppers als Van den Dool en regerend Nederlands kampioen Ronald Gram zijn jongens die rond de 70 meter gooien, waar internationaal worpen van 75 meter zijn vereist. ,Maar ik blijf in de haalbaarheid ervan geloven'', zegt Van den Dool. ,,Ooit heb ik buiten de lijnen over de 72 meter gegooid; dan moet het ook binnen de lijnen kunnen.''

De schoonheid van de sport ten spijt, is de tragiek van kogelslingeren dat het zich grotendeels in de anonimiteit afspeelt. Het is de enige discipline die bij atletiekwedstrijden buiten het hoofdprogramma valt. De reden: te risicovol. Er zou maar eens een atleet bij een loopnummer door een verdwaalde kogel worden getroffen.

Dat steekt de kogelslingeraars, die vinden dat zij met een goede organisatie en bekwame wedstrijdcommissarissen best volwaardig in het hoofdprogramma kunnen meedraaien. ,,Alsof speerwerpen niet gevaarlijk is'', meesmuilt Van den Dool. ,,De juryleden vormen vaak het grootste gevaar, omdat zij niet goed weten waar ze moeten lopen'', schampert bondscoach Sahner.

Ondanks alles hebben de kogelslingeraars zich verzoend met hun positie. Tegenover de sfeer van afgunst en naijver in veel andere atletiekdisciplines, kenmerken de kogelslingeraars zich door kameraadschap en collegialiteit. En die waarden wegen zwaar, omdat het een klein wereldje is waarin men elkaar vele jaren tegenkomt. Dat brengt de aard van de sport ook met zich mee, want volgens bondscoach Sahner vergt het zeker tien jaar om een volleerd kogelslingeraar te worden.

    • Henk Stouwdam