Bush wint bij afzien van oorlog

Deze week heeft Hans Blix – het hoofd van de VN-wapeninspecteurs – bij de Veiligheidsraad een tussentijdse rapportage ingediend over de Iraakse naleving van de resoluties die het land verplichten om zijn massavernietigingswapens te ontmantelen. Zijn definitieve oordeel wordt voorzien op 27 januari. Naarmate die datum naderbij komt, gaat de Amerikaanse troepenopbouw rond Irak in hoog tempo door, terwijl ook Groot-Brittannië zijn leger mobiliseert. Is een oorlog inderdaad onvermijdelijk als Blix laat weten dat Irak niet aan zijn verplichtingen heeft voldaan?

Verre van dat. Het is essentieel dat de verbreiding van massavernietigingswapens wordt afgeremd. Stel nu dat het mogelijk zou zijn om een vermeende overtreder te onderwerpen aan een ingrijpend en doorlopend stelsel van internationale inspecties dat veel verder gaat dan de bepalingen van enig internationaal verdrag. Dan zou de wereld ongetwijfeld veiliger zijn, en de mogendheid die zulke inspecties had helpen opleggen, zou worden geroemd om haar vooruitziende staatsmanschap.

Zo'n stelsel van inspecties bestaat. Het land dat ze op het ogenblik ondergaat is Irak en de mogendheid die ze heeft helpen opleggen is de Verenigde Staten. Als het hierbij zou blijven, zou er alle reden zijn om het staatsmanschap van president te prijzen.

Zonder zijn vastberadenheid, gesteund door geloofwaardig vertoon van militaire kracht en bekwame diplomatie, zouden de Iraakse militaire programma's nu niet worden onderworpen aan een onderzoek dat minutieuzer is dan enige andere aspirant-kernmacht ter wereld ten deel is gevallen.

Dit uitzonderlijke wapenfeit was alleen te bereiken dankzij een geloofwaardige oorlogsdreiging. Maar juist omdat het zo uitzonderlijk is, valt moeilijk in te zien wat voor zin het heeft die dreigingen uit te voeren door een oorlog te ontketenen.

Als in de loop van de inspecties zou blijken dat Irak heeft gelogen en bedrogen, zou dit bevestigen dat de inspecties doeltreffend waren. Het zou niet zozeer een rechtvaardiging voor militaire represailles vormen. De ,,ernstige gevolgen'' waarvoor de VN-Veiligheidsraad heeft gewaarschuwd als Irak niet aan zijn verplichtingen voldoet, zouden het beste kunnen bestaan uit een nog grotere inspanning om clandestiene wapens te vernietigen door middel van onafgebroken inspecties van Iraks offensieve militaire middelen: inspecteurs, geen binnenvallende troepen.

Natuurlijk vergt het grote vaardigheid om het midden te houden tussen doeltreffende afschrikking en roekeloos ingrijpen. Om een vijandig land tot gehoorzaamheid te dwingen moet de dreiging van militair optreden als reëel worden gezien – moet het helder en duidelijk zijn dat de mogendheid die wil afschrikken, niet zal schromen de dreigementen waar te maken. Het pleit voor de Amerikaanse president dat hij die middenweg tot nu toe nog heeft weten te bewandelen.

Maar veel van zijn naaste adviseurs lijken eropuit hem tot een oorlog te bewegen, en de officiële Amerikaanse uitspraken zijn inmiddels zo doortrokken van oorlogszuchtige retoriek dat het als een gebrek aan presidentieel leiderschap zou kunnen worden uitgelegd als Irak níet wordt aangevallen.

Als grote mogenheden ten strijde trekken, is dat meestal omdat hun leiders bang zijn dat anders hun geloofwaardigheid wordt aangetast. De ijzervreters in Washington willen de president met het geloofwaardigheidsargument onder druk zetten. Maar zelfs de vurigste pleitbezorgers van militair optreden tegen Irak moeten toegeven dat dergelijke stappen aanzienlijke risico's inhouden, en ik ken geen enkele Midden-Oosten-deskundige die het lekenoordeel deelt dat een machtswisseling in Bagdad in het hele Midden-Oosten zal leiden tot een periode van vrede en stabiliteit.

Daarom moet iedereen die wil voorkomen dat we afglijden in een onnodige en riskante oorlog zijn eigen geloofwaardigheidsargument naar voren brengen. De Amerikaanse president en het Amerikaanse publiek moet worden voorgehouden dat Amerika iets heeft bereikt waarop het trots mag zijn, en dat een oorlog tegen Irak bovendien een enorme voordeel weg zou nemen: dat nu is aangetoond dat internationale inspecties een doeltreffend middel zijn om de gevaren van de verspreiding van kernwapens te verminderen.

De Amerikaanse president zou publiekelijk moeten worden geprezen omdat hij de wereld het doeltreffendste middel tegen de verspreiding van massavernietigingswapens heeft verschaft, en intussen ook nog de Iraakse invloed in het Midden-Oosten heeft beteugeld en het bewind van Saddam heeft verzwakt. Beklemtoond moet worden dat de internationale geloofwaardigheid van Bush er niet onder lijdt als hij een oorlog vermijdt, maar er juist op vooruitgaat als hij de heimelijke militaire inspanningen van Irak nog verder weet te bedwingen.

Met name Tony Blair van Engeland, kan de boodschap overbrengen die eens werd samengevat door Winston Churchill: ,,Talking jaw to jaw is better than going to war.'' Inspectie is beter dan invasie.

Christoph Bertram is verbonden aan de Stiftung Wissenschaft und Politik in Berlijn.© Project Syndicate