Was ik maar weer twintig

Mensen vinden de tijd rondom hun twintigste levensjaar het meest glansrijk. Dat wil niet zeggen dat dat ook altijd zo is, las Ellen de Bruin in een Deens onderzoek.

Wanneer hebben de belangrijkste, meest ingrijpende gebeurtenissen in ons leven plaats? Zo rond je twintigste, zouden de meeste mensen waarschijnlijk intuïtief zeggen. Dan krijgen veel mensen hun eerste serieuze relaties, gaan op zichzelf wonen, en studeren of werken. En uit onderzoek blijkt inderdaad dat als je mensen vraagt hoe oud ze waren op het moment dat er iets heel ingrijpends in hun leven plaatshad, dat je een piek vindt rond het twintigste levensjaar.

Dat schrijft een onderzoeksgroep onder leiding van een Deense psycholoog deze maand in Psychology and Aging. De piek rond de twintig trad alleen op als je mensen vraagt naar leuke en belangrijke gebeurtenissen in hun leven, en niet als je naar verdrietige en traumatische ervaringen informeert. De psychologen ondervroegen ruim twaalfhonderd mensen, een representatieve afspiegeling van de Deense bevolking.

Maar wie boven de dertig is, hoeft zich nu niet meteen te gaan afvragen wat het leven verder nog voor zin heeft. Volgens de onderzoekers zeggen de resultaten vooral veel over de manier waarop mensen hun eigen levensloop onthouden. Uit ander onderzoek was bijvoorbeeld al gebleken dat, in tegenstelling tot wat de meeste mensen denken, ouderen zich minder vaak en minder hevig slecht voelen dan jongvolwassenen. Verder: als je gaat kijken wanneer mensen daadwerkelijk de traumatische gebeurtenissen in hun leven meemaken, dan blijken ze vooral tussen hun dertigste en veertigste slachtoffer te worden van een ongeval, te worden beroofd, verkracht, of in elkaar geslagen, ernstig ziek te worden of van iemand te houden die ziek wordt of doodgaat. Maar die piek was in dit onderzoek niet terug te vinden. Ook, schrijven de onderzoekers, zou het erg onwaarschijnlijk zijn als mensen echt veertig procent van alle leuke en belangrijke gebeurtenissen in hun leven tussen hun twintigste en dertigste meemaken, zoals de antwoorden van hun proefpersonen suggereren.

Wat er in feite aan de hand is, denken de psychologen, is dat mensen die leuke gebeurtenissen van rond hun twintigste en vlak erna het best onthouden – onder meer omdat het dan vaak gaat om grote veranderingen waarna een stabiele periode aanbreekt, waarin mensen nog vaak rustig aan die gebeurtenissen kunnen terugdenken. Zo krijgen ze een stevige plek in het geheugen. Na vervelende ervaringen breekt juist vaak een meer chaotische tijd aan, en over negatieve ervaringen zouden mensen ook minder graag nadenken en praten.

En wat ook nog een rol kan spelen: als mensen het idee hebben dat alles wat leuk en belangrijk is zich rond je twintigste afspeelt, vergroot ook dat de kans dat je je de zaken op die manier herinnert.