VN-kolonialisme

Volgens Hugo de Groot wordt een oorlog gevoerd met het oog op vrede. Een oorlog die niet de vrede vooropstelt, valt in geen enkel opzicht te rechtvaardigen. Vrede moet dus in concreto te realiseren zijn. Indien oorlog als een natuurtoestand wordt beschouwd, dan is de vrede een politieke toestand. Wil men een rechtvaardige oorlog voeren moet men een politiek realiseerbare toestand als doel hebben. Oorlogen worden derhalve niet op grond van ethische uitgangspunten gevoerd. Morele argumenten kunnen een oorlog niet rechtvaardigen.

De mogelijke oorlog tegen Irak confronteert politici, wetenschappers en opiniemakers met een nieuw fenomeen: een preventieve oorlog, met als inzet een regimewisseling. De critici, onder wie Henry Kissinger, vinden dat een militaire interventie met als doel een machtswisseling, het internationale systeem zal aantasten. Het verdrag van Westfalen (1648), dat het einde symboliseerde van de Dertigjarige oorlog, vormt in deze visie de hoeksteen van het systeem: non-interventie in interne aangelegenheden. Deze doctrine is irreëel en druist in tegen de historische ervaringen van de afgelopen 355 jaar: napoleontische en anti-napoleontische oorlogen, de Tweede Wereldoorlog en regimewisselingen via staatsgrepen in de twintigste eeuw. Met het veranderen van de wereldpolitiek verandert de betekenis en het bereik van een vredesverdrag.

In 1992 stootten de geallieerde troepen niet door naar Bagdad omdat ze niet over een referentiekader beschikten waarin plaats was voor een regimewisseling via oorlog. De Balkanoorlog en Afghanistan hebben wel tot een nieuw referentiekader geleid: een VN-bestuur. Het nieuwe internationale systeem bedrijft kolonialisme onder de vlag van de VN, al dan niet via een veiligheidsraadresolutie. We hoeven ons hiervoor niet te generen. Dit nieuwe kolonialisme heeft een tijdelijk karakter en beoogt de democratie en mensenrechten te herstellen. Niet het verjagen van Saddam, maar het bewerkstelligen van een VN-koloniaal bestuur in Irak is de politieke en militaire vraag bij uitstek.

H.J.A. Hofland ziet na een mogelijke oorlog tegen Irak twee scenario's: 1. Saddam wordt `afgeruimd', het Iraakse volk komt in opstand en president Bush is de onbetwiste held; 2. de Irakezen verzetten zich tegen de Amerikanen, oliebronnen worden in brand gestoken en in het Midden-Oosten ontstaat een apocalytische toestand. Deze analyse is juist. Maar er is nog een derde mogelijkheid: een politieke transitie door oorlogsdreiging, maar zonder oorlog. De VS en Engeland hebben al bijna groen licht gekregen van Arabisch islamitische landen in het Midden-Oosten om Saddam af te zetten. Iedereen heeft er belang bij. Het regime van Saddam is louter gebaseerd op gewelddadige onderdrukking van de eigen bevolking en een, wellicht niet zichtbare maar wel aanwezige, ongewone militaire expansiedrift. De oorlog met Iran was een grote fout, een fout die Saddam later door de annexatie van Koeweit trachtte recht te zetten. Hij wil heer en meester zijn van alle kleine golfstaten, inclusief Saoedi-Arabië. Daarom wensen deze staten de permanente aanwezigheid van Amerikanen. Syrië en Egypte hopen door medewerking aan een oorlog tegen Saddam rijkelijk beloond te worden. Saddam is eigenlijk een eenzame tiran wiens nadagen zijn geteld, aldus Primakov, de oud-premier van Rusland en voormalig persoonlijk gezant van Gorbatsjov in Irak. Hij heeft eind december in een interview met het Arabische tijdschrift Al-Mahrar Al-Arabië gezegd dat binnen de Arabische wereld geen steun voor Saddam bestaat. Rusland moet ervoor zorgen dat Saddam aftreedt en tegelijkertijd aan Saddam asiel verlenen, aldus Primakov. Deze visie is gestoeld op een een geopolitieke werkelijkheid die in het westen onvoldoende aandacht krijgt. Te vaak wordt nog vergeten dat Rusland is omsingeld door islamitische volkeren en derhalve zijn eigen positie moet veiligstellen.

Door de huidige oorlogsdreiging zal Irak vroeg of laat in een politieke overgangsperiode terechtkomen. Een vreedzame politieke transitie zonder een nationaal leger is bijna ondenkbaar. In Zuid-Afrika bijvoorbeeld, werd het apartheidsleger beschouwd als een belangrijke voorwaarde voor de transitie. Een oorlog met Irak zal waarschijnlijk resulteren in het uiteenvallen van het Iraakse leger met alle gruwelijke gevolgen vandien. Denk aan Libanon. De gevolgen van zo'n burgeroorlog zullen zich niet beperken tot het Midden-Oosten: wereldwijde toename van terreur via de politieke islam en een economische stagnatie. The New York Times sprak onlangs al van een Amerikaans militair tribunaal waarvoor de Iraakse officieren terecht zullen staan. Dit is een regelrechte uitnodiging aan deze officieren om zich tijdens de oorlog te ontpoppen als krijgsheren met als gevolg een reeks oorlogen en oorlogjes.

Zo bezien is de opvatting van Primakov over een beheersbare aftocht van Saddams dynastie een mogelijke oplossing. Het Irak van Saddam zal het westen telkens voor een duivels dilemma plaatsen: niet handelen leidt uiteindelijk tot een catastrofe, wel handelen brengt veel onbeheersbare risico's met zich mee. Een simplistisch ja of nee tegen een militaire actie in Irak getuigt van een gebrek aan inzicht in het Iraakse regime.

Intussen is Europa ten aanzien van de kwestie-Irak opvallend afwezig. De stille diplomatie vanuit Europea heeft niet geholpen. Saddam wil niet zo maar weg. Daarom hoopt Primakov op de diplomatieke interventie van president Poetin. Om deze interventie te bevorderen dient de Europese diplomatie de nodige stappen te zetten, indien de EU een vreedzame politieke transitie in Irak wenst bewerkstelligen. Over de positie van Nederland in de internationale politiek moeten we fatsoenshalve maar zwijgen. Momenteel zijn we eerder geïnteresseerd in de door Hamas in scène gezette tranen van een Hollandse bankiersvrouw dan de internationale vraagstukken betreffende vrede en veiligheid.

Gerectificeerd

Bagdad

In de column VN-kolonialisme (11 januari, pagina 9) staat dat de geallieerde troepen in 1992 niet doorstootten naar Bagdad. Bedoeld is het jaar 1991.

    • Afshin Ellian