Verdwenen hersencellen

Het grootste bezwaar tegen het onderzoek waarin verdwijnende hersencellen bij psychotische patiënten zouden zijn aangetoond (`Grijze hersencellen verdwijnen tijdens psychose', W&O 14 dec), is dat de mensen met psychose waarschijnlijk allemaal met antipsychotica zijn behandeld, en de daarmee vergeleken niet-psychotische mensen in de controlegroep niet. Iemand die psychotisch is, voelt zich bedreigd en verlaten en kan daardoor agressief worden en in een isoleercel belanden. Zo'n persoon is niet voor rede vatbaar en zal daarom niet deelnemen aan zo'n bedreigend onderzoek als een MRI-scan.

Het is al sinds eind jaren zestig van de vorige eeuw bekend, dat je door het antipsychotische middel Haldol tardieve dyskinesie kunt krijgen. Dit is een functionele hersenbeschadiging die zich uit in allerlei functionele tics zoals repeterende bewegingen van de tong, de armen en de benen. Wat mij logisch lijkt is dat de heren psychiaters zijn gestuit op de schadelijke werking van de psychofarmaca.

Na een decennium antipsychotica te hebben gebruikt kan ik bevestigen dat deze middelen de hersenen zwaar aantasten. Ik heb een jaar lang een zeer hoge dosering Impromen (een antipsychoticum) gehad. Ik leefde als een soort kasplantje, niet meer in staat om zelfstandig na te denken. Nadat ik allerlei stuipjes kreeg heb ik, in de veronderstelling dat mijn hersenen waren aangetast, een EEG laten maken; alles was oké. Mijn kritiek op de EEG is dat die een zo grof beeld geeft dat het niet een hersenbeschadiging kan aantonen. Het is nu gebleken dat dit met een MRI wel kan. Mijn conclusie is dat bij het door Huup Dassen beschreven onderzoek de psychiaters zijn gestuit op de effecten van hun voorgeschreven medicijnen.