Stroom bij Eneco niet meer zeker

Bij Eneco, het derde stroombedrijf van Nederland, loopt de zekerheid van de stroomvoorziening gevaar omdat monteurs en toezichthouders zwaar onvoldoende zijn toegerust om storingen te verhelpen.

Dit staat in interne bedrijfscorrespondentie (notities, brieven en e-mails) en blijkt uit gesprekken met monteurs en toezichthouders binnen het bedrijf. De voorzitter van de ondernemingsraad, P. Peters van Eneco Infra, bevestigt de meeste problemen. Ook de directie doet dat via woordvoerder De Ruijter, maar hij weerspreekt dat de veiligheid in het geding is.

Volgens medewerkers moeten storingsmonteurs werken met een tekeningenbestand dat ,,zeventig manjaren'' achterloopt. Daardoor doen ze er op de plaats van een storing veel te lang over om de storing exact te lokaliseren met het risico van noodlottig tijdverlies. Ook zijn ,,standaard reparatiestukken'' in storingswagens niet beschikbaar, aldus een monteur in een e-mail van 16 december vorig jaar. Hij schreef dit aan zijn superieuren omdat hij ,,op deze manier onmogelijk de complete verantwoording'' op zich kan nemen.

Volgens Peters van de OR gaat het om ,,tijdelijke'' problemen. Door kortingen op het budget voor het stroomnetbeheer zit Eneco in een reorganisatie waarvan dit ongemak een gevolg is, zegt hij. Hij verwacht een oplossing binnen een jaar. Ook de directie heeft ,,volledige aandacht'' voor deze problemen, aldus de woordvoerder.

De monteurs en toezichthouders zeggen ook dat het aantal storingen bij Eneco veel groter is dan uit officiële cijfers blijkt. Voor het systeem waarmee storingen worden geregistreerd (Nestor) moeten zulke ingewikkelde formulieren worden ingevuld dat monteurs hiervoor geen tijd hebben. Hun bazen vragen er nooit naar, zeggen ze. OR-voorzitter Peters ,,sluit niet uit'' dat monteurs de formulieren niet invullen en zegt hun ,,frustratie'' te kennen. De directie meent dat het effect van niet-meldingen gering is. Ondanks enkele grote storingen eind vorig jaar in de Rotterdamse regio namen in 2002 volgens Eneco de storingen af.

Uit een reconstructie van de financiering van het stroomnetbeheer in Nederland blijkt dat de regels de stroombedrijven de laatste jaren hebben gestimuleerd zo min mogelijk in het stroomnet te investeren. Onderzoeker L. de Vries van de TU Delft vat het regime zo samen: ,,Hoe minder onderhoud [aan het stroomnet], hoe hoger de winst. Er is goede reden om aan te nemen dat er minder preventief netbeheer wordt gepleegd.''

quangostroom: pagina 7

    • Tom-Jan Meeus