Stalgenoten na BSE niet meer geruimd

De noodzaak om gezonde runderen te ruimen op een door BSE getroffen bedrijf is met onmiddellijke ingang voorbij. De zuivelbedrijven, verenigd in de Nederlandse Zuivel Organisatie (NZO), hebben zich bereid verklaard om op kosten van de zuivelsector melk van bedrijven die tussen nu en 1 maart getroffen worden door de gekkekoeienziekte, gescheiden op te halen en te verwerken. Hierdoor hoeven de gezonde runderen op de getroffen bedrijven niet langer afgemaakt te worden.

In Nederland zijn sinds 1997 53 boerenbedrijven getroffen door BSE. In alle gevallen werd overgegaan tot vernietiging van de hele veestapel, hoewel de boeren sinds juli 2001 de keuze hadden om de gezonde dieren te laten leven. Melkveehouders kozen voor massale ruiming omdat anders, ter bescherming van de export, het vlees en de melk van de overgebleven gezonde runderen zeven jaar lang op hun kosten gescheiden opgehaald en verwerkt zou moeten worden. Deze keuzemogelijkheid stond volgens belangenorganisatie LTO Nederland gelijk aan een faillissement voor de betrokken bedrijven.

,,De druk van de overheid en de melkveehouderij was erg groot geworden'', erkent een woordvoerder van de NZO. De NZO wil de extra kosten van het gescheiden ophalen en verwerken tot 1 maart verhalen op de overheid. Het ministerie van Landbouw heeft al laten weten deze kosten niet te willen betalen.

Met de handreiking van de NZO denkt LTO Nederland dat het ruimen en vernietigen van gezonde dieren van de baan is, niet per 1 maart maar met onmiddellijke ingang. ,,Wij gaan onze leden adviseren niet meer te ruimen'', zegt voorzitter S. Schenk van de vakgroep rundveehouderij van LTO Nederland.

Na 1 maart kan het vlees en de melk van BSE-bedrijven op een normale manier worden verwerkt en vervalt de vergoeding die boeren krijgen voor het ruimen van gezonde dieren. Vanaf die datum zijn verder ook exportbelemmeringen buiten de Europese Unie weggewerkt.

Belangrijke exportlanden als Rusland weigerden tot dusver vlees- of zuivelproducten uit Nederland te accepteren als niet voor honderd procent vast stond dat deze niet afkomstig waren van bedrijven die door BSE getroffen waren.

Bijna alle alle exportlanden zijn inmiddels overtuigd van het feit dat een BSE-besmetting geen gevolgen heeft voor de kwaliteit van de Nederlandse vlees- en zuivelproducten. Slechts Oman (goed voor 0,6 procent van de Nederlandse zuivelexport) ligt nog dwars. Vanwege deze kleine belemmering had belangenorganisatie LTO Nederland de NZO gevraagd om een oplossing te vinden voor de BSE-gevallen die zich voordoen tussen nu en 1 maart.