Misleiding en verdraaiing

Bjørn Lomborg veegde in The Skeptical Environmentalist de vloer aan met de milieubeweging. Nu verwijt een onderzoekscommissie hem nalatigheid, kwade opzet óf onkunde.

Bjørn Lomborg is berispt. Het werk van de Deense statisticus die volhoudt dat alle verontrusting over aantasting van natuur en milieu onzin is voldoet niet aan de eisen die je aan een wetenschappelijke publicatie mag stellen. ``Het is in strijd met de standaarden op het gebied van goed wetenschappelijk handelen.'' Tot die uitspraak kwam afgelopen dinsdag de Deense raad die speciaal voor het onderzoek van `wetenschappelijke oneerlijkheid' is opgericht. De raad, formeel de Deense commissie voor wetenschappelijke oneerlijkheid (Udvalgene Vedrørende Videnskabelig Uredelighed, UVVU), bestaat al sinds 1992.

Lomborg ontsnapt aan de strengere kwalificatie `wetenschappelijk oneerlijk' dankzij het feit dat de commissie zich niet in staat acht te beoordelen of er opzet in het spel is. Het kan ook onkunde of nalatigheid zijn. Wat dat betreft wordt hem het voordeel van de twijfel gegund. Lomborg zelf noemt de uitspraak op zijn site (www.lomborg.com onder `critique') onbegrijpelijk, slecht onderbouwd en vooringenomen. Hij vindt het vreemd dat de commissie niet ingaat op de uitkomsten van zijn studie maar uitsluitend op zijn methoden.

Bjørn Lomborg is als docent verbonden aan de faculteit politicologie van de Universiteit van Aarhus. Hij publiceerde in het najaar van 2001 bij Cambridge University Press de vuistdikke analyse The Skeptical Environmentalist waarin hij aan de hand van een overvloed aan statistisch materiaal `aantoont' dat het eigenlijk almaar beter gaat met de mensheid, de natuur en het milieu. Wie denkt dat het anders is, betoogt hij, is het slachtoffer van milieu-organisaties als het Worldwatch Institute, Greenpeace en het Wereld Natuur Fonds. Het boek, met bijna 3000 noten en een uitputtende literatuurlijst, oogt als de definitieve beoordeling van de toestand van de mensheid. Net als het beroemde Rapport aan de Club van Rome.

Vooral in conservatieve hoek is het werk ontvangen als de broodnodige afrekening met de milieubeweging. Of als het werk dat aan het eentonige geklaag uit de milieuhoek verfrissend een eind maakt. Het werd lovend besproken in de Washington Post, de New York Times, de Economist en hier in Nederland in Vrij Nederland en Elsevier.

In wetenschappelijke kring is het werk met de grond gelijk gemaakt. In Nature (8 november 2001) en Science (9 november 2001) verschenen vernietigende kritieken. Het maandblad Scientific American (januari 2002) vroeg vier gerenommeerde onderzoekers het werk te beoordelen en bundelde de kritiek in een ongekend lang artikel. Inclusief begeleidend commentaar van hoofdredacteur John Rennie. Hij stelde de website (www.sciam.com) open voor de reacties van Lomborg en vele anderen.

Dat heeft de bewondering voor en populariteit van Lomborg niet tegengehouden. De – conservatieve – Deense regering benoemde hem tot directeur van een nieuw op te richten instituut voor onderzoek naar de effectiviteit van milieumaatregelen. Bezorgde tegenstanders van Lomborg openden de site www.anti-lomborg.com en de mede-wetenschappers van de universiteit van Aarhus bundelden hun kritiek in een speciaal rapport.

Uiteindelijk zijn in de zomer drie klachten ingediend bij de UVVU die afgelopen dinsdag tot een uitspraak kwam. De klagers verwijten Lomborg onder meer selectief winkelen in de beschikbare literatuur (`cherry-picking data'), gebruik van onbruikbare gegevens, misleidend gebruik van statistiek en bewuste verdraaiing van andermans woorden. Een van de klagers was Jeff Harvey, destijds redacteur van Nature. De UVVU resorteert onder het Deense Agentschap voor Onderzoek, een onafhankelijk instituut onder het Deense ministerie van onderzoek. De commissie heeft niet alleen de uitspraak maar ook haar overwegingen op het net gezet (www.forsk.dk).

De commissie beschrijft hoe er aarzeling was het werk van Lomborg aan haar criteria te toetsen omdat niet duidelijk was of het hier een wetenschappelijke publicatie betrof. Er is een speciale commisie voor opgericht om dat uit te zoeken. Daarnaast werden de klagers tweemaal ontvangen en kon Lomborg ze schriftelijk van repliek dienen. Voor het overige heeft de werkgroep zich een oordeel gevormd aan de hand van de discussies in Scientific American (inclusief het internet-deel). Die waren uitputtend genoeg geweest, vond men. Het is slechts de opdracht van de commissie te beoordelen of ingediende klachten gegrond zijn. Zij oordeelt niet over de inhoud van het werk.

Ook binnen de werkgroep werd men het er niet over eens of Lomborgs werk een wetenschappelijke publicatie genoemd kan worden. De opvallende eenzijdigheid van het werk geeft het het karakter van een boek dat slechts discussie wil uitlokken. Daar staat tegenover dat Lomborg zijn publicatie opzettelijk het aanzien heeft gegeven van een wetenschappelijk werk, door de keuze van een wetenschappelijke uitgever en de opname van de overvloed aan noten en referenties. Het is, in het Deens, ook als research-monografie door de Universiteit van Aarhus uitgegeven.

De commissie UVVU heeft uiteindelijk unaniem besloten de klachten toch in behandeling te nemen, vooral gezien de omvang van het internationale debat dat is ontstaan. Na een korte beschrijving van de essentie van wetenschappelijk handelen (onder meer: aangeven hoe uit beschikbare gegevens is geselecteerd) komt zij dan tot haar pijnlijke uitspraak. Voor Lomborg het meest dodelijk is waarschijnlijk de vergoelijkende toevoeging dat niet duidelijk is of hij met kwade opzet heeft gehandeld of gewoon uit onkunde.

De tegenstanders van Lomborg tonen zich zeer verheugd over de uitspraak. Jeff Harvey: ``Lomborg heeft veel kwaad aangericht. Het heeft veel wetenschappers onnoemelijk veel van hun kostbare tijd gekost om al zijn foute beweringen te weerleggen''. In brede kring hoopt en verwacht men dat Lomborg zijn nieuwe positie als instituutsdirecteur verliest.

    • Karel Knip