Metafysica 2

Creatieve verbeelding is voor de natuurwetenschap onontbeerlijk, maar is wel iets anders dan metafysische fantasie. Ik leg dit uit.

N. Maxwell (zie F.A. Muller, Metafysica moet, W&O 28 dec 2002) doet alsof hij niet weet welke status iedere fysicus (etc.) terecht toekent aan natuurwetenschappelijke regels, hypotheses, theorieën en `wetten', namelijk: geldig tot nader order. Zolang zo'n regel (etc.) alle bekende waarnemingen goed beschrijft, en de uitkomsten van nieuwe experimenten correct voorspelt is die regel geldig. Zodra een creatieve geest een experiment bedenkt en uitvoert, waarvan de uitkomsten niet bij de regel (etc.) passen wordt een algemenere formulering noodzakelijk, die dan de oude regel vervangt. Al sinds Copernicus – en eerder – is zo onze kennis opgebouwd.

Om met Muller bij de newtonse aantrekkingswet te blijven: het verzinnen van situaties zoals de gouden bollen van Ett is prima. Beweren, dat de newtonregel niet goed is, alleen omdat jij die situatie verzonnen hebt, is nog niet eens metafysica; het is gewoon dom. Creatief is het om de gouden bollen niet alleen te verzinnen, maar ook hun attractiekrachten te meten. Komen die overeen met Newton, dan kan dat resultaat naar de map met zoekgeraakte stukken; in het andere geval heb je recht op een stuk of drie Nobelprijzen. Zo gaat dat in de klassieke natuurwetenschappen. En trouwens ook op quantumniveau.

Maar wat als de Maxwell-demon zegt, dat zijn bollen nooit aangetroffen kunnen worden, en/of dat er geen rekening mee gehouden hoeft te worden (Muller geciteerd)? Het lijkt me verstandig om in dat geval niet alleen de bollen, maar ook hun bedenker te negeren.

De newtonregel is eenvoudig, maar niet omdat de natuur eenvoudig is of geacht wordt te zijn, maar omdat het tot nu toe overbodig is gebleken hem ingewikkelder te maken.

Ten tijde van Copernicus, en ever after, is onze kennis niet gegroeid dankzij, maar ondanks de heersende metafysische fantasieën; vraag het maar aan Galileo en Giordano. Of aan Niels en Albert. `Wereldbeelden' zijn nog steeds de vijand van wetenschappelijke voortgang. Voor wie dat niet horen wil is het lezen over Lysenko een heilzaam geneesmiddel. Of anders het creationisme wel.

`Meta ta phusika'(achter de natuur) valt alleen iets te verdienen met het zoeken naar juist níet met het kenniscorpus strijdige, overkoepelende formuleringen: de `Theory of Everything'. Dat blijkt niet eenvoudig; de natuur is dan ook vermoedelijk helemaal niet eenvoudig.

Tot slot: het addertje van Maxwell is (volgens Muller?), `dat alle gekke varianten (van Newtons theorie) even goed bevestigd worden door de (...) waargenomen (...) feiten als de theorie van Newton.' Het is niet te hopen, dat hier bedoeld wordt `aan mijn toverbollen is niets waargenomen, en dus kan ik er van alles over beweten': al te armzalig ('Hamoerabbi schreef links'). Dus vraag ik: welke feiten bevestigen dan welke variant? Kom nou.

    • F. Veringa