Kies quangostroom, kies je eigen storing

In quangoland hadden stroombedrijven de laatste jaren de vrije hand: geld voor het stroomnet kon ook elders worden besteed. Zijn stroomstoringen toeval?

Hier staat veel geld op het spel, het is te zien aan de kantoornamen van de advocaten die namens stroombedrijven optreden: Norton Rose, Allen & Overy, Simmons & Simmons Trenité, Loyens & Loeff, Freshfields Bruckhaus Deringer.

13 november 2002 is een belangrijke datum voor de stroomrekening van burgers en bedrijven. Die dag doet het College van Beroep voor het Bedrijfsleven (Cbb) uitspraak in een twee jaar slepende procedure tussen de meeste stroombedrijven en de Dienst Uitvoering en Toezicht Energie (Dte). Deze stelt de tarieven vast die stroombedrijven mogen rekenen aan burgers en ondernemers voor het beheer van stroomnetten. De stroombedrijven winnen de procedure. Gevolg is dat forse kortingen die de Dte sinds 2000 aanbracht in de tarieven ongeldig zijn: burgers en bedrijven gaan nu vermoedelijk meer betalen.

De procedure is kenmerkend voor de greep die quango's (zelfstandig gemaakte instellingen die met publiek geld wettelijke taken uitvoeren) hebben gekregen op het openbare leven. De belangen van de burger zijn in handen van instellingen waarover diezelfde burger geen zeggenschap heeft: de verzelfstandigde stroombedrijven zijn er voor betrouwbare stroomvoorziening, de zelfstandige Dte voor zo laag mogelijke prijzen.

En omdat die twee belangen strijdig zijn vechten de quango's met elkaar, als het moet tot en met de rechter. ,,En wat is de stroomgebruiker wijzer geworden van de rechtszaak'', vraagt Virendra Ajodhia. Hij werkte de afgelopen jaren bij de Dte en doet aan de TU Delft promotieonderzoek naar de stroomsector. ,,De Dte heeft honderden manuren gestopt in het berekenen van de tarieven. De stroombedrijven gebruiken dure advocaten om de Dte te bestrijden. De Dte, de stroombedrijven én hun advocaten worden allemaal door de burger betaald. Dus die is niets met deze procedure opgeschoten, helemaal niets.''

Toch was de procedure voor de bedrijven geen onlogische stap. Het ging om groot geld. ,,Ongeveer 2 miljard van de circa 5 miljard euro die de stroombedrijven per jaar omzetten is geld voor het beheer van het stroomnet'', zegt S. Marbus van EnergieNed, de koepel van stroombedrijven. Een deel van dat geld dreigde voor hen verloren te gaan: de Dte signaleerde eind jaren negentig dat bedrijven lang niet al het geld opmaakten dat ze voor `netbeheer' binnenkregen. Ze maakten er winst op. Niet de bedoeling. Vandaar de kortingen in de jaren 2000-2003 – die nu dus niet meer gelden.

Netbeheer is een stipt en technisch werk. Het moderne leven, de storingen van de laatste tijd onderstrepen het, kan niet zonder stroom: een paar minuten en de maatschappij is ontwricht. Daarom kent goed netbeheer, weten betrokkenen, twee essentialia: via tijdige vervanging van materialen – buizen, kabels, transformatoren, fittingen – zorgen dat het stroomnet tiptop in orde is. En, als er tóch een storing ontstaat, voorzieningen bij de hand hebben waarmee het euvel fluks kan worden verholpen. Nauwkeurige tekeningen, noodaggregaten, snelle en volledig uitgeruste storingsauto's, voldoende opgeleide monteurs: de kunst van goed netbeheer is dat die, van het ene op het andere moment, beschikbaar zijn.

Dat is het vakmanschap. Maar in de wereld die de vakmannen omgeeft is de laatste jaren van alles veranderd. Vroeger, voordat de energiemarkt op last van de Europese Unie liberaliseerde, was netbeheer een vast deel van het werk van stroombedrijven, die ook het monopolie op stroomverkoop hadden. Dat laatste is veranderd. Op de zakelijke markt en die van groene stroom zijn de bedrijven het alleenrecht al kwijt, per 1 januari 2004 geldt dat ook voor de consumentenmarkt: dan mogen alle bedrijven, ook Ahold of de visboer, stroom aan burgers verkopen. Anticiperend op deze liberalisering heeft zich vanaf tweede helft van de jaren negentig in de sector een schaalvergroting voltrokken: honderden lokale en regionale stroombedrijven zijn globaal in drie bedrijven samengevoegd: Nuon, Eneco en Essent. Deze moeten nu in concurrentie bewijzen dat ze in de stroomtussenhandel onverslaanbaar zijn.

Maar helemáál naar de markt gaan ze niet. Voor het netbeheer heeft toenmalig minister Heinsbroek (Economische Zaken) vorig jaar besloten de liberalisering op te schorten: de netten mogen niet verkocht worden en moeten onder toezicht van de overheid blijven. Ook het tarievenstelsel wordt gehandhaafd: de Dte bepaalt – in ieder geval tot 2006 – wat burgers en ondernemers moeten betalen voor het netbeheer.

Zo kregen de stroombedrijven een loyaliteitsconflict in huis. Aan de ene kant moeten ze er financieel sterk voor staan om de concurrentie op de stroommarkt aan te kunnen, anderzijds krijgen ze vaste bedragen binnen voor het netbeheer die ze – zo is de dat geregeld – niet aan netbeheer hóeven te spenderen. En er is geen instantie die de besteding van deze 2 miljard euro controleert. ,,Op dit moment'', zegt onderzoeker Laurens de Vries van de TU Delft, ,,worden bedrijven indirect gestimuleerd zo min mogelijk geld aan netbeheer te spenderen: hoe minder onderhoud, hoe hoger de winst. Er is dus goede reden om aan te nemen dat er minder preventief netbeheer wordt gepleegd. Vroeger was dat het belangrijkste werk, nu staan andere prikkels bovenaan.''

En zijn collega Virendra Ajodhia: ,,Het is een feit dat bedrijven vrij zijn om niet in de netten te investeren en het risico van lagere kwaliteit op de koop toe nemen.'' Zodat ook de veiligheid van stroomvoorziening in gevaar komt? ,,Zijn bedrijven bereid zo'n groot risico te nemen? Niemand weet dat.''

Ajodhia benadrukt, net als de Dte, dat het nieuwe tarievensysteem van de Dte per 2004 een einde zal maken aan de huidige toestand. In dat systeem worden tarieven hoger naarmate een bedrijf minder storingen kent. Maar ook dat systeem kan, vrezen deskundigen, `kapot' geprocedeerd worden door de bedrijven – omdat het ten dele overeenkomt met het systeem dat november principieel door het Cbb is afgewezen. En het kwaad kan al tussen 2000 en 2003 al zijn geschiedt: dan zijn de stroomstoringen eind van vorig jaar in één keer verklaard.

Cijfers over storingen in 2002 worden nog niet vrijgegeven, maar de gegevens van 2001 gaven een groei te zien. Gemiddeld steeg de uitval van stroom per klant dat jaar van 27 minuten in 2000 naar 31 minuten; een toename van circa 15 procent, aldus Marbus van de koepel EnergieNed. Ook de afhandeling per storing, zegt Marbus, vergde meer tijd: van 65 naar 82 minuten, een groei van 26 procent. Maar de bedrijven spreken met kracht tegen dat er een verband is tussen deze groei en verminderde investeringen in netbeheer. Marbus zegt dat die groei is te wijten aan de invoering van een nieuw registratiesysteem voor storingen. Ook wijst hij graafwerkzaamheden als belangrijke factor aan, terwijl files oorzaak zouden zijn van de langere afhandeling van storingen.

Ook beaamt hij dat ,,de investeringen in het net de afgelopen jaren achter zijn gebleven''. Een gevolg van de Dte-kortingen, zegt hij. Maar een verband met de storingen is volgens hem onzin: ,,De effecten van achterblijvende investeringen uiten zich pas vijf jaar later. Dat kan dus nooit de oorzaak zijn.'' Ook Nuon weerspreekt dat de netten zo verwaarloosd zijn dat de storingen daaruit voortkomen. Het jaarverslag van haar netbeheerder Continuon laat zien dat inkomsten voor netbeheer vrijwel integraal hieraan worden besteed, aldus het bedrijf. Beweringen van het tegendeel door anonieme ex-medewerkers worden tegengesproken.

Bij Eneco, het derde stroombedrijf van Nederland, is de situatie anders. ,,Wij zeggen dat onze bestedingen aan netbeheer de laatste jaren gelijk blijven, maar vertellen niet hoeveel geld we eraan uitgeven'', zegt woordvoerder C. de Ruijter. ,,Dat is ons beleid. Wij zien er het nut niet van in.'' Hebben de klanten er geen recht op? ,,Ach'', zegt De Ruijter, ,,de meeste klanten zullen weinig snappen van de tarieven voor netbeheer, en hoe dat werkt.'' Ook bij dit bedrijf is geen enkele reden voor ongerustheid: in 2002, zegt De Ruijter, ,,heeft zich een daling van het aantal storingen voorgedaan, is onze indruk. Wij moeten aan onze eigen toekomst denken. Daarom zullen wij altijd genoeg in het netbeheer investeren.''

Op de werkvloer van enkele Zuid-Hollandse vestigingen van Eneco kan men andere geluiden noteren. Storingsmonteurs en hun toezichthouders (in jargon: VD'ers – verantwoordelijk deskundigen) reageren cynisch als ze horen dat het aantal storingen officieel niet stijgt. De papieren die monteurs moeten invullen volgens het zogenoemde Nestor-systeem, zeggen ze, bevatten ,,zóveel vakjes dat niemand dat allemaal invult''. Veel storingen, en zeker kleintjes, worden niet meer doorgegeven, zeggen ze. Bekend is, beaamt voorzitter P. Peters van de ondernemingsraad van Eneco Infra, dat monteurs hierover gefrustreerd zijn: ,,Monteurs zijn techneuten, geen administratief medewerkers. Ik sluit niet uit dat formulieren daardoor niet ingevuld worden.'' Woordvoerder De Ruijter houdt dezelfde slag om de arm. ,,Maar de invloed op het algemene beeld van storingen is gering – omdat het alleen kleine storingen betreft.''

Maar er is meer. Ook na de gewonnen rechtszaak van november, waarin de kortingen op de tarieven voor netbeheer werden verworpen, gaat men binnen Eneco door met bezuinigingen op onderdelen van het netbeheer, aldus interne correspondentie van medewerkers (notities en e-mails) in bezit van deze krant. Op de werkvloer loopt de spanning hoog op. Twee voorbeelden. Zo schrijft een medewerker van de storingsdienst (zijn naam is bij de redactie bekend) 16 december vorig jaar zijn collega's en superieuren na een storing tussen Den Haag en Wateringen. ,,Ik wil hiervan [toch] iets op papier zetten om latere problemen (–) te voorkomen. Ik kan op deze manier onmogelijk de complete verantwoording op mij nemen'', schrijft hij. Daarna zet hij onder meer uiteen dat storingsmonteurs onvoldoende uitgerust zijn om adequaat op te treden – zo zijn de tekeningen van het net ,,totaal niet meer bijgewerkt en ontbreken er tekeningen''. Ook elementaire hulpmiddelen als een ,,noodaggregaat'' zijn niet voorhanden, en het mankeert aan voldoende materialen zoals ,,standaard reparatiestukken, inpakmateriaal en fittingen''.

Frappant genoeg schrijft diezelfde dag een andere medewerker, een VD'er, een brief die circuleert in kringen van de OR en waarin vrijwel dezelfde klachten staan. Hij werkt het alleen meer in detail uit: zo is er inzake de tekeningen van het distributienet (gas en elektra) ,,zeventig manjaren achterstand'', aldus zijn brief. Dit feit is trouwens eerder in een interne publicatie gemeld. De man vreest voor de ,,veiligheid''. Daarover ,,verkondigt [Eneco] zaken die naar buiten prachtig klinken maar in feite niets waard zijn''. Voorzitter Peters van de OR met de problemen van de monteurs bekend te zijn. Ze zijn ,,tijdelijk'', zegt hij. ,,Door de verlaging van de tarieven door de Dte moet netbeheer bezuinigen. Daardoor zitten we in een reorganisatie. We doen er alles aan dit soort reële problemen te verhelpen – maar dat kan nog wel een jaar duren.'' Ook de directie heeft ,,volledige aandacht'' om deze problemen op te lossen.

Het wast de tegenstelling niet weg: volgens de directie is de veiligheid niet in gevaar door kortingen op het netbeheer, het personeel zegt het omgekeerde. Niet verrassend dat bij Eneco, zoals eerder bij de NS, het chagrijn van mensen groot is. Het interne blad Eneco Breed schreef er in november over. Kop: `Tevredenheid medewerkers vertoont dalende lijn'.

Dit is het derde deel van een serie over Nederland quangoland. Eerdere afleveringen verschenen op 4 en 7 januari. Ze zijn te lezen op www.nrc.nl