Indiërs in diaspora warmen zich aan hun grootsheid (à 200 dollar p.p.)

Het is een paradox, misschien moet je wel spreken van schizofrenie: eerst verlaat je het land omdat je er niet kunt overleven. Maar tien jaar later, nadat je je in den vreemde als taxichauffeur, schoonmaakster of kleine winkelier hebt gezwoegd en je hebt opgebouwd tot modale burger, hemel je het land dat je ooit ontvluchtte op als het paradijs op aarde.

En andersom: eerst ziet het land je als een laffe verrader, omdat je op de vlucht sloeg. Maar als je in de top zit van een computerbedrijf of tot de twintig rijksten van de wereld behoort of zomaar even een Nobelprijsje wint, word je binnengehaald als een held, als een verloren zoon, en aan de boezem gedrukt, tot de verstikkingsdood dreigt.

Want dat is gebeurd in India, de afgelopen drie dagen: de Indiase regering kwam op het gouden idee om buitenlandse Indiërs uit te nodigen voor de eerste conferentie van de Indiase diaspora. Een conferentie niet alleen, maar een eerbetoon, waarbij medailles en titels werden uitgedeeld en de genodigden eens flink in de watten werden gelegd.

Maar men moet niet overdrijven: niet de hele Indiase diaspora kon worden gevraagd, want die telt wel twintig miljoen mensen, verdeeld over meer dan zeventig landen. Vijfduizend van hen werden geselecteerd, en welke vijfduizend dat zouden worden, daar schijnt langdurig over geruziëd te zijn.

En ook dat van in de watten leggen moet men in perspectief zien: de meeste genodigden moesten zelf hun vliegticket betalen en bovendien nog tweehonderd dollar voor de `speciale evenementen'. Maar zo'n uitnodiging alleen al is al een eer, toch?

Dat dachten de drieduizend mensen die de uitnodiging aannamen tenminste en enthousiast naar de conferentiehallen in Pragati Maidan.

Ze hadden niet kunnen weten dat de zalen van Pragati Maidan een soort veehallen zijn met klapstoeltjes, dat het momenteel slechts acht graden is in New Delhi, in de veehallen zelfs vijf, en dat de beveiliging wegens de komst van de premier op de eerste dag en de vice-premier op de volgende dag zo streng is, dat je je een crimineel voelt en geschoffeerd wordt door jongens die hun automatische geweren tamelijk losjes over de schouders dragen.

Premier Atal Bihari Vajpayee van de regerende hindoepartij BJP had op de openingsdag, afgelopen donderdag, wel mooie dingen te zeggen: ,,Velen van u zijn vertrokken om uw lot te verbeteren. Maar vandaag de dag kan dat in India zelf. We willen niet uw geld, we willen uw ervaring.''

Dat klonk lief, maar geld telt wel: het inkomen per hoofd van een buitenlandse Indiër is ongeveer twintiger keer zo hoog als dat van een Indiër in India zelf. In de afgelopen tien jaar investeerden de buitenlandse Indiërs 2,6 miljard dollar in India, wat toch nog een schijntje is ten op zichte van de veertig miljard dollar aan schenkingen aan familieleden. Toen India door de Wereldbank en donorlanden gestraft werd met een financiële boycot na de eerste nucleaire testen van een paar jaar geleden, deed de Indiase regering een beroep op de Indiase diaspora en was de boycot daardoor nauwelijks voelbaar.

De regering van Vajpayee heeft zelfs naast de reguliere ambassadeur een speciale `diaspora-ambassadeur' in de Verenigde Staten benoemd, een zekere B.K. Agnihotri, die als een bezetene geld inzamelt. Niet voor India in het algemeen, maar voor de partij van Vajpayee, de BJP. Ook Agnihotri hield een spreekbeurt op de conferentie, waaruit bleek dat hij er nogal vreemde ideeën over de diaspora op na houdt. Indiërs zijn volgens hem een sterk en eensgezind `ras' dat elkaar overal ter wereld moet steunen en gezamenlijk moet werken aan het ene doel: van India een sterke natie maken.

Hij kreeg een warm applaus voor zijn woorden, zoals ook de andere sprekers applaus kregen voor wat je niet anders dan racistische opschepperij kunt noemen: de grootsheid van de natie, de ouderdom van de civilisatie en de heilige geschriften, de onderlinge hechtheid van het volk, de lessen die India de wereld kan leren, de fantastische Indiase muziek, film, kleding, voedsel – het hield niet op.

Waarom in hemelsnaam hebben twintig miljoen Indiërs dit geweldige land verlaten, kon je je afvragen in de bijna vrieskou in de veehal waar India niet op kon houden zichzelf te complimenteren?

Het antwoord kwam gisteravond, toen de genodigden voor hun tweehonderd dollar het belangrijkste `speciale evenement' kregen aangeboden: een ontmoeting met de grootste filmsterren van het land. Het bleek een ordinaire show te zijn in een zaal zo groot als Ahoy waar Indiërs zelf voor nog geen twee tientjes naar binnen konden. Enerzijds eregast, anderzijds uitgebuit waar je bij staat. Het is een paradox waar de Indiase diaspora mee moet leren leven.

    • Anil Ramdas