Hollands Dagboek: Ralf van der Rijst

Afgelopen weekend debuteerde Ralf van der Rijst (25) op de EK allround schaatsen. Half december werd hij vierde op de NK en sindsdien is hij anonieme sporter af. Van der Rijst studeert in deeltijd bewegingswetenschappen en woont bij zijn ouders in Woerden.

Woensdag 1 januari

Oud en nieuw gevierd bij Sandra 't Hart. Sandra is reserve van de Nederlandse vrouwenploeg voor de Europese Kampioenschappen en woont in Heerenveen. Emile de Jager, ook schaatser, was er ook. Bijtijds naar bed gegaan, ik lag er om half een al in.

Om half negen opgestaan. Anderhalf uur later sta ik op de baan. Ik werk vooral aan mijn start en de eerste 60 meter voor de 500 meter. Mijn sprint bij de Nederlandse kampioenschappen (Nk) in Assen liep niet zoals ik had gehoopt. In de weken voor de Nk had ik de 500 meter een beetje verwaarloosd en me meer gericht op de lange afstanden. De eerste 100 meter reed ik in Assen in 10,65 seconden. Gelukkig kun je de sprint vrij snel verbeteren door trainingen. Vrijdag, de eerste dag van de Europese kampioenschappen, wil ik laten zien dat de 500 meter in Assen een uitschieter naar beneden was.

Verder een vrij gewone dag. Geen oliebollengevoel, 's middags een beetje kletsen en tv-kijken.

's Avonds komen de ouders van Sandra langs met een jachtschotel. Toen ik nog profschaatser was bij de TVM-ploeg, lette ik erg op eten. Dan had ik op deze dag pasta en ander koolhydraatrijk voedsel gegeten. Nu ga ik wat meer ontspannen om met eten, een jachtschotel is ook goed.

Donderdag

Vandaag beginnen de Europese kampioenschappen al een beetje. Eerst bloedcontrole. Daarna het ijs op, om de laatste puntjes op de i te zetten. Ik richt me vandaag vooral op de starthouding voor de 500 meter. Die is nog niet ideaal. Je moet comfortabel staan en tegelijk weg kunnen schieten, ongeveer als een gespannen elastiek. Uit videobeelden blijkt dat dit beter kan; er valt nog ongeveer tweetiende seconde te winnen, denk ik.

's Middags persconferentie van de Nederlandse schaatsploeg. Iedere sporter heeft een eigen tafeltje waar de journalisten kunnen aangeven of ze een gesprekje met je willen. Toen ik nog voor TVM reed, gaven we ook wel zulke persconferenties voor Nederlandse Kampioenschappen. Dan zat ik alleen aan een tafeltje met een fysiotherapeut, de journalisten hadden geen belangstelling voor me. Dat gaf een slecht gevoel. Nu heb ik over aandacht niet te klagen. Een stuk of acht journalisten, onder wie die van Het Parool, Trouw en het Algemeen Dagblad, schuiven aan. Ook de tv heeft belangstelling: Vak M van Mart Smeets wil ook beelden.

Op de vraag met welke plaats ik tevreden ben antwoord ik lachend: ,,Met de eerste.'' Maar ook met een plek bij de eerste twaalf ben ik tevreden. Als het heel goed gaat, moet ik bij de eerste acht kunnen komen. Dat zou mooi zijn, want dan word je A-sporter bij het NOC*NSF.

De belangstelling van de pers is goed voor het zelfvertrouwen. Het is een bevestiging van mijn goede prestaties en dat doet een sporter altijd goed.

's Avonds eten met de hele ploeg in hotel De Heide achter het schaatsstadion in Herenveen. Terwijl we aan tafel zitten, komen de trainers binnen met de loting. Ik heb de twee slechtste tegenstanders geloot die je je kunt wensen. Het beste kun je op de 500 meter óf een heel goede óf een heel slechte treffen. Met een heel slechte hoef je geen rekening te houden, bij een heel goede schrik je niet als hij beter blijkt. Toen ik bij de NK op de 500 meter tegen Gianni Romme moest, had ik de race van tevoren al in gedachten gereden. Ik verwachtte dat ik sneller zou zijn en schrok toen Gianni me voorbijging. Dat kostte tijd. Op de 500 meter moet ik tegen een Zwitser die als beste tijd 39,65 heeft staan. Voor de 5.000 meter heb ik een onbekende Oostenrijker geloot. Ik zal alles helemaal op eigen kracht moeten doen.

's Avonds kijk ik op mijn hotelkamer nog naar de voorbeschouwingen op het EK. Vreemd om jezelf in een tv-interview te zien.

Vrijdag

D-day. Lekker geslapen en nog steeds weinig last van zenuwen. Gelukkig start Rintje Ritsma voor mij, dus ik ben niet de eerste Nederlander die aan de bak moet. Het stadion zit helemaal vol en de mensen juichen als ik het ijs op stap. Een beetje verlegen word ik daar wel van. Maar als ik mijn vriendin Marijke Kulik en mijn ouders ter hoogte van de startplaats op de tribune zie zitten, geeft dat een geruststellend gevoel.

Ik gun mezelf wat tijd om van het volle stadion te genieten. Al zwaaiend en naar de spandoeken kijkend rijd ik een eerste oefenrondje. Ik krijg het gevoel dat ik al gewonnen heb. Wat geweldig.

Na het zwaairondje telt nog maar één ding: de rit. Tijdens de rit van Rintje besef ik dat de mensen net nog rustig waren. Zouden ze straks voor mij ook zo hard juichen?

Dan concentratie. Doel: hard openen. Cap op, naar de start. Ik kijk naar de finish en zie tot mijn schrik dat er een blokje in mijn baan ligt. Go to the start! Nee, zeg ik rustig tegen de starter en wijs naar het stipje. Hij is Nederlander en ik ken hem al jaren. Hij blijft kalm en laat het gevaarlijke obstakel opruimen.

Nu kan het echt beginnen! Startschot en gaan. Wat een goed gevoel. Snel, krachtig, agressief. Op de kruising zie ik mijn opening op het rondebord. Over de eerste 100 meter 10,2 seconde! Beter dan ooit, viertiende sneller dan in Assen. Laatste binnenbocht een beetje voorzichtig, ik hoor opeens het publiek. Wat een kabaal! Nog een schepje erbovenop en ik ben alweer bij de finish. 37,51 seconden. Beste tijd die ik ooit in Nederland heb gereden. Wat ben ik blij dat de kop eraf is. Niet te ver achter Rintje en een goed gevoel.

Na de rit ga ik naar mijn kamer om voor te bereiden op de 5.000 meter. Trappend op een fiets op rollers, kijk ik in alle rust naar het schaatsen op tv.

Een uur voordat mijn 5.000-meterrit om half acht begint, ben ik terug in het stadion. De vijf kilometer gaat ook lekker, tot ik mijn trage tegenstander een ronde inhaal. Al na vier kilometer ga ik de Oostenrijker lappen, maar als ik hem heb ingehaald, is het even alsof het doel is bereikt en verlies ik iets aan concentratie. Dit scheelt, denk ik, 0,2 seconden.

Toch rijd ik een goede race. Ik ben tevreden. Ik bel mijn vriendin en mijn ouders. Marijke ziet me nu al jaren schaatsen. Ze volgt me kritisch. Als zij zegt dat het goed was, dan is het ook echt goed. Als sporter zoek je steeds bevestiging, bij je vriendin, bij de pers en in goede tijden.

Ik sta een paar journalisten te woord. Daarna probeer ik de rit zo snel mogelijk te vergeten. Ik richt me op de volgende dag: de 1.500 meter.

Het eerste doel is nu de verzuring uit mijn spieren te krijgen. Ik neem een paar pakjes Extram voor de koolhydraten – heel vies – en stap weer op de fiets. Vervolgens word ik drie kwartier onder handen genomen door de fysiotherapeut.

Om half tien eten met de hele ploeg. Weer komen de trainers met het rittenschema van de volgende dag. Dat is minder verrassend dan gisteren, want gebaseerd op de posities in het klassement. Ik sta zevende na de eerste dag. Lekker slapen dus.

Zaterdag

's Ochtends gaan we al even rijden in het stadion. Het stadion is leeg, het is koud en het ijs heel hard, waarover wat gemopperd wordt. Zoals voor elke rit, slijp ik mijn schaatsen voor de 1.500 meter tegen Jan Friesinger. Ik heb de rit in gedachten al gereden. Friesinger is snel op het eerste stuk. Hij zal iets voor me kruisen. Dan moet ik heel hard op hem afrijden, even in de slipstream meegaan, dan de binnenbocht inknallen en van hem wegrijden. Maar als het niet zo loopt, moet ik me daardoor niet laten afleiden.

's Middags zitten er 14.000 kacheltjes op de tribune. Het ijs blijkt toch weer perfect. Wat een rit. Precies zoals ik wilde. Weinig verval – de eerste ronde rijd ik in 27,2 seconden, de tweede in 27,9 – en dan maar kijken wat je over hebt voor de laatste ronde. Die rijd ik in 29,6 seconden. Op 0,06 seconde het podium gemist, maar toch heel erg blij met mijn gedeelde vierde plek. Rintje Ritsma reed precies dezelfde tijd. Toch had ik graag op het podium gestaan. Volgende keer moet het nog beter.

Na de rit fiets ik weer op mijn kamer en kijk ik naar het damesschaatsen. 's Avonds eten met de ploeg. We gaan nog even alle mogelijkheden voor morgen na. Morgen kan ik stijgen naar plek vier in het klassement. Dan moet ik wel nog `even' twee Russen inhalen. Lalenkov is waarschijnlijk geen probleem, maar Shepel is altijd een gevaarlijke. Twee jaar geleden werd hij Europees kampioen in Baselga di Pine, dus kwaliteit heeft hij.

Zondag

Om half vier moet ik de tien kilometer rijden tegen Shepel. In Calgary reed ik drie jaar geleden 13,53, mijn persoonlijke record. Vandaag moet ik sneller kunnen.

Ik schaats wat, slaap een uurtje en fiets weer. Ik moet vandaag heel vlak en regelmatig rijden. Ik ben geen Gianni Romme, die heel hard van start gaat. Of ik vlak rijd, voel ik zelf meestal wel, maar er is toch een trainer met rondeborden nodig om te bevestigen dat je gevoel je niet bedriegt.

Ik rijd een persoonlijk record op de 10 kilometer. Jammer dat ik Shepel niet de baas kon. Ik moest vier seconden sneller rijden dan hij om vierde te worden in het eindklassement. Even lag ik 2,5 seconden voor, maar bij de finish bleek hij iets sneller.

Even ben ik teleurgesteld. Maar als mijn trainer, Ingrid Paul, me eraan herinnert dat het doel een plaats bij de eerste acht was, ben ik toch heel erg tevreden met mijn vijfde plek bij mijn debuut op een EK. Ook Marijke zegt dat ik goed heb gereden en niet beter had gekund.

's Avonds krijg ik te horen dat er een skate-off komt voor het vierde startbewijs bij de Wereldkampioenschappen. Jammer, maar niet onverwacht. Zo krijgen Carl Verheijen, Bob de Jong, Jochem Uytenhaage en Ids Postma ook nog een kans.

Als ik bij de skate-off de Wk-plaats haal, heb ik hem ook driedubbel verdiend, vind ik zelf. Mijn seizoen is al geslaagd en alles wat ik nog extra rijd, is bonus, dus sta ik wederom zonder druk aan de start van de skate-off op 29 januari in Heerenveen. Het zou nog steeds een verrassing zijn als ik daar van Jochem win, maar dat wil niet zeggen dat ik het hem en de anderen daar niet zo moeilijk mogelijk zal maken.

Maandag

Vandaag weer eens lekker uitgeslapen in het ouderlijk huis in Woerden waar ik woon. Geen training, en dat is maar goed ook, want ik merk aan mijn lichaam dat het een zwaar weekend is geweest. 's Middags per auto weer eens naar de Vrije Universiteit in Amsterdam gegaan. College sportwetenschappen gevolgd en een video gekeken over de schaatsers Koss en Veldkamp. Frappant dat dit pal na mijn EK-debuut het onderwerp van het college is. Mentale aspecten zijn cruciaal in de sport, is de belangrijkste les van het college. Vertel mij wat! Thuis in Woerden ligt er een berg post met felicitaties van allerlei mensen van wie ik al jaren niks meer gehoord heb. Leraren en klasgenootjes van vroeger spannen de kroon. Erg leuk allemaal!

Dinsdag

Vandaag een fietstest van bewegingswetenschapper Jos de Koning op de Universiteit van Amsterdam. Mijn DPA-ploeggenoten Ids Postma en Gretha Smit doen de test ook: vier kilometer zo snel mogelijk fietsen. Uit het resultaat valt op te maken of je conditie in balans is. Met de conditie blijkt het wel goed te zitten. Wat een verrassing!

Woensdag 8 januari

Na een krachttraining thuis in Woerden ga ik 's middags weer met de auto naar de Vrije Universiteit voor college. Na college haast ik me naar de ijsbaan in Den Haag waar ik om vijf uur moet zijn. Daar schaats ik met mijn trainingsmaatjes uit het gewest Zuid-Holland. Wat een verschil met het ijs van Heerenveen. Maar hoe kan het ook anders, het is in Den Haag ook twintig graden kouder! Na afloop trakteer ik op chocolademelk. Bij de open haard bedank ik de trainers Wim en Jan en de schaatsers Ronald, Menno, Bob, Emiel en Dennie. Hij was weer heerlijk, jongens! Bedankt!