Geld zoeken op zee

Door de dalende beurskoersen gaan beleggers op zoek naar alternatieven voor aandelen. Ze kunnen bijvoorbeeld investeren in schepen, hoewel dat fiscaal minder aantrekkelijk is dan voorheen. ,,Eerst zorgde de Belastingdienst voor een deel van het rendement, nu moet een schip het helemaal zelf verdienen.''

Dat reders de commanditaire vennootschap (cv) gebruiken om kapitaal aan te trekken voor de financiering van kleine en middelgrote vrachtschepen, is een beetje uit nood geboren. ,,De financiering is zonder cv vaak moeilijk rond te krijgen'', zegt directeur Ruud Schouten van de branchevereniging van scheepsbouwers VNSI. ,,Banken verstrekken meestal maar een hypotheek van hooguit 70 en soms zelfs maar 50 procent van de aanschafprijs van een schip.''

Voor het resterende deel moet eigen geld ingebracht worden, maar in plaats van dat allemaal in één schip te stoppen, spreiden reders hun vermogen liever over diverse schepen. Geld ophalen bij particulieren is volgens Schouten daarom aantrekkelijk. ,,Het is relatief goedkoop, risicodragend kapitaal.'' De rompslomp die er bij komt kijken — het opstellen van een prospectus, de jaarlijkse `aandeelhoudersvergadering' van participanten — nemen de reders voor lief.

Het principe van de cv voor schepen bestond al in de Gouden Eeuw. Investeerders, meestal rijke particulieren, participeerden in VOC-schepen die naar de Oost voeren en deelden bij terugkomst mee in de winst op de verkoop van de lading. Als het schip tenminste terugkwam. Om dat risico zo veel mogelijk te spreiden, namen investeerders meestal kleine belangen in verschillende schepen, zodat verliezen op het ene schip werden gecompenseerd door winsten op de andere.

Wie participeert in een scheeps-cv — voor gemiddeld zo'n 15.000 euro — wordt mede-eigenaar van een schip en ontvangt een deel van de winst die met (het verhuren van) het schip gemaakt wordt. Bij verkoop van het schip wordt de opbrengst onder de participanten verdeeld. In de tussentijd heeft de participant het recht om, bijvoorbeeld als het schip een Nederlandse haven aandoet, zijn schip te bezoeken.

Maar hij loopt ook risico. Zo kan de opbrengst van de verhuur van het schip lager uitvallen dan begroot. De prijzen op de markt voor containervervoer schommelen sterk, al hebben kleinere zeeschepen daar minder last van dan de grote lijndiensten. Ook kunnen de kosten die het schip maakt (voor onderhoud en reparatie, verzekeringen, proviand en de bemanning) hoger uitvallen dan geraamd. Lagere inkomsten of hogere kosten tasten eveneens de hoogte van de winstuitkering aan.

Ook de geraamde verkoopprijs van het schip kan lager uitvallen dan begroot. Die hangt, behalve van de staat van het schip, vooral af van vraag en aanbod van tweedehands schepen. Een lagere verkoopprijs betekent automatisch een lagere uitkering bij het opheffen van de cv. De participanten kunnen aan het einde van de looptijd van een cv ook besluiten om het schip langer door te laten varen. Het maximale risico dat een participant loopt, is zijn inleg. Als de cv (of de reder) failliet gaat, kunnen ze niet aangesproken worden op de schuldenlast die overblijft. Voor de hypotheek geldt het schip als onderpand.

Sinds 1996 stimuleerde de overheid deelname in scheeps-cv's met een gunstig belastingregime, met als doel de noodlijdende scheepsbouwindustrie te steunen. De investering in een cv was fiscaal aftrekbaar, waardoor cv-deelnemers een groot deel van hun investering terugkregen van de belasting. Verder hadden ze, bij opheffing van de cv, recht op een `stakingsvrijstelling', waardoor de opbrengst van de verkoop van het schip belastingvrij kon worden uitgekeerd. De fiscale voordelen waren zo groot, dat het risico nihil was. Hierdoor werden rendementen van meer dan 20 procent per jaar behaald. Geen wonder dat de scheeps-cv populair was en de scheepsbouwindustrie daar flink van heeft geprofiteerd.

Met de invoering van het nieuwe belastingstelsel in 2001 zijn de fiscale voordelen grotendeels verdwenen. De cv-constructie verloor daardoor een groot deel van zijn glans en het aantal uitgegeven cv's daalde fors.

Toch zijn er nog altijd particulieren die bereid zijn te participeren in schepen. Emissiekantoren bieden nog steeds cv's aan. ,,Nu er met aandelen op de beurs weinig meer te verdienen valt, neemt de belangstelling zelfs weer toe'', zegt Arjan Cromwijk van De Vereenigde Compagnieën, in Nederland marktleider in het uitgeven van scheeps-cv`s. ,,Alleen is het risico nu groter. Eerst zorgde de Belastingdienst voor een deel van het rendement, terwijl een schip het nu helemaal zelf moet verdienen.'' Vorig jaar werden er in Nederland twaalf scheeps-cv's opgericht, in het topjaar 2000 waren dat er meer dan twee keer zo veel. Het verwachte rendement op een cv is gedaald van meer dan 20 procent tijdens het vorige belastingregime tot gemiddeld zo'n 12 procent nu. Verder beschouwt de fiscus de deelneming in de cv als een belegging, die valt in box 3, zodat er over de waarde van de participatie jaarlijks 1,2 procent vermogensrendementsheffing verschuldigd is.

De enige gunstige fiscale regeling waar cv-deelnemers nog van profiteren is de tonnageregeling, waardoor een zeeschip geen vennootschapsbelasting betaalt over de werkelijk behaalde winst, maar op grond van de hoeveelheid vracht die het kan vervoeren. Door de regeling betalen schepen minder dan 1 procent belasting over hun winst, waardoor die vrijwel volledig aan de participanten uitgekeerd kan worden. De regeling is bedoeld om te voorkomen dat schepen wegens lagere belastingen elders onder buitenlandse vlag gaan varen.

De Vereenigde Compagnieën heeft sinds 1998 meer dan twintig cv's geplaatst. ,,Niet alle prognoses worden gehaald'', zegt Cromwijk. ,,Onvoorziene tegenvallers waren bijvoorbeeld de forse salarisstijgingen van de bemanning. Maar daar stond weer een lagere hypotheekrente tegenover.'' Qua inkomsten voldoen de schepen wel aan de prognose. ,,Wij lichten voorstellen van reders natuurlijk wel grondig door voor we met ze in zee gaan, maar wie in een schip investeert, weet dat hij een risico neemt. Anders zou er ook niet zo'n hoog rendement tegenover staan'', zegt Cromwijk. Nederlandse reders hebben weinig keus; behalve De Vereenigde Compagnieën is er slechts één andere speler actief op de Nederlandse markt, het Duitse MPC Capital. ,,Sommige reders geven ook zelf cv's uit, maar dat betekent meestal dat ze door ons of door MPC geweigerd zijn'', aldus Cromwijk.

Wat gebeurt er eigenlijk als het schip zinkt? Cromwijk: ,,In 2000 is een gloednieuw schip uit een cv van ons gezonken bij Egypte. Het was nog geen vijf maanden in de vaart. Zonde natuurlijk, maar het bedrag dat de verzekering uitkeerde was hoger dan de inleg, dus voor de participanten was het gunstig.''

Dit is het eerste deel in een tweeluik over alternatieven voor beleggen in aandelen.