Deense grenzen gaan dicht

Door Nederlandse politieke partijen, met name VVD en LPF, wordt tijdens de verkiezingscampagne regelmatig verwezen naar de asiel- en immigratieprocedures van Australië, Canada en Denemarken. Deze landen zouden strenger zijn voor asielzoekers, eisen stellen aan economische vluchtelingen en bij gezinshereniging, en zo de instroom van nieuwkomers weten beperken. Hoe komen immigranten en asielzoekers deze landen binnen?

De Deense regering denkt dit jaar zo'n 200 miljoen euro te kunnen bezuinigen op het asiel- en immigratiebeleid. Een groot aantal asielzoekerscentra kan worden gesloten door gebrek aan klandizie.

Dat is het gevolg van een sinds vorig jaar strenger geworden beleid, waardoor het aantal asielaanvragen bijna is gehalveerd – van 6.250 in de eerste helft van 2001, tegen 3.223 in dezelfde periode vorig jaar. Daarnaast is ook de procedure zelf een stuk strenger geworden. Van die 3.223 aanvragers kreeg 31 procent daadwerkelijk asiel. In heel 2001 werden gemiddeld nog 60 procent van de aanvragen gehonoreerd.

Denemarken was ooit het eerste land dat in 1951 het vluchtelingenverdrag ondertekende. Maar onder druk van de groeiende populariteit van de rechts-populistische Deense Volkspartij zijn de standpunten verhard. Het bracht de Deense koningin Margarethe tot de verzuchting: ,,tolerantie is niet zo eenvoudig als we dachten toen we haar nog niet nodig hadden'.

Bij de verkiezingen in november 2001 – met een campagne die volledig in het teken stond van het asielbeleid – werd de Deense Volkspartij de derde partij van het land en verloren de sociaal-democraten hun meerderheid. Denemarken heeft nu een rechts-liberale minderheidsregering die afhankelijk is van parlementaire steun van de Volkspartij.

De nieuwe asielwet kon daardoor alleen in samenspraak met de Volkspartij worden gerealiseerd. In die wet is onder meer afgesproken dat het vluchtelingenverdrag naar de letter wordt uitgevoerd. Geen gesjoemel meer met zogeheten `de facto' vluchtelingen, die niet voldoen aan de criteria van 1951 maar ook niet terug kunnen naar hun land van herkomst. Verder beschouwt Denemarken meer landen dan vroeger als `veilig'. Asielzoekers krijgen voortaan pas na zeven jaar een permanente verblijfsvergunning (dat was drie jaar) en hebben in die hele periode geen recht op een gewone bijstandsuitkering, maar alleen op een veel lagere toelage. Het succesvol afsluiten van een driejarige inburgeringscursus, waarin zowel de taal moet worden geleerd als de Deense cultuur, is een voorwaarde voor het krijgen van zelfstandige huisvesting.

Ook voor immigranten is de wetgeving strenger geworden. Zo mogen zij, om uithuwelijken te voorkomen, pas trouwen met iemand uit het buitenland als ze ouder zijn dan 24 jaar. Ze moeten in dat geval beschikken over woonruimte die groot genoeg is, voldoende inkomen hebben om in het levensonderhoud te voorzien en een bankgarantie afgeven van 7.000 euro.

De vluchtelingenorganisatie van de VN, UNHCR, heeft zijn bezorgdheid uitgesproken over de strengere wetgeving. En ook buurland Zweden is ontevreden. Het zag in de eerste drie maanden van 2002 het aantal vluchtelingen toenemen tot 7.240 – ten opzichte van 4.348 in het jaar daarvoor. Het leidde tot een ruzie waarbij de leider van de Volkspartij, Pia Kjaersgaard, suggereerde dat de brug over de Sont (tussen Kopenhagen en Malmö) maar gesloten moet worden als door het milde asielbeleid Zweedse steden verkommeren tot ,,Scandinavische Beiroets, met vijandige clans, bloedwraak en massale verkrachtingen'.

Gerectificeerd

Asielbeleid

In de grafiek Streng beleid schrikt af bij artikelen over `Gidslanden' van het Nederlands asielbeleid (11 januari, pagina 5) zijn de cijfers van het aantal asielaanvragen in de jaren 1999-2001 voor Canada en Denemarken verwisseld. Voor Canada is het aantal aanvragen in 2001 dus gegroeid naar ruim 40.000, voor Denemarken bleef het vrijwel constant rond 12.000.