De nobele kunst van het tuinieren

Een van de minder bekende musea in Londen, Geffrye Museum, is voor een deel gewijd aan de nalatenschap van John Evelyn, een vermogende Engelsman, die met recht een virtuoso wordt genoemd.

Een gepriviligeerde alleskunner. Hij kende zijn talen, wist veel van beeldende kunst, architectuur, muziek en theologie en bezat een grote bibliotheek en een kabinet van zeldzaamheden. Hij had veel gereisd in de Nederlanden, Frankrijk, Zwitserland en Italië. In Nederland had je eigenlijk maar één zo iemand: Constantijn Huygens, al was die financieel minder goed af dan Evelyn. Beide heren hebben elkaar ook ontmoet. Op een van zijn reizen had Evelyn Huygens in Den Haag opgezocht en samen waren ze gaan kijken naar de stadhouderlijke tuinen in aanleg. Beiden waren enthousiaste tuinliefhebbers, al doet dat woord hen onrecht. Park- of landschapsarchitecten of `tuintheoretici' zijn betere aanduidingen. Deze mannen kenden niet alleen de botanische, geografische, en architecturale praktijk, maar ook de historische, filosofische en literaire context van het tuinieren. Evelyn heeft daarover veel gepubliceerd, maar zijn magnum opus, dat het ultieme handboek voor de tuinaanleg moest worden met daarin alle kennis die in het midden van de zeventiende eeuw voorhanden was, is nooit gepubliceerd. Het handschrift van dit Elysium Britannicum bleef sluimeren in de bibliotheek van Christ Church in Oxford.

Evelyns boeken zijn geveild en van zijn curiositeiten is maar een fractie terechtgekomen in dat kleine Geffrye Museum. Het merendeel van zijn handschriften berust sedert 1995 in het British Museum. In deze openbare bewaarplaats kunnen die vele geschriften nu bestudeerd en gepubliceerd worden. De voorbeeldige uitgave van Elysium Britannicum is daar het eerste resultaat van.

Johan Evelyn werd geboren in 1620 en dankzij het familiekapitaal, verworven door zijn grootvaders kruitfabriek en landinvesteringen, kon hij financieel een onbezorgd leven tegemoet zien. Hij studeerde in Oxford en was een trouw royalist. Na de burgeroorlog en nadat Cromwell aan de macht was gekomen en Karel I onthoofd, week hij als zovele andere Engelsen uit naar het continent. Hij reisde veel en studeerde verder in Padua en Leiden. Toen hij terugkeerde in 1652 en geen rol in overheidsdienst kon spelen trok hij zich terug. Alles wat hij nodig had was `A Friend, a Booke, and a Garden'. Hij wijdde zich met passie aan de theorie en praktijk van de landschapsarchitectuur.

Na de Restoration, het herstel van de Stuarts, kon Evelyn een trouw dienaar van de kroon worden. Hij verkeerde in het milieu van kunstenaars die voor de koning werkten, zoals de architect Christopher Wren en de geniale houtsnijder Grinling Gibbons. Tegelijk bewoog hij zich in het milieu van de wetenschappelijk onderzoekers. Hij was in 1660 een van de oprichters van de Royal Society, het Britse centrum voor de experimentele wetenschappen, en knoopte vriendschappen aan met artsen, botanici en andere onderzoekers op het gebied van de natuurlijke historie, onder andere met de chemicus Robert Boyle. Een van zijn beste vrienden was Samuel Pepys die een hoge post bij de marine bekleedde. Beiden hielden een dagboek bij, maar dat van Pepys is veel openhartiger en ook veel bekender geworden.

Er staan ongeveer veertig titels op Evelyns naam: boeken over bosbouw, over luchtvervuiling (en remedies daartegen) en geschriften waarin hij opwekt tot het eten van meer groenten. Aan zijn Elysium moet hij omstreeks 1660 zijn begonnen. Wat hem voor ogen stond was een monument voor de tuinkunst, waarin de filosofische en literaire aspecten evenveel aandacht kregen als de praktische kanten. Evelyn schreef voor serieuze tuinontwerpers, die hun werk opvatten als een kunst, niet voor `cabbage-planters'. `Gardening is one of the noblest and most refined parts of agriculure', schrijft hij aan het begin van het hoofdstuk over gereedschappen. De tekst is dan ook doorspekt met citaten uit het Latijn (veel Plinius, Lucretius en Horatius), Grieks en hier en daar zelfs Hebreeuws. Zijn uitputtende en systematische aanpak vereiste veel meer werk dan hij had voorzien en in een brief uit 1679 verzucht hij dat hij dit `inexhaustible subject' heeft overschat. Hij heeft zijn manuscript nooit voltooid. Gedurende veertig jaar bleef hij noten in de kantlijn maken, regels tussenvoegen en aanvullingen op briefjes in het manuscript plakken.

Elysium Britannicum zit systematisch in elkaar. Evelyn begint met definities, met de de natuurlijke fundamenten aarde, water, vuur en lucht, hij behandelt de invloed van zon en maan op het klimaat, het tuingereedschap, de mogelijke indelingen in perken, parterres, borders, terrassen, het meubilair als vazen en beelden en wat je er verder nog in kan laten bouwen aan paviljoenen, koepels, kassen, obelisken, zonnewijzers, een `echokamer', grotten en fonteinen. Ook aan de fauna wijdt hij vele bladzijden, aan vogelkooien, bijenkassen, konijnenhokken en zelfs aan de kweek van zijderupsen. Daarna volgen uiteenzettingen over planten en of ze wel of niet een toekomst in de Engelse tuin hebben, hoe je moet kweken, planten, stekken en bemesten en wie dat allemaal moet doen. In een van de aardigste hoofdstukken behandelt Evelyn de `devices', vernuftige hydraulische toestellen die bewegen, spuiten of muziek maken. Zo beschrijft hij een waterklok, een waterorgel en beelden die kunnen zingen of trompetteren (door luchtverplaatsing opgewekt door mechanische waterdruk of door verhitting door de zon).

Elysium Britannicum is op een wetenschappelijke wijze uitgegeven, alle verbeteringen, doorhalingen en toevoegingen incluis. En met vele van Evelyns tekeningen erbij. Voor liefhebbers voor oude tuinen en `tuinfilosofie' is het een must, maar het is tegelijk een boek dat laat zien hoe een begaafde amateur in het midden van de zeventiende eeuw te werk ging tussen empirie en traditie: gretig feiten verzamelend, de laatste onderzoeken verwerkend, maar met de bijbel als fundament en met een diep respect voor de klassieke auteurs. Dat alles geschreven in een elegante stijl, waardoor een werkelijk virtuoos boek is ontstaan.

John Evelyn: Elysium britannicum, or the Royal Gardens. Edited by John E. Ingram. University of Pennsylvania Press, 492 blz. geïll. €100,99. ISBN 0-8122-3536-3

    • Roelof van Gelder