`Daar stonden we. Wat nu?'

Steeds vaker komen gezinnen op straat te staan. Ze komen veelal terecht in opvanghuizen als de Roggeveen in Amsterdam. 'In het begin is het hier leuk en aardig', zegt een dakloze vader over de Roggeveen. 'Ze beloven van alles. Ze gaan je schulden regelen. Maar het duurt allemaal erg lang.'

In de tussenmuur van de keuken zit een gat, de tegels zijn kapot. Drie weken geleden wilde Jos Ludwig (31) zijn vriendin Selma (25) slaan. Ze was dronken, ze ,,treiterde hem het bloed onder de nagels vandaan''. Maar Jos Ludwig dacht aan hun zoontje van 11 maanden, Daniël. Hij had het ouderlijk gezag over hem nog niet, en hij had al een waarschuwing van de leiding van de Roggeveen. ,,Als ik háár had geraakt'', zegt hij, ,,was ik dwars door háár heen gegaan.'' Jos Ludwig is er trots op dat dat niet is gebeurd. Hij vindt dat hij zich veel beter kan beheersen nu hij een kind heeft. Jos Ludwig, Selma en Daniël wonen in een `gezinsunit' van de Roggeveen, een opvanghuis voor dakloze gezinnen in de Westerparkbuurt in Amsterdam.

Nancy (28) – ze wil niet met haar achternaam in de krant – is ook trots. Ze is geen junk, geen prostituee. Iedereen die haar kent dacht dat ze dat zeker zou worden, met een jeugd als die van haar. Ze werd mishandeld door haar moeder, haar vader verwaarloosde haar. ,,Ik heb nog geluk gehad'', zegt ze. ,,Ik ben nooit verkracht.'' Nancy heeft twee dochters, van bijna 6 en van 4. Ze woonde tien maanden in de Roggeveen. Nu heeft ze, sinds mei vorig jaar, een flat in Amsterdam-Noord. Ze werkt als conductrice op de tram, 36 uur per week. ,,Als ik zou zeggen dat ik geen goed leven heb, zou ik niet de waarheid spreken.''

Rikha (29) – ook geen achternaam in de krant – zit met haar zoontje Ritchie van anderhalf op schoot bij het raam van haar gezinsunit. Haar twee dochters, Sabrina van 9 en Sharon van 7, maken kerststukjes in de kinderopvang van de Roggeveen. Rikha vertelt hoe ze aan het litteken op haar linkerwang komt. Haar moeder heeft haar geslagen, drie maanden geleden. De ring aan haar vinger veroorzaakte een diepe snee. ,,Het was op een woensdagavond, we hadden allebei veel gedronken'', zegt ze. Ze logeerde bij haar moeder, ze was bij haar man weggegaan. ,,Ze begon te zeggen dat het allemaal mijn eigen schuld was. Ze zei: je bent geen goede moeder en ook geen goede dochter.''

Rikha wilde weggaan, maar haar moeder deed de deur op slot. De kinderen waren wakker, Sabrina begon te huilen, Ritchie dook weg. Rikha probeerde uit het raam van de slaapkamer te klimmen. ,,Ik zei: mama, als je me niet laat gaan, bel ik de politie.'' Haar moeder duwde haar tegen de kaptafel. Rikha viel op bed. Haar tante, die er bij was, pakte haar moeder vast. En toen kon ze weg, het raam uit, met haar drie kinderen. ,,Daar stonden we'', zegt ze. ,,Ik dacht: wat nu?'' Ze sliep twee nachten bij een vriendin, drie nachten bij haar tante. De maatschappelijk werkster van het wijkcentrum in Amsterdam-Oost maakte een afspraak voor haar in de Roggeveen. Het was slecht weer, de tram kwam maar niet, Rikha was een halfuur te laat. ,,Dat werd niet geaccepteerd'', zegt ze. ,,Ik kon weer terug.'' De keer daarna was ze een uur te vroeg.

Rikha vindt dat het nu heel goed met haar gaat. Ze staat vroeg op, brengt met de bus haar dochters naar school, doet op de terugweg boodschappen bij Dirk van den Broek. Thuis maakt ze de bedden op, ze stofzuigt en ze kookt. Om één uur komt Ritchie van de crèche. ,,Dan doen we samen een dutje en om half drie gaan we de meiden ophalen.''

Luxeschulden

HVO-Querido (vroeger Hulp voor Onbehuisden) in Amsterdam, waar de Roggeveen onderdeel van is, heeft sinds een paar jaar samen met het Leger des Heils een afdeling die bemiddelt voor mensen die uit hun huis dreigen te worden gezet omdat ze de huur niet meer betalen. Die afdeling, de Vliegende Hollander, had het afgelopen jaar twee keer zo druk als het jaar daarvoor. In 2002 probeerde de Vliegende Hollander meer dan zeshonderd keer op het laatste moment te regelen dat mensen niet op straat kwamen te staan. En dat waren dan alleen nog de zogenoemde acute meldingen. Aan minder dringende gevallen is de Vliegende Hollander het afgelopen jaar niet toegekomen. Bij bijna honderd mensen, vaak met jonge kinderen, mislukte de bemiddeling. Hulpverleners in Amsterdam, maar ook in Rotterdam, zeggen dat het aantal dakloze gezinnen het afgelopen jaar flink is toegenomen. De opvanghuizen zitten vol. In de Roggeveen wonen nu twaalf gezinnen, er is eigenlijk maar plaats voor acht. Het Leger des Heils ziet ook steeds meer dakloze gezinnen.

Niemand weet precies hoe het komt. Er worden wel verklaringen bedacht. Stan Poels, directeur maatschappelijke opvang van HVO, denkt dat het door de euro komt. Mensen weten niet meer goed hoeveel hun geld waard is. ,,Maar dat klinkt zo flauw.'' Hij vindt dat het ook wel erg makkelijk is om bij postorderbedrijven op krediet te kopen. Elly Bens, afdelingshoofd van de Roggeveen, denkt dat woningbouwcorporaties strenger zijn geworden en eerder tot ontruiming overgaan. En ze denkt dat mensen meer dure merkartikelen willen hebben, waardoor ze sneller schulden maken. Twee jaar geleden deed de Universiteit van Amsterdam onderzoek naar mensen die uit hun huis dreigden te worden gezet. Het waren vaak de alleenstaande mannen met alcoholproblemen en weinig vrienden of familie. Maar het waren ook vaak gezinnen met kinderen die veel tegenslag hadden gehad. Ze maakten schulden bij hun huisbaas, het energiebedrijf, het ziekenfonds. Geen luxeschulden. Ze hadden wel vaak psychische problemen, maar ze waren niet psychisch gestoord. Er waren Marokkanen en Surinamers en Oost-Europeanen bij, en Nederlanders, in een verhouding die overeenkomt met de bevolking van een grote stad. In het onderzoek van de Universiteit van Amsterdam werd de Duitse socioloog Ulrich Beck aangehaald, die zegt dat in een samenleving waarin steeds minder vastligt en steeds meer gekozen kan worden, niet alleen de kansen toenemen, maar ook de risico's. Mensen die minder goed voor zichzelf kunnen opkomen, krijgen sneller moeilijkheden.

In de Roggeveen, een opvanghuis voor vrouwen en gezinnen, komen de mensen bij wie alles misging. Ze kwamen op straat te staan. In de Roggeveen kunnen ze een half jaar of een jaar blijven. Ze hebben, in een oud schoolgebouw, een eigen kamer met een keukenblok en een kleine slaapkamer voor de kinderen. De meeste bewoners zijn jong, tussen de 20 en de 40. Ze zijn, zoals Jos Ludwig, verslaafd geweest. Of ze zijn als kind mishandeld en verwaarloosd, zoals Nancy en Rikha. Maar afgelopen zomer zat er ook een man die een handelsbedrijf had gehad in Dubai. Hij was teruggekomen naar Nederland met zijn Filippijnse vriendin die zwanger was en niet in Dubai kon blijven omdat ze niet getrouwd was. Hun kind werd in de Roggeveen geboren. Op een woensdag in september waren ze opeens vertrokken. Een dag later kwam de politie. De man had tienduizenden euro's gestolen in de verfwinkel waar hij werkte.

En nu woont er ook een vrouw van 76, Martine Franken. Op eerste kerstdag zat ze, 's ochtends om elf uur, aan tafel voor het kersteten dat medewerkers van de Roggeveen voor de bewoners hadden klaargemaakt. Ze vertelde dat ze na de oorlog met haar man naar Zuid-Afrika was verhuisd. Een paar jaar geleden was hij overleden. Ze kreeg bijna geen pensioen. Ze kon de ziektekostenverzekering niet meer betalen. Er werd bij haar ingebroken. Haar bril werd op straat van haar gezicht gerukt. Ze werd beroofd nadat ze geld had opgenomen. Toen was ze naar Nederland gegaan, op 11 november. Ze had vierhonderd euro bij zich. Ze kende hier niemand meer, ze ging naar het Centraal Station in Amsterdam en zat daar een paar uur. Ze ging naar de politie. Daar konden ze haar niet helpen. Bij het Leger des Heils zag ze alleen junks en alcoholisten. Voor vijftig euro sliep ze in een hotel. De volgende ochtend ging ze naar de Sociale Dienst. ,,Ze hebben net zo lang voor me gebeld tot ik hier terecht kon.'' Over een paar maanden, denkt ze, heeft ze een eigen huis.

Trainingspak

De muren in de gezinsunit van Jos Ludwig en zijn vriendin Selma hangen vol met Ajax-sjaaltjes, Ajax-posters, toegangsbiljetten van wedstrijden, foto's van het elftal, een foto van hun baby Daniël met trainer Ronald Koeman, een foto van Daniël met Jari Litmanen, Daniël met Mido. Buiten vriest het. In de kamer van Jos en Selma is het zeker vijfentwintig graden, het raam staat open. De verwarming in de Roggeveen werkt niet goed. De medewerkers zetten de verwarming uit als het te warm wordt. De bewoners doen het raam open. Jos Ludwig draagt een zwart, mouwloos T-shirt, een spijkerbroek, een Ajax-pet. Zijn vriendin Selma is in trainingspak. Ze zit op de bank en kijkt naar de grond. Daniël is bij de buren.

Dertig jaar geleden woonde Jos ook al een keer in de Roggeveen, met zijn moeder. Hij was toen zelf een baby. Ze woonden met de andere gezinnen in één grote zaal. Er waren nog geen aparte kamers. ,,Die wandjes hebben ze er later tussengezet'', zegt Jos. Dunne wandjes, vindt hij. ,,Als je `hallo buren' zegt, horen ze dat. Je slaat er zo doorheen.'' Selma kijkt kwaad, ze mompelt: ,,En de kinderen maken herrie op de gang. Ik word er gek van.''

Jos Ludwig was meer dan tien jaar verslaafd aan heroïne. Als hij niet in de gevangenis zat, woonde hij bij zijn zus in Hoofddorp. Of hij sliep in een portiek van een flat in de Bijlmer, in een park in Diemen, of onder een brug bij het Waterlooplein. Selma woonde van haar vijftiende tot haar achttiende in een internaat. Daarna woonde ze drie keer samen met mannen die haar mishandelden. Ze heeft nooit gewerkt, ze zegt dat iederen die in het internaat had gewoond een uitkering kreeg. Ze leerde Jos kennen toen ze in het huis woonde van een alcoholist en een drugsverslaafde, vrienden van Jos.

Sinds die tijd gebruikt Jos niet meer. Hij kreeg een baan als glazenwasser. ,,Heerlijk vrij. Mooi uitzicht.'' Ze hadden samen een kamer in de Bijlmer, in onderhuur. Toen Selma nog maar net zwanger was, zei hun huisbazin dat ze de kamer zelf nodig had. Jos zegt dat ze toen meteen de spullen van Jos en Selma weggooide. De Ajaxspullen, en ook Selma's posters van Jody Bernal. ,,Ik heb haar een paar tikken gegeven'', zegt Jos. Selma kijkt even op en zegt: ,,Ze had alleen maar een oogwond en gekneusde ribben.'' Volgens de politie had Jos de vrouw vastgebonden, hij had haar geslagen en geschopt. Hij werd veroordeeld tot zes maanden cel. Net voor de geboorte van Daniël kwam hij vrij.

Nancy denkt dat zij ,,het enige bruine meisje'' is in Nederland dat kan schaatsen en zeilen. Op haar zestiende ging ze op schoolkamp in Friesland, bij Sneek. Daar leerde ze Jan en Janny kennen, ze had hen geholpen met het sjouwen van boodschappen. Ze ging nog een keer bij hen op bezoek en toen vroegen ze haar of ze een tijdje bij hen wilde komen wonen. Het werd zes jaar. ,,Mijn vader vond het meteen goed'', zegt Nancy. Bij hem voelde ze zich altijd te veel, hij had ieder jaar een nieuwe vriendin. En terug naar Suriname, naar haar moeder, kon ze niet. Die was altijd boos op haar. Op een avond, Nancy was elf, had haar moeder geroepen dat ze haar zou vermoorden. ,,Ik dacht, dan doe ik het liever zelf'', zegt Nancy. Ze dronk een fles azijn leeg. Een buurvrouw wilde haar naar het ziekenhuis brengen. Haar moeder trapte haar in haar maag.

Nancy deed leao, vanaf haar vijftiende had ze baantjes. Ze volgde cursussen voor schoonheidsspecialiste en voor secretaresse. Op haar vijfentwintigste, haar oudste dochter was twee en ze was zwanger van de volgende, kwam ze in de bijstand. Ze had een flat in de Bijlmer. Maar ze had ook een vriend die haar geld opmaakte en haar sieraden stal. De schuld bij de woningbouwvereniging liep op tot 1.800 gulden. Ze dacht toen nog dat ze een rekening had bij Fortis. Haar Friese pleegouders hadden die voor haar geopend toen ze achttien was. Maar er stond niets meer op. Ze denkt dat haar vader het geld eraf had gehaald, hij had een machtiging. Ze belde de woningbouwvereniging. De vrouw die ze aan de lijn kreeg, zei: wij horen zoveel smoesjes, u moet betalen.

Ze wachtte niet tot ze uit haar huis werd gezet. Ze kon terecht in het huis van haar vader. Die woonde bij een nieuwe vriendin. Nancy betaalde hem de huur contant, iedere maand vroeg hij een ander bedrag. Zevenhonderd gulden, duizend gulden. Op een dag werd hij door zijn vriendin het huis uitgezet. Vanaf die tijd vroeg hij steeds aan Nancy: wanneer ga jij hier weg? Hij vond dat ze maar naar een Blijf-van-mijn-Lijf huis moest gaan.

Leefgeld

Tot een echte ontruiming – deurwaarder op de stoep, verhuizers die de boel leeghalen, huilende kinderen – komt het niet vaak in de grote steden. De meeste mensen logeren dan allang bij familie of vrienden. Of ze vertrekken met de noorderzon. Dat woningbouwverenigingen vaker dan vroeger huurders hebben die de huur niet betalen is goed te zien aan het aantal ontruimingsvonnissen dat ieder jaar door de rechtbank wordt uitgesproken. Dat stijgt snel. Bij de Amsterdamse woningbouwcorporaties waren het er in 1996 ruim driehonderdvijftig. In 2001 waren het er drieduizend. En dan zitten daar de gegevens van Nieuw Amsterdam niet eens bij. Nieuw Amsterdam heeft alleen huizen in Amsterdam Zuidoost, de Bijlmer. In dat deel van de stad zijn naar verhouding de meeste ontruimingen van heel Amsterdam, daar zijn wel gegevens over. In 2001 waren het er 126. De meeste andere woningbouwverenigingen, met een groter huizenbezit dan Nieuw Amsterdam, hebben er per jaar niet meer dan vijftig.

Ontruimingsvonnissen en uitzettingen komen bijna altijd door huurschuld, soms door overlast of oneigenlijke bewoning. Volgens de Amsterdamse Federatie van Woningcorporaties laat het stijgende aantal ontruimingsvonnissen zien dat de woningbouwverenigingen minder geduldig zijn geworden met niet betalende huurders. Normale aanmaningen, zegt een woordvoerder van de Federatie, werken vaak niet. Mensen zijn er ongevoelig voor. Een ontruimingsvonnis is een laatste `incassomaatregel'. Niet betalende huurders zijn ook volgens de gegevens van de federatie meestal alleenstaande mannen, bijna nooit gezinnen. Maar het gebeurt wel dat een heel gezin op straat wordt gezet. In 2001 vijftien keer in Amsterdam. In 2000 dertig keer.

Vijftig euro `leefgeld' krijgt Rikha per week in de Roggeveen. Daar moet ze de boodschappen van betalen. Kleren heeft ze nog niet gekocht sinds ze in de Roggeveen woont. Haar kinderen dragen de oude kleren van de zoontjes van een vriendin. Rikha bakt zeker één keer per week pannenkoeken – goedkoop en de kinderen vinden het lekker. Ze koopt twee keer per week patat, met daarbij kant-en-klare kipsaté van de supermarkt, 32 cent voor drie stokjes. Verder maakt ze aardappelen met spinazie en champignons klaar, met kipsaté. Soms gaat ze naar de Marokkaanse of Turkse slager, voor goedkoop vlees.

Rikha heeft een schuld van zestienduizend euro. Bij de woningbouwvereniging en bij NUON, omdat haar vriendin aan wie ze haar huis had onderverhuurd de huur en het gas en licht niet had betaald. Rikha ging twee keer weg bij haar man en kwam twee keer terug. Haar huis hield ze aan, totdat ze zwanger was van Ritchie, haar derde kind. Toen dacht ze dat het echt goed zou komen tussen haar en haar man. Na de geboorte van Ritchie ging ze toch weg, ,,en nu voorgoed''. Haar man mishandelde haar. Hij gokte en dronk. Ze was zelf ook gaan drinken, 's avonds, om in slaap te kunnen komen.

Rikha heeft ook een schuld bij Prime Line, waar ze op afbetaling een stereo-installatie kocht voor haar moeder die vaak op de kinderen paste. En bij ABN Amro – ze had met haar man een lening afgesloten voor een andere auto. ,,De auto die we hadden was steeds kapot.'' En bij Wehkamp, waar ze kleren had besteld voor haar kinderen. In de tijd dat ze bij haar man weg was betaalde ze die af. Maar toen ze was teruggegaan, kwam dat er niet meer van.

De maatschappelijk werkster van de Roggeveen onderhandelt nu met de schuldeisers over de afbetaling van die zestienduizend euro. De kinderen van Rikha hebben net voor de tweede keer bij hun vader gelogeerd. Rikha heeft een nieuwe bezoekregeling met haar man afgesproken. Hij heeft beloofd dat hij echt niet meer zal drinken als de kinderen er zijn. Rikha is optimistisch, zegt ze. Ze drinkt alleen nog maar in het weekend, in de koelkast staan niet meer dan drie blikjes bier. Straks heeft ze haar eigen ,,stekkie''. Ze heeft zich laten inschrijven in Almere, waar haar man ook woont. ,,Ik heb de touwtjes weer in handen. Ik voel me tof, echt lekker.''

Stokbrood

In het rapport van de Universiteit van Amsterdam, over mensen die uit hun huis dreigen te worden gezet, staat ook de andere kant beschreven van wat de Duitse socioloog Ulrich Beck zijn individualiseringsthese noemt. In een samenleving waarin mensen meer te kiezen hebben kunnen ze misschien wel eerder in moeilijkheden komen, maar ze komen er ook weer eerder uit. Veel bewoners van de Roggeveen zijn zogenoemde `incidentelen'. Ze maken iets vervelends mee – bedrog, diefstal, ziekte, ontslag – waardoor ze plotseling geen geld meer hebben. In een steeds harder wordende samenleving kan het dan snel gaan. De `incidentelen', staat in het rapport, denken vaak dat het nooit meer goed komt met ze. Maar ze zijn goed te helpen, omdat ze geen andere ernstige problemen hebben, zoals een verslaving, of een gestoorde persoonlijkheid.

Andere bewoners van de Roggeveen horen bij de zogenoemde `herhaaldelijken': mensen die steeds weer terugvallen in gedrag waardoor ze problemen krijgen. Ze willen vaak graag geholpen worden, maar ze zetten zich ook af tegen hulpverleners. Ze houden zich slecht aan hun afspraken. Daarom zijn de regels in de Roggeveen streng. Bewoners moeten hun kamers netjes houden, de koelkasten worden gecontroleerd. Iedereen krijgt een proefperiode van twee maanden. Wie dan nog steeds denkt dat de Roggeveen een hotel is, moet weg. Maatschappelijk werkster Marjan van Hout: ,,Die mensen kunnen beter naar een sociaal pension. Bij ons moeten ze aan de slag. En er moet vooruitgang zijn.''

`Structurelen', de derde groep die in het rapport wordt onderscheiden, zijn er niet in de Roggeveen. Dat zijn mensen met zo veel problemen, dat ze bijna altijd echt dakloos raken. Meestal alleenstaande mannen, soms vrouwen. Als ze kinderen hebben, zijn die dan allang bij hen weggehaald.

Nancy snijdt in de keuken een stokbrood in stukken en legt er salami op. Ze heeft net voor een week boodschappen gedaan bij Dirk van den Broek, haar buurman is haar komen halen met de auto. Haar twee dochters zitten samen op één keukenstoel te wachten tot hun brood klaar is.

Toen ze echt niet langer in het huis van haar vader kon blijven, zegt Nancy, was ze naar de maatschappelijk werkster bij haar in de buurt gegaan. Die had ervoor gezorgd dat ze naar de Roggeveen kon. ,,Ik wilde eerst niet. Je schaamt je. Na een tijdje dacht ik: ik heb schijt aan wie me hier ziet.'' In de Roggeveen zei de maatschappelijk werkster, zegt Nancy, dat er eigenlijk niets met haar aan de hand was. Ze had alleen een vervelende vader. Nancy leerde opnieuw fietsen in de Roggeveen. Ze leerde hoe ze respect kan afdwingen, hoe ze brieven moet schrijven, hoe ze moet omgaan met officiële instanties. Na tien maanden vond ze zelf een huis, in Amsterdam-Noord. ,,Er zijn mensen in de Roggeveen die zeggen dat zij jou een huis horen te geven, dat je geld hoort te krijgen. Nee, zeg ik. Je moet het zelf doen.'' Vorig jaar kon ze bij het Gemeentevervoerbedrijf in de opleiding voor trambestuurder komen. Maar ze wil maatschappelijk werkster worden. Ze blijft nu liever nog conductrice.

Ze zegt dat ze gelukkig is. Over een paar maanden komt haar nieuwe vriend bij haar wonen. Hij is nog in Suriname, voor zaken. Ze hebben afgesproken, zegt ze, dat ze nooit tegen elkaar zullen liegen. ,,Het is een Hindoestaan. Hij slaat me niet, hij vernedert me niet en de kinderen zijn ook helemaal dood van hem.''Ze is blij, zegt ze, dat haar dochters het beter hebben dan zijzelf vroeger. ,,Ik schreeuw weleens tegen ze. Maar ik sla ze nooit. In ieder geval nooit met een stok of een riem.''

,,In het begin is het hier leuk en aardig'', zegt Jos Ludwig over de Roggeveen. ,,Ze beloven van alles. . Maar het duurt allemaal erg lang.'' Selma: ,,Je hebt niks te zeggen over je eigen geld. Je kan vijftig euro per week ophalen. Hoe kan je daar nou van leven?''

Selma krijgt een uitkering, die wordt beheerd door de Roggeveen. Jos heeft een baan als glazenwasser, maar hij zit nu al vijf maanden in de ziektewet omdat hij pijn aan zijn knie heeft. Zijn salaris krijgt hij wel zelf. Hij heeft drieduizend euro schuld, ,,nog van m'n verslaving''. En hij is duizend euro aan de sociale dienst aan het afbetalen. Daar had hij een keer een glazen deur ingetrapt. Selma heeft ruim zeshonderd euro schuld. Ze zegt dat ze een keer nét haar schuld bij de Postbank had afbetaald, en dat ze toen weer een aanbieding kreeg voor een krediet. ,,Dan vragen ze er toch om?'' Jos heeft met zijn bank, ABN Amro, afgesproken dat hij niet meer rood mag staan. Alleen nog voor automatische betalingen.

,,Door de euro is alles duurder geworden'', zegt Selma. Jos: ,,Het líjkt allemaal zo goedkoop.'' Selma: ,,Alles is duurder. Vroeger kostte een blikje Hollandiabier 60 cent, nu 41.'' Jos kwam, zegt ze, een keer thuis met een doos eieren van 1 euro 80. ,,Dat was bijna vier gulden, man.''

Selma krijgt in de Roggeveen gespecialiseerde thuiszorg, om te leren hoe ze Daniël moet verzorgen. Onzin, vindt ze. ,,Ik ben geen klein kind. Ze proberen je te dwingen.'' Maar zonder die thuiszorg mag ze niet in de Roggeveen blijven wonen. Meestal zorgt Jos voor Daniël.

In het tweede gesprek voor dit verhaal, als Selma een paar dagen bij haar moeder is, zegt hij: ,,Selma kan het niet. Als Daniël niet wil eten, loopt ze kwaad weg. Als hij 's nachts huilt, begint ze te gillen dat ze wil slapen.'' Selma heeft epilepsie en suikerziekte, en volgens Jos is ze alcoholist. Jos drinkt zelf ook, maar niet veel, zegt hij. 's Avonds rookt hij een jointje, als Daniël zijn laatste fles heeft gehad. Hij zegt dat andere bewoners niet snappen hoe hij het volhoudt met Selma. Maar hij heeft de voogdij over Daniël nog niet.

Het liefst zou hij buiten Amsterdam wonen. ,,Hier komen op straat van die halfgare, stinkende junks op me af. En die spreken me met m'n naam aan.'' Voor het gat in de keukenmuur heeft Jos een tweede waarschuwing gekregen. De eerste, een paar weken eerder, kreeg hij voor `fysiek agressief gedrag'. Hij had Selma op de grond geduwd. Nog één waarschuwing en hij moet weg uit de Roggeveen. Selma kreeg ook een waarschuwing, ze had Jos geslagen. Jos kreeg géén waarschuwing toen hij, na kerst, onverdund bleekmiddel in de gang had gegooid. Hij vond dat het stonk.