Comeback

Jos Verstapen mag weer racen in de Formule 1. `Onze Jos,' want in dit wereldje is incest een tweede natuur.

Nu hij zijn zitje heeft, kunnen de klaagzangen beginnen en dat is een geweldige opluchting. Ik werd zo verschrikkelijk down van het optimisme van Verstappen. Een jaar lang berichtte hij om de drie dagen, vanuit een Limburgse grot, dat hij de toekomst weer helemaal zag zitten. Hij kon morgen weer aan het racen zijn. Een nieuw contract was een kwestie van luttele details. Drie miljoen dollar is in de Formule 1 een detail.

Verstappen bleef maar roepen dat hij topfit was, zich een voelde met de paardenkrachten van elke bolide, geen spat had ingeboet op zijn doodsverachting, met alle gemak drie bochten tegelijk kon nemen. Een topteam kon niet uitblijven.

Het werd Minardi.

Het lelijke eendje van de Formule 1. In het negentienjarige bestaan behaalde het team nauwelijks punten. Dat wordt nu anders. Bij de presentatie van het nieuws zei teambaas Paul Stoddart: ,,Ik wilde Jos al anderhalf jaar geleden in mijn team. Hij is een echte charger. In Jos we trust!'' De woorden zijn te groot en te gevoelloos voor Verstappen. Jos is van kleine komaf, vooral in taal: taart, bal, pils, kerk, kus. Het woord `testen' is hem al te groot, het bekt niet.

De rentree van Verstappen in de Formule 1 wordt door de rijder uitgedragen als een formidabele comeback. Eigenlijk is het een nederlaag: Verstappen moet geld meebrengen. Hij is in de categorie der betalende rijders terechtgekomen. Dan heb je het over de tweede garnituur. Een racer met 91 Grand Prix achter zijn naam die 3 miljoen dollar op tafel moet leggen voor een dot gas kan bezwaarlijk gloriëren in zelfrespect.

Aan het geluk van Verstappen ging een verschrikkelijke intrige vooraf. De aanhangers van Jos en de fans van Christijan Albers, die ook lange tijd op een nominatie bij Minardi stond, bestookten elkaar in hun internet-chatboxen bij het leven. Verstappen kreeg vrolijk ingepeperd dat zijn handen immer los zitten: geen zomer zonder handgemeen. Van Albers werd dan weer gezegd dat op zijn website porno zou zijn ontdekt. Onderzoek wees uit dat het om een paar blote borsten ging. Kortom, ruzie in de polder om Minardi.

Insiders menen te weten dat, afgezien van het geld, Verstappen het gehaald heeft omdat hij zo'n snelle starter is. Dat is waar. Maar wat schiet het op als je in de eerste rechte lijn door driekwart van de tegenstand uit de wielen wordt gereden? In zijn hele carrière heeft Jos welgeteld zeventien WK-punten verzameld. Je kan dan wel een fabuleuze starter zijn, aan de finish worden de prijzen verdeeld. Wie zo'n kleine tien jaar doet over zeventien armzalige punten grossiert niet in succes.

Een Nederlander in de Formule 1: het blijft groot nieuws, zo bleek gisteren in de kranten. Waarom eigenlijk? Spreekt hier het onderhuidse verlangen naar kak en avantgarde. Het Monte Carlo-syndroom? Zeker, racen is lifestyle. Meer lifestyle dan sport, wellicht. Hoe goed is de Ford Cosworth-motor die Verstappen onder de kont krijgt, is de eerste vraag. Vervolgens komt het er op aan dat de ingenieur enige inventiviteit aan de dag weet te leggen in het stiekeme gerommel met de stand van de vleugels. En als dat allemaal in orde is, mag gehoopt worden dat de racer kan sturen, remmen en niet blind is voor de noodzakelijke pitsstop. Anders gezegd: de machine gaat voor de mens.

In een van zijn aandoenlijke ontboezemingen liet Jos Verstappen weten dat hij niet begreep dat een ex-wereldkampioen als Mika Hakkinen opeens geen trek meer had in de racerij. Hij daarentegen heeft na een jaar oponthoud meer honger dan ooit.

Als dat maar goed gaat.

Jos mag dan wel sloom van taal en motoriek zijn, op vier wielen wordt hij opeens een Hell's Angel. Vooral in het bochtenwerk. Als de crash wenkt, duwt Verstappen het gas nog wat dieper in. Het is een manier van leven, zullen we maar zeggen. Moedig en provocatief. Maar het korfje met de WK-punten wordt er niet voller op.

Verstappen debuteert in Australië. Ik zou er graag bij willen zijn. En dan kijken in zijn door de hitte verschroeide ogen en luisteren naar zijn geblakerde mond. Ik weet zeker dat hij zijn bolide na de wedstrijd een strelinkje geeft. Limburgers hebben gevoel voor intimiteit.

    • Hugo Camps