Christelijke school zet religie weer voorop

Ineens was er toch weer een hoofddoekjeskwestie deze week. Dat komt mede omdat het (christelijk) bijzonder onderwijs meer nadruk legt op de eigen identiteit, zeggen betrokkenen.

Een hoofddoekverbod op basisscholen is uitzonderlijk. Zowel in het openbaar als bijzonder onderwijs geldt een vrij algemene acceptatie van de islamitische hoofddoek voor meisjes. Wel constateren betrokkenen dat het bijzonder onderwijs zich meer bewust wordt van de eigen identiteit. Minister Van der Hoeven (Onderwijs) zei gisteren dat scholen het volste recht hebben hoofddoeken in de klas af te wijzen.

Eerder deze week werd bekend dat de protestants-christelijke basisschool Timotheus in Amsterdam een 12-jarig meisje met hoofddoek heeft geschorst. De leerlinge, die haar hoofddoek weigert af te doen, wordt uit de klas geweerd en zit hele dagen op de kamer van de directrice. Directie en bestuur van de school weigeren de maatregel toe te lichten.

De Besturenraad, de organisatie voor het christelijk onderwijs, hanteert geen richtlijn voor de 2.500 aangesloten scholen. Woordvoerder G. Huis: ,,Wij willen niets voorschrijven, dit soort dingen moeten de scholen zelf bepalen.'' Volgens Huis zijn protestants-christelijke scholen zich het laatste jaar, onder invloed van het maatschappelijk debat over waarden en normen, meer vragen gaan stellen over hun identiteit. ,,Maar het gaat daarbij om veel meer dan hoofddoekjes, het gaat om gedragsregels die strikter worden toegepast.''

N. Dullemans, adjunct-directeur van de organisatie voor katholiek onderwijs VBKO, constateert ook dat scholen hun religieuze signatuur weer belangrijker gaan vinden. Dullemans: ,,Waarschijnlijk heeft dat te maken met de polarisering sinds 11 september. De samenleving is ingewikkelder geworden, het migratievraagstuk heeft een sterke politieke lading gekregen. Daarom kan het hoofddoekje, dat de afgelopen periode nooit tot grote problemen heeft geleid, toch nog een issue worden.''

Voor openbare basisscholen is de hoofddoek als uiting van godsdienst ,,geen enkel probleem'', aldus een woordvoerder van de Vereniging Openbaar Onderwijs. De VOO vergelijkt een hoofddoek met een ,,halskettinkje met daaraan een kruisje'', en ziet daarom geen reden voor een verbod. Ook hier zijn de aangesloten scholen vrij om hun eigen gedragsregels op te stellen. In juni 2001 leidde een verbod op de openbare Vliegerschool in Den Haag tot protest van drie islamitische ouders. Na vruchteloos overleg werd dat verbod ingetrokken op last van de Haagse onderwijswethouder Heijnen. Inmiddels dragen acht tot twintig leerlinges op de Vliegerschool een hoofddoek, aldus de directeur. ,,Tijdens de Ramadan en deze kou zijn het er wat meer.''

Hoofddoekjes in het onderwijs hebben nog niet de rechter gehaald. Wel zijn er sinds 1994 vijf uitspraken gedaan door de Commissie Gelijke Behandeling – die niet juridisch bindend zijn. In vier gevallen, over stagiaires in het beroepsonderwijs, werd de hoofddoek toegestaan met een beroep op de vrijheid van godsdienst. Slechts in één geval vond de Commissie een hoofddoek ontoelaatbaar. Dat betrof een leerlinge op een openbare basisschool die haar hoofddoek tijdens de gymles niet af wilde doen, en dat vond de Commissie te onveilig. Inmiddels bestaat er een speciale gymhoofddoek.