Bungee jumpen zonder touw

Klifduikers zijn de grote attractie van de Mexicaanse badplaats Acapulco. Ze vertelden Peter Conradi over hun dagelijkse angst om te pletter te vallen op de rotsen.

Als versteend staat de jongen met zijn rug tegen de steile rotswand. Ruim 25 meter beneden hem de smalle strook water waarin hij moet duiken. Tegenover hem de toeristen die naar La Québrada zijn gekomen om hem en zijn collega's te zien duiken. Tien meter boven hem de laatste duiker, de ster van de avond, die op hem wacht.

Het waait hard in Acapulco en de zee is erg ruig. Golven van drie tot vier meter hoog komen met donderend geraas op het klif af en slaan kapot tegen de rotsen. De jongen, 17 jaar oud, weet dat hij moet duiken: op niet duiken staat ontslag. Zo zijn de regels van de Clavadistas, de duikclub van Acapulco.

Het klifduiken heeft Acapulco wereldfaam gegeven. Zeker na de film Fun in Acapulco (1963), waarin Elvis Presley aan het einde zijn moed moet bewijzen door van het klif te duiken.

In een lang uitgesponnen scène zien we hem, of beter zijn stand-in – Elvis is zelf nooit in Acapulco geweest – de rotswand beklimmen, bidden bij het kapelletje van Guadelupe (de Mexicaanse Maria) en zich opstellen op de springplaats. Na een paar keer diep ademhalen springt hij en komt met een sierlijke zweefduik in het water terecht. Als hij weer boven water komt, klinkt er een ovationeel applaus vanaf het terras. Elvis wordt op de schouders genomen en de trappen op getild. Bovenaan gekomen valt hij in de armen van Julie Andress, zijn geliefde in de film.

De zegen van Guadelupe

Op diezelfde plek zijn een kwartier geleden de zeven duikers afgedaald vanuit hun kleedkamer naar het terras voor de toeristen. Daar zijn ze het water ingedoken om vervolgens aan de overkant van het klif, ademloos gadegeslagen door het publiek, tegen de bijna loodrechte rotswand op te klimmen. Langer dan normaal hebben de duikers bij het kapelletje gebeden. De harde wind en de woeste zee maken het duiken nog gevaarlijker dan normaal. Toch zijn de eerste vijf duikers vrij snel van 25 meter naar beneden gedoken. Het wachten is nu op de jongen met een sprong van 25 meter, en de oudste duiker die als enige van 35 meter springt.

De duik van 35 meter is voorbehouden aan ervaren duikers. De jongere duikers klimmen wel de 35 meter naar de kapel, omdat ze nooit zonder de zegen van Guadelupe duiken. Maar daarna klauteren ze weer tien meter naar beneden. Langs de steile rotswand is dat bijna net zo'n bloedstollend gezicht als het duiken zelf. Een misstap is fataal: de duiker komt dan op de rotsen terecht, niet in zee.

In de jaren vijftig en zestig was Acapulco het Cannes van Mexico. Vooral de Amerikaanse jetset wist de Mexicaanse badplaats te vinden. Cruiseschepen meerden er aan en sterren als Cary Grant, Frank Sinatra, Gary Cooper, Liz Taylor en Richard Burton vierden er vakantie. De Nixons en – later – de Clintons gingen erheen op huwelijksreis. John Wayne en Johnny `Tarzan' Weissmüller hadden zelfs een hotel gekocht, waar bevriende Amerikaanse filmsterren zich terugtrokken als het leven in Hollywood hun te veel werd.

Het huidige Acapulco is niet langer een elitair vakantieoord. Langs de baai staan nu hoge betonnen hotels en 's avonds regeert de disco, net als in elke andere badplaats. Maar de duikers van La Quebrada duiken nog iedere dag van de rotsen. Zij zijn de enigen die dat mogen. De enkele keer dat anderen – vooral dronken toeristen – waagden te duiken vanaf La Quebrada hebben ze dat vaak met de dood moeten bekopen.

Gebroken oogkassen

Onder de klifduikers is sinds de oprichting van de Clavadistas in 1934 nog nooit een dodelijk ongeluk geweest. De Clavadistas is een bedrijf met vijftig mensen in dienst: dertig actieve duikers en twintig gepensioneerde duikers die nu toegangsbewijzen, souvenirs, foto's en frisdrank verkopen aan de toeristen. De meeste duikers komen uit Acapulco zelf. Het is een vak dat overgaat van vader op zoon, zoals bij Ignacio en Martín Chavez. Vader Ignacio (51) duikt sinds een jaar of tien niet meer, maar was in zijn tijd een van de beste duikers van Acapulco. In zijn huisje, dat tegen een van de vele heuvels in de stad is gebouwd, herinneren veel ingelijste foto's aan zijn glorietijd als duiker. Hij heeft regelmatig in het buitenland gedoken, onder meer in voormalig Joegoslavië (van de niet meer bestaande brug van Mostar), Spanje en Japan. Trots laat hij een foto uit een Japanse krant zien waarop hij staat afgebeeld terwijl hij vanuit een 35 meter hoge kunstmatige boom duikt in een niet al te diep bassin. ,,Je kunt beter van La Quebrada duiken dan in stilstaand water, zoals in dat bassin'', zegt hij. ,,Als je van 35 meter hoogte springt, kom je met zo'n negentig kilometer per uur in het water terecht. Dan is water hard. Elke duiker hier in Acapulco heeft verwondingen opgelopen: gebroken armen of handen, schouders uit de kom, gebroken oogkassen en kapotte trommelvliezen. Klifduiken is een vak dat je hooguit tot je veertigste kan volhouden. Niet alleen vanwege de lichamelijke kwetsuren, maar het is ook telkens weer een gevecht tegen de angst. Hoe ouder je wordt, hoe groter de angst.''

Het gaat de duiker op 35 meter te lang duren. Hij zou als laatste duiken, maar nu roept hij tegen de jongen beneden dat hij voor hem springt. Hij gaat op het uitstekende stuk rots staan en heft zijn handen in lucht. Na een paar seconden concentratie zet hij af, zweeft enkele seconden door de lucht en komt loodrecht in het water terecht. Het publiek klapt enthousiast en kijkt vervolgens weer naar de laatste duiker, op een hoogte van 25 meter moet hij zich letterlijk tussen hemel en aarde voelen.

,,Als je op 35 meter hoogte boven het klif staat is het stukje water waarin je moet springen heel klein: je ziet voornamelijk rotsen'', zegt zoon Martín (31). ,,Timing en concentratie zijn heel belangrijk. Je afzet moet niet te hard en niet te zacht zijn, je moet rekening houden met de wind, het klif moet redelijk gevuld zijn met water – ik heb twee keer bij een sprong met mijn voeten de bodem geraakt; dat voelt niet lekker – en het zeewater moet ook net even rustig zijn. Dat schiet allemaal door je hoofd in de seconden voordat je besluit te springen. En dan kies je intuïtief het juiste moment, maar toch blijft die angst altijd aanwezig.''

Sterstatus

Toch blijft Martín tot zijn `pensionering' – als hij veertig wordt wil hij ermee ophouden – klifduiker, zegt hij. Niet alleen vanwege het voor Mexicaanse begrippen vrij hoge inkomen van 100 dollar per week, maar ook omdat hij geniet van de bewonderende blikken van de toeschouwers. De duikers van Acapulco – gebronsd en atletisch gebouwd – zijn populair bij de vrouwelijke toeristen.

Het sterrendom zal de jongen op dit moment gestolen kunnen worden. Hij staat nog steeds naar de woeste zee beneden hem te staren. Dan eindelijk besluit hij te springen. Met een `holandès' – een salto achterwaarts, de makkelijkste sprong – verdwijnt hij in de kolkende zee. Een paar seconden later komt hij weer boven en grijpt het touw dat hem wordt toegeworpen. Toegejuicht door het publiek klautert hij naar het terras om vervolgens met gebogen hoofd snel de trappen op te lopen. Hij wil richting kleedkamer, maar wordt tegengehouden door de andere duikers: hij moet zich ook opstellen in het rijtje duikers bovenaan de trappen om de fooien van het publiek in ontvangst te nemen. Tot zijn verbazing krijgt hij het meeste geld toegestopt.

    • Peter Conradi