Allochtonen - dat zijn wij!

Tweeëntwintig immigranten begonnen in mei in Amsterdam aan een inburgeringscursus. Zo'n cursus is verplicht, anders is integratie bij voorbaat verloren, vinden alle politieke partijen. Maar werkt dat zo? En wie zijn de inburgeraars en wat zoeken ze in Nederland? `Je moet niet oefenen op winkeliers, dan moet de rij te lang wachten en worden de mensen boos.'

Bijna zes maanden na het begin van de inburgeringscursus staat docente Merel Borgesius nog steeds elk woord met al haar ledematen uit te beelden. De inburgeraars, de taal inmiddels enigszins machtig, moeten soms lachen om de acrobatiek van hun lerares Nederlands. ,,Ik moet erop letten dat ik het afbouw, als ze straks beter Nederlands spreken'', zei Borgesius juni vorig jaar toen de groep een paar weken bezig was met inburgeren.

De 22 vreemdelingen zijn sinds mei druk doende met de inburgeringscurus in een gebouw van het Regionaal Opleidings Centrum (ROC) in Amsterdam aan de Zocherstraat. Hier begint elke zes weken een cursus voor een groep nieuwkomers – jargon voor vreemdelingen die zich pas in Nederland hebben gevestigd – met een gemiddeld opleidingsniveau in eigen land. Sinds de invoering van de Wet inburgering nieuwkomers (WIN) in 1998 is de cursus verplicht voor alle migranten uit niet-geïndustrialiseerde landen. Analfabeten, laagopgeleiden en academici worden elders in Amsterdam ingeburgerd.

Heel vaak is de overdreven mimiek van Borgesius geen luxe. Gaandeweg worden de woorden moeilijker, de zinnen langer. In lokaal 12 legt Borgesius de inburgeraars de Nederlandse indeling van gebouwen uit. Ze raakt bijna de vloer als ze de begane grond wil verduidelijken. Als ze later het complexe Nederlandse onderwijssysteem moet uitleggen, breekt haar het zweet uit. Gebaren werken niet meer.

De inhoud van de taallessen bepaalt Borgesius meestal op basis van de actualiteit of de belevenissen van cursisten. De kennis moet toepasbaar zijn in het dagelijks leven, vindt ze. Als Nederland geteisterd wordt door een storm, behandelt ze de woorden wind en storm. En als de Wit-Russische cursiste Tatjana begin november haar portemonnee is kwijtgeraakt, gaat de les over aangifte doen bij de politie en het blokkeren van bankpassen.

De term inburgering is misleidend. De cursus leidt niet op tot nieuwe Nederlanders. De cursisten leren niet het Wilhelmus uit hun hoofd. De inburgering wordt geslaagd geacht als de cursist na vijfhonderd uur taalles en honderd uur onderricht over de arbeidsmarkt en maatschappijoriëntatie `zelfredzaam' is geworden. Dan moet hij kunnen winkelen, een gesprek kunnen voeren met zijn (huis)arts of aan een vervolgopleiding beginnen.

Dwang

Dat de cursus verplicht is gesteld, heeft in de praktijk nauwelijks iets veranderd, vindt Borgesius. Voorheen zaten de lokalen even vol, en waren de cursisten even enthousiast. De nieuwe wet heeft in de praktijk alleen maar voordelig uitgepakt voor de inburgeraars zelf. ,,De cursus wordt nu betaald door de overheid'', zegt ze. Eerder moesten de cursisten een eigen bijdrage van zo'n 65 euro betalen.

Jaarlijks volgen ongeveer 17.000 nieuwkomers een inburgeringscursus. Dit kost de overheid ongeveer 250 miljoen euro per jaar. De Tweede Kamer is benieuwd naar de precieze besteding van dat geld. De inburgering en de financiering zijn de belangrijkste onderwerpen van het parlementaire onderzoek naar integratiebeleid dat na de Kamerverkiezingen begint. Veel inburgeraars realiseren zich niet dat ze onderwerp zijn van een landelijk debat. Ze gaan gewoon naar de cursus in de Amsterdamse Zocherstraat.

In een van de computerlokalen slaat docente Mary van der Veen op enige afstand een groep studenten achter de computer gade. Ze ziet een Aziatische vrouw zwoegen. ,,Het is nieuw voor haar'', zegt Van der Veen over de onzeker ogende cursiste. ,,Ze moet het eerst alleen proberen. Als ze er niet uit komt, help ik haar wel. Nog beter is, als ze op eigen initiatief haar buurman om hulp vraagt.'' Op dat moment tikt de Aziatische haar Afrikaanse buurman aan. Van der Veen glimlacht tevreden. ,,Dit is dubbel goed. Wil hij het haar kunnen uitleggen, dan moet hij het zelf ook begrepen hebben.''

Volgens de leraressen – het zijn overwegend vrouwen die hier voor de klas staan – is de zelfstandige manier van leren voor veel cursisten nieuw. Het liefst horen ze de docente alles uitleggen en doen ze wat hun wordt opgedragen. Over de hoger opgeleide cursisten elders zegt Van der Veen: ,,Als ik academici zie, denk ik soms dat het mavo-leerlingen zijn. Zo afhankelijk zijn ze van ons.''

In lokaal 14 wordt luid gezongen. ,,Ga je mee naar Amsterdam? / Ja, leuk, wanneer? / Ga je mee naar het feest? / Nee, ik moet werken. / Komen jullie koffiedrinken? / Ja, doen we. / Komen jullie tv-kijken? / Ja, goed idee.''

Omdat herhaling leidt tot herinnering, laat Borgesius de inburgeraars deze fictieve conversatie keer op keer zingen. De taalriedels zijn ook bedoeld om de intonatie te leren. De Braziliaanse Elaine grijpt naar haar blote buik, zo hard moet zij lachen om haar eigen klanken in het Nederlands. Het luidst zingt de Turk Mustafa Topcu. Hij is de fanatiekste cursist van de 22. Soms tot ergernis, maar vaak ook tot hilariteit van anderen overstemt hij zijn klasgenoten. ,,Ik moet deze taal zo snel mogelijk leren'', zegt hij tijdens een pauze. Mustafa werkt in de catering van de RAI in Amsterdam, maar hij wil meer bereiken. Hij wil als kok aan de slag. Hij wil in mei, als het inburgeringsprogramma is afgelopen, beter Nederlands beheersen dan op niveau 2. Met dit niveau kunnen de cursisten zelfstandig winkelen, formulieren invullen, een klacht indienen, telefoongesprekken voeren of naar het vervolg(beroeps)onderwijs gaan. ,,Wat heb ik aan niveau 2?'', roept hij een keer tijdens de les, om meteen zelf het antwoord te geven: ,,Niets.''

Mustafa staat te trappelen om een beroepsopleiding volgen. Maar het liefst gaat hij terug naar Marmaris, de badplaats waar hij in de horeca werkte en waar veel Nederlandse toeristen komen. Daar een eigen restaurant of bar beginnen is en blijft zijn droom. Zijn vriendin, een budgetplanner bij de Amsterdamse politie die hij tijdens haar vakantie in Turkije ontmoette, gaat wel mee. Hoopt hij. En anders? Mustafa gaat in ieder geval. Zijn relatie zal de afstand wel overleven, verwacht hij.

Dat jonge migranten hun partners halen uit het land van hun ouders, is ter discussie gesteld door onder anderen Hilbrand Nawijn (LPF), de demissionaire minister van Integratie. Na een bezoek aan deze klas zou Nawijn waarschijnlijk onmiddellijk pleiten voor een verbod aan Nederlanders om in het buitenland op vakantie te gaan. Ongeveer 30 procent van de cursisten in deze klas bestaat uit Marokkanen die in het kader van de gezinshereniging naar Nederland zijn gekomen, de rest is, afgezien van een enkele vluchteling, door Nederlanders hierheen gehaald na een aanhoudende vakantieliefde.

Sami Karagülle (27) werkte als portier in de Turkse badplaats Bodrum, toen hij werd opgemerkt door zijn huidige vrouw, een kleuterleidster. De Indonesische Ati (32) is al jarenlang getrouwd met een KLM-medewerker. Ze hebben eerst een paar jaar in Indonesië gewoond. Haar landgenoot Indra (26) heeft ook een Nederlandse partner, evenals de Mexicaanse danser Renee, de Moldavische Olesea, de Wit-Russische Tatjana en Penda uit Gambia.

De Braziliaanse Elaine werd drie jaar geleden door een vakantievierende Nederlander aan de haak geslagen in een Zuid-Braziliaans stadje waar ze als verkoopster in een winkel werkte. Haar werk daar was saai, maar ze was wel gelukkig. Ze had haar zoontje bij zich en ze kon spontane gesprekken voeren, zo maakt ze met heel veel moeite duidelijk. Hier, zegt ze, werkt ze als kamermeisje in een hotel. Nog saaier dan in de winkel staan. Omdat ze het Nederlands niet goed beheerst, heeft zij haar spontaniteit verloren. ,,Veel denken over woorden. Pijn'', zegt ze, terwijl ze haar hoofd vasthoudt. Het verlangen naar haar zoontje, dat ze heeft achtergelaten bij familie, maakt haar niet gelukkiger. O jazeker, Elaine gaat ooit terug naar Brazilië. Het zou leuk zijn als haar Nederlandse vriend ook meeging. En als haar vriend niet wil? ,,Dan hier blijven'', zegt ze sip.

De cursisten hebben niet lang hoeven nadenken over hun komst naar Nederland, zeggen ze, ook al wisten ze weinig van het land. Serthina uit Ghana wist dat de `economie' hier goed was. Nu ze Nederland enkele maanden aan den lijve ervaart, is de Ghanese zeer te spreken over het Nederlandse `systeem'. ,,Als je ergens solliciteert, krijg je binnen twee weken een antwoord. In Ghana kan dat maanden duren'', zegt ze in de kantine waar de cursisten vaak samen lunchen.

De inburgeraars zijn zeer te spreken over Nederland. Het onderwijs, de gezondheidszorg, de sociale voorzieningen, democratie, goed bestuur. Alles is aanwezig voor een `menselijk' bestaan, vinden ze. ,,O'', is de verbaasde reactie van de Indonesiër Indra, als hij hoort dat veel Nederlanders juist klagen over deze dingen. De inburgeraars kijken elkaar vragend aan en zwijgen even.

De Marokkaanse Soumaya vindt de Nederlanders ,,zo rustig''. ,,Nooit last van ze.'' Soumaya wil maar zeggen dat Nederlanders niet negatief reageren op haar zwarte hoofddoek. Soumaya is geboren in Amsterdam, maar ze werd op haar vierde samen met haar zus Khalissa, die in dezelfde inburgeringsgroep zit, door haar vader naar Marokko gestuurd. Zo wilde hij voorkomen dat zijn dochters vervreemd raakten van hun cultuur. Kort voordat Soumaya en Khalissa achttien werden – de uiterste leeftijd voor gezinshereniging – kwamen ze terug naar hun geboortestad Amsterdam. Sindsdien dragen de zusjes hun hoofddoek, die ze in Marokko niet droegen. Dat heeft volgens Soumaya niets te maken met het gedrag van een `moslima in de diaspora'. ,,Op mijn achttiende werd ik volwassen, toen moest ik me bedekken'', zegt ze. Soumaya wil omstreeks haar 24ste trouwen en op den duur kinderen krijgen. Daarvoor wil ze graag boekhoudster worden. Ze verwacht niet dat haar hoofddoek een administratieve carrière in de weg zal staan. ,,Zo zijn Nederlanders niet. Er zijn meer moslimvrouwen die op hun werk een hoofddoek dragen.''

Indra is vooral ook te spreken over de `gedisciplineerde samenleving'. Het is hier geen zooitje zoals in Indonesië, zegt hij. Het enige punt van kritiek is dat je in Nederland niet aan de slag kan zonder diploma. Indra was herenkapper in zijn geboorteland. ,,Gewoon in de praktijk geleerd, van kinds af aan. Maar hier vragen ze naar mijn papieren als ik ergens solliciteer.''

Eén vraag houdt hem nog steeds bezig. ,,Waarom zijn er zoveel buitenlanders in Nederland?'', vraagt hij eens aan de groep tijdens de lunch.

,,Iedereen wil geld'', antwoordt Soumaya lachend.

,,Maar waarom laat Nederland ze toe?'', vraagt de Moldavische Olesea. Ze kan zich goed voorstellen dat zoveel verschillende mensen bij elkaar tot conflicten kunnen leiden. De groep zwijgt. Zelf is ze ervoor dat er veel buitenlanders zijn in Nederland. ,,Ik ben er zelf een, maar ik kan me goed voorstellen dat sommige Nederlanders moeite hebben met allochtonen.''

,,Allochtonen?'', vraagt Samuel uit Eritrea.

,,Dat zijn wij'', legt Olesea uit.

Wel of niet integreren is geen vraag voor de inburgeraars. ,,Je moet de taal spreken van het land waar je woont'', zegt Indra. De rest knikt bevestigend. ,,We moeten ook vaker Nederlands spreken'', zegt Serthina. Ze vindt alleen de inburgeringscursus niet voldoende. ,,Maar Nederlanders praten altijd Engels tegen me, als ze horen dat ik niet zo goed Nederlands praat.''

,,Je moet ook niet met winkeliers willen oefenen'', reageert Olesea in redelijk goed Nederlands. ,,Als andere klanten staan te wachten, hebben ze geen tijd voor je slechte Nederlands. Je moet oefenen met je collega's op je werk, of met je buren.'' Zelf spreekt Olesea Nederlands met haar collega's op haar schoonmaakwerk.

,,Ik zie mijn buurman nooit'', zegt Serthina.

Verblijfsvergunning

Demissionair minister Nawijn heeft onlangs voorgesteld de inburgeraars weer zelf te laten betalen voor het verplichte inburgeringsprogramma. Een deel van het cursusgeld kunnen ze dan terugkrijgen, als ze met succes zijn ingeburgerd. Dit voorstel wordt ook door D66 gesteund. Nawijn vindt verder dat een succesvolle afronding van de inburgeringscursus een voorwaarde is voor een permanente verblijfsvergunning.

Maar de LPF is allang niet meer de enige partij die inburgeraars strenger wil aanpakken. Zowel PvdA als CDA wil migranten die weigeren in te burgeren korten op hun uitkering of een boete opleggen. De VVD gaat nog een stap verder: buitenlanders die de inburgeringscursus niet met succes doorlopen, moeten geen verblijfsvergunning krijgen.

Zoals de inburgering nu geregeld is, zakt niemand voor de eindtoets. Volgens een onderzoek van het Bureau Regioplan uit 1999 haalt 20 procent van de cursisten de norm niet binnen de gestelde termijn van 600 uur. Zij moeten de cursus voortzetten.

Als het plan van Nawijn wet wordt, is docente Borgesius degene die moet bepalen wie mag blijven en wie moet vertrekken. Een ondoenlijke taak, zegt Borgesius. Onmenselijk ook, vindt ze, maar ze denkt niet dat het ooit zover zal komen. Mocht het toch gaan gebeuren, dan weet ze nu al wat ze zal doen. ,,Ik ga zeker frauderen en iedereen een voldoende geven'', zegt ze stellig.

Samuel uit Eritrea zou zeker terug moeten, als Nawijn zijn zin krijgt. Samuel is de zwakste in de klas, hoewel hij naar omstandigheden nog goed presteert. Hij is zo'n zeven maanden in Nederland, zijn vrouw studeert voor apothekersassistente. De gewezen beroepswielrenner moet nog erg wennen aan het Latijnse alfabet. Eigenlijk zou hij elektrotechniek willen studeren. Een juiste keuze, als het aan zijn docente ligt. ,,Hij kan het'', zegt ze. ,,Alleen heeft hij meer dan die 600 uur nodig om te wennen. Ik zou hem voor geen goud willen terugsturen. Nooit.''

Na de zomervakantie blijkt Elaine verdwenen. Niemand weet waar ze verblijft. Haar mobiel geeft geen gehoor. Als ze niet op tijd terugkeert in de schoolbanken, wordt ze uitgeschreven. Sancties? ,,Dat is nu even onduidelijk in Amsterdam'', zegt Borgesius. Bij ongeoorloofd verzuim kunnen nieuwkomers gekort worden op hun sociale uitkering. De gemeenten hebben ook de mogelijkheid om nieuwkomers zonder bijstandsuitkering een boete op te leggen. Maar dergelijk beleid heeft nauwelijks gevolgen, omdat nieuwkomers de boetes zelden betalen en ook zelden terugkomen, concludeert Bureau Regioplan in het eerdergenoemde onderzoek uit 1999.

Ook de Turk Sami Karagülle dreigt af te vallen. Kort na de zomervakantie denkt hij erover te vertrekken naar familieleden in Finland. Daar schijnen migranten het gemakkelijker te hebben. Eind oktober krijgt Sami, nadat hij enkele dagen achter elkaar niet was komen opdagen, een waarschuwing. Maar hij heeft een geldige reden, vindt hij zelf. Hij werkt sinds kort zes avonden in de week in een Turks-Italiaans restaurant. Tijdens de lessen van Borgesius en in de pauzes leert hij de menukaart uit zijn hoofd. Sinds hij werkt, ligt hij niet voor drie uur 's nachts in zijn bed, terwijl hij vijfenhalf uur later alweer naar school moet. ,,Ik stop hiermee'', zegt hij. Hij heeft zich alvast op de hoogte gesteld van de mogelijke gevolgen. ,,Ze kunnen me hooguit een geldboete geven. Die betaal ik gewoon.'' Maar ondanks deze dreigende taal blijft Sami vooralsnog inburgeren.

Drie vrouwelijke cursisten zijn zwanger. ,,Gezinsvormers, hè'', zegt Borgesius. De aanstaande moeders zullen nog voor het einde van de cursus in mei bevallen. Ze mogen de inburgering dan later afmaken, zoals Serthina uit Ghana. Door haar zwangerschap en de geboorte van haar kind is zij vier maanden lang niet naar de cursus geweest.

De Algerijnse Selina gaat sinds haar zwangerschap ook met een hoofddoek door het leven. De voormalige marketingmedewerkster kwam na haar huwelijk met een Algerijnse productiemedewerker naar Nederland. Nu ze moeder wordt, vindt haar man dat ze haar kastanjekleurige haar moet bedekken. Zelf is ze er niet echt blij mee, te oordelen naar het gebaar dat ze maakt na de vraag waarom ze de wens van haar echtgenoot inwilligt. ,,Zo is het nou eenmaal.'' Ze vertrekt uit de Zocherstraat, om na de bevalling de cursus af te ronden bij een ROC bij haar in de buurt in Amsterdam-Zuidoost.

De Syrische Hanan, ook zwanger en een van de beste cursisten, legt versneld de test op niveau 1 af, voordat ze eind november met zwangerschapsverlof gaat. Ze zal met vlag en wimpel slagen, weet ze. Ze glundert als ze haar antwoorden inlevert.

Kinderopvang

Het is nog maar de vraag of Selina, Hanan en Fatima de cursus kunnen hervatten. Ook als ze zouden willen, ze zijn afhankelijk van kinderopvang. Naast zwangerschap en zorg voor het gezin is het ontbreken van kinderopvang de voornaamste reden voor vrouwen om voortijdig af te haken. Volgens het onderzoek van Bureau Regioplan uit 1999 valt 15 procent van alle inburgeraars tijdens de cursus uit. Mannen haken vaak af als ze betaald werk hebben gevonden.

De uitval in de groep van Borgesius komt halverwege de cursus overeen met de cijfers uit 1999. De Braziliaanse is met onbekende bestemming vertrokken. Een Egyptische cursist heeft uitstel gekregen wegens gezondheidsproblemen, en een Marokkaanse komt om onbekende redenen ook niet meer opdagen. Selina is met zwangerschapsverlof. De Mexicaanse danser Renee is gestopt, hij is beroepsdanser geworden.

Naast zelfredzaamheid is de toetreding tot de arbeidsmarkt of doorstroming naar een vervolgopleiding het hogere doel van het inburgeringsprogramma. Volgens het onderzoek van Regioplan lukt dat eenderde van de cursisten. Een aantal nieuwkomers vindt zelf zijn weg in Nederland, zoals ook bij deze groep het geval is. Recentere gegevens zijn er niet. Uit het onderzoek van 1999 bleek dat 15 procent van de cursisten na 600 uur inburgeren voldoende Nederlands spreekt om op de arbeidsmarkt een plekje te kunnen vinden en dat 25 procent voldoende Nederlands spreekt om boodschappen te kunnen doen; 60 procent spreekt nauwelijks Nederlands. Doordat de criteria waarop Regioplan zich baseert onduidelijk zijn, zijn ze moeilijk toe te passen op de prestaties van de groep van Merel Borgesius. Haar cursisten stappen begin november, drie weken eerder dan gepland, over naar het lesmateriaal op niveau 2. Daaruit blijkt, volgens Borgesius, hoe goed haar cursisten het doen.

Begin november gaan de cursisten gezamenlijk naar Artis. Samuel uit Eritrea vertelt uitgebreid over hagedisachtigen die hij vergelijkt met de soorten in zijn geboorteland. Penda uit Gambia voert een geestig gesprek in het Nederlands met een aap alsof ze een oude vriend is tegengekomen. Hier is goed te zien hoever de cursisten zijn gevorderd met hun Nederlands.

Paul Valenkamp van Artis leidt de groep inburgeraars rond. Terwijl hij tekst en uitleg geeft, houdt hij rekening met het gebrekkige Nederlands van zijn gasten. Zijn boodschap en zijn grappen komen goed over, gezien de vele vragen en spontane reacties in het Nederlands. Valenkamp leidt vaker nieuwkomers rond. De groep van Borgesius krijgt van hem een `prima'. ,,Ze stelden zelfs vragen'', zegt Valenkamp na afloop. Elke keer weer valt het hem op ,,hoe fijn'' inburgeraars met elkaar omgaan. Hij doelt op de ontspannen grappen en op het delen van eten en drinken. ,,Je ziet dat er een samenhang is binnen zo'n groep. Jammer dat we diezelfde samenhang niet breder in de samenleving terugzien.''

Dit is het eerste deel van een serie over 22 Amsterdamse inburgeraars. De serie wordt komende week elders in de krant voortgezet.

    • Ahmet Olgun