Het nieuws van 11 januari 2003

Een dodelijk eiland

Onmiddellijk na verschijnen in 1719 werd Daniel Defoe's Robinson Crusoe een succes. Niet alleen in Engeland, maar ook op het continent. Er verschenen vertalingen en er onstond een nieuw genre, de `robinsonade' waarin het accent de ene keer op het avontuur van een stranding op een onbewoond eiland lag, de andere keer op een utopisch ideaal dat op zo'n eiland werd verwerkelijkt. In de bibliotheek van het Nederlands Scheepvaartmuseum Amsterdam bevindt zich een zeldzaam drukwerkje dat in eerste instantie op een fictieve dramatische variant lijkt. Dit boekje, An authentick Relation of the many Hardships and Sufferings of a Dutch Sailor werd in 1728 in Londen uitgegeven. Het is de Engelse vertaling van een Nederlands dagboek dat op Ascension zou zijn gevonden en dat geschreven was door een Hollander die als straf voor zijn `sodomitische zonden' was achtergelaten. Het werkje beleefde twee aangedikte herdrukken en vormde in de twintigste eeuw nog de basis voor een roman. Wie het origineel leest, zal in eerste instantie denken dat het een van de vele verzonnen robinsonades is. Die mening is nu voorgoed ontzenuwd door het speurwerk van de kunsthistoricus Michiel Koolbergen. Hij vond in uiteenlopende bibliotheken en archieven reisgeschriften, scheepsjournalen en andere bronnen die bevestigen dat het hier een waar gebeurd drama betreft. In 1725 werd de uit Den Haag afkomstige Leendert Hasenbosch, die als boekhouder bij de VOC had gediend, afgezet op het strand van Ascension, voorzien van eet- en drinkgerei, twee emmers, een oude braadpan, wat rijst, erwten en water, een musket en een bijbel.