Weg met deze politie!

Verkiezingen, een kabinetsformatie en een nieuw kabinet staan voor de deur. Maar niet alleen moet er straks een nieuw kabinet komen, Nederland is ook toe aan een nieuwe politie. Want afgezien van de NS, is er geen organisatie die zo'n belangrijke maatschappelijke functie vervult en die zo slecht presteert.

Bij de politie werken in totaal ca. 50.000 mensen, van wie velen weliswaar hard werken, maar hun inzet heeft weinig effect. Zij worden slecht aangestuurd. Het ontbreekt de korpschefs, een enkeling uitgezonderd, aan visie en kritisch vermogen. De korpschefs bepalen hun eigen prioriteiten en tonen zich meesters in het bedenken van excuses als het verkeerd gaat. Te weinig cellen, te weinig harde aanpak van veelplegers, te weinig bevoegdheden, te weinig mensen.

Niet alleen is het oplossingspercentage in Nederland met 15 procent laag te noemen, tijdsbestedingsonderzoek toont aan dat de politie één van de minst ondoelmatige organisaties in Nederland is. De kernteams, de opvolgers van de Interregionale Recherche Teams, ontberen betrouwbaar inzicht in de criminaliteit. Het OM geeft onvoldoende leiding aan onderzoeken. Veel ervaren rechercheurs lopen weg.

De democratische controle op de politie is zoek sinds in 1993 de huidige 25 regio's werden ingesteld, onder leiding van een door de Kroon benoemde korpschef. Bestuurlijk verantwoordelijk is de korpsbeheerder, meestal de burgemeester van de grootste gemeente in de regio. Het is onduidelijk door wie de korpsbeheerder wordt gecontroleerd.

Het kan anders en beter: de politie moet gemeentelijke politie worden, betaald uit het gemeentefonds. Op die manier komt de verantwoordelijkheid voor de veiligheid en voor de politie waar ze hoort: bij de gemeente. Met als hoogste orgaan de gemeenteraad, die jaarlijks de prioriteiten stelt. Met als bestuurlijk verantwoordelijke de burgemeester, die verantwoording aflegt aan de raad en met als operationele baas de chef van de gemeentepolitie, die leiding geeft aan zijn korps.

De gemeentelijke politie is mogelijk, onder meer omdat er een nationale recherche komt. Bij gemeentelijke politie wordt er vaak gevreesd voor een te kleine schaal, waardoor noodzakelijke deskundigheid voor specialismen te veel versnipperd zou worden. Die versnippering zal zich dus bij de recherche niet voordoen. Overigens heeft de versnippering kennelijk slechts gedeeltelijk met een kleine schaal te maken. Het ontstaan van de huidige regiopolitie in 1993 is gepaard gegaan met een ongekende afbraak van specialismen: de recherche, de kinder- en zedenpolitie, de vreemdelingendienst, de aanpak van fraude-zaken.

Gemeenten die zichzelf te klein vinden voor een eigen gemeentepolitie, kunnen samen met andere gemeenten hun gezamenlijke gemeentepolitie maken. Dat kan ook voor bepaalde specialismen. Een aantal gemeenten kan elk zijn eigen gemeentepolitie hebben, maar bijvoorbeeld een gezamenlijke vreemdelingenpolitie.

De VNG zou een model moeten ontwikkelen voor de nieuwe politie. Een heldere visie op haar kerntaken en alles wat daar niet toe behoort moet door anderen worden gedaan; doeltreffendheid waardoor een drastische verhoging van de oplossingspercentages bereikt wordt; doelmatigheid zodat administratieve procedures worden vereenvoudigd, flexibele roosters en eenmans-surveillance; de specialismen en de daarvoor noodzakelijke mensen; het opleidingssysteem met veel mogelijkheden voor horizontale instroom en het opdoen van ervaring buiten de politie; informatisering, zowel binnen een korps, als tussen de gemeentelijke korpsen – deze zaken moeten in een model worden uitgewerkt.

De VNG zou te rade moeten gaan bij buitenlandse politiefunctionarissen en andere experts. De politie New York heeft meer ervaring met eenmans-surveillance en met aanpak van de criminaliteit, de politie in Engeland heeft meer ervaring met maatstaven voor effectiviteit en het afleggen van verantwoording aan politieke organen, in Nordrhein-Westfalen doen ze het kennelijk ook zo gek nog niet en Albert Heijn heeft meer ervaring met klanten (aangiftes) en met logistiek. Van belang is dat men zich voortdurend realiseert dat het gaat om een model dat niet opgelegd moet worden, maar dat door iedere gemeente op zijn eigen wijze wordt ingevuld.

Per gemeente is een belangrijke eerste stap: de benoeming van een korpschef. Die moet ervoor zorgen dat er een korps komt dat past bij die gemeente. Een korpschef van de voormalige regio-politie is in principe ongeschikt als korpschef van een grote gemeente. Hij heeft er immers een potje van gemaakt.

Drs. J.G.H. Quint is organisatie-adviseur. NRC Handelsblad organiseert i.s.m. De Balie vanavond een `buitenparlementaire enquête' naar het veiligheidsbeleid. Informatie op www.nrc.nl