Vrede gaat pijn doen op Cyprus

Iedereen wil wel vrede op Cyprus. Maar voor de Turks-Cyprische inwoners van Güzelyürt wordt de prijs hoog. Volgens het VN-plan moet Güzelyürt aan de vroegere Grieks-Cyprische bewoners worden teruggegeven.

Elke nacht komen de Grieks-Cyprioten weer bij Mehmet langs. Zodra hij zijn ogen heeft gesloten, droomt de Turks-Cyprioot hoe de `Byzantijnen' vele jaren geleden zijn vader vermoordden. Het was een simpele herder die Grieks-Cyprische extremisten tegen het lijf liep. En dan zijn broer, een van de vele slachtoffers van de moordpartijen die in Turks-Cyprische dorpen plaatshadden. Ook Mehmet werd bijna door Grieks-Cyprische extremisten geliquideerd, maar ze spaarden hem toen ze ontdekten dat hij een kunstbeen had. Maar met dat houten been moest hij in 1974 wel vluchten, weg van het zuiden, waar de Grieks-Cyprioten huishielden, naar het veilige noorden, dat inmiddels door het Turkse leger was bezet. Een nacht duurt maar acht uur – maar in die paar uur passeren jaren van ellende uit het verleden de revue.

Na zo'n nacht van gruwelen placht Mehmet zich altijd te bedenken dat hij in zijn huidige woonplaats Güzelyürt in de Turkse Republiek Noord-Cyprus eindelijk vrede gevonden heeft en dat het verleden alleen nog in zijn nachtmerries bestaat. Tot november. Toen kwamen de Verenigde Naties met een nieuw vredesplan en tot zijn grote verbijstering ontdekte Mehmet dat hij op zijn oude dag weer met zijn houten been op de loop moet. Güzelyürt werd vóór 1974, toen het Turkse leger het noorden van Cyprus bezette, immers vooral door Grieks-Cyprioten bewoond. Volgens de VN is het niet meer dan rechtvaardig dat de Grieks-Cyprioten die in 1974 Güzelyürt uit angst voor het Turkse leger verlieten, hun stad terugkrijgen. En dus moeten Mehmet en al die andere Turks-Cyprioten die na hun vlucht uit het zuiden in Güzelyürt een nieuw leven opbouwden, weg. ,,Dan moet ik voor de vierde keer op de loop in mijn leven'', zegt Mehmet somber in de plaatselijke kapsalon. ,,Ik ben zo oud maar ik moet weer.''

Mehmet is niet de enige die `weer moet' – alleen de plaatselijke advocaat was voor 1974 eigenaar van zijn huis en mag dus blijven. Alle andere Turks-Cyprioten die nu in Güzelyürt wonen, kregen in 1974 de achtergelaten woningen van de Grieks-Cyprioten en moeten dus weg. Dat de VN de huidige inwoners van Güzelyürt een gloednieuwe stad in het vooruitzicht hebben gesteld (die ergens in het Turkse deel van Cyprus uit de grond gestampt moet worden) doet weinig om de pijn te verminderen.

De komende tijd zal blijken of de Turks-Cyprioten bereid zijn om die pijn te accepteren in het belang van verzoening. Voor de Turks-Cyprische leider Denktas was de kwestie-Güzelyürt vooralsnog een van de redenen om de vredesvoorstellen van de VN af te wijzen. De VN hadden gehoopt dat de leiders van beide gemeenschappen op Cyprus op de Europese top van Kopenhagen in december een vredesakkoord zouden ondertekenen. Maar vooral door het verzet van Denktas, die gedwongen verhuizing van Turks-Cyprioten afwees, was dat niet mogelijk. Inmiddels hebben de VN een nieuwe termijn gesteld: beide gemeenschappen mogen tot eind februari bedenken of ze de plannen accepteren of niet.

Ook de vele Turken die uit Turkije zelf naar Cyprus kwamen, zijn zich ervan bewust dat vrede pijn kan doen. De Grieks-Cyprioten zien die migranten eigenlijk als indringers en zouden ze het liefst direct willen terugsturen naar Turkije. De plannen van de VN gaan minder ver, maar ook de volkerenorganisatie wil alleen Turken op Cyprus houden die inmiddels de Turks-Cyprische nationaliteit hebben verworven. ,,Maar die nationaliteit krijg je niet zomaar'', vertelt een Turkse jongen in Lefkosa die haar niet heeft kunnen bemachtigen. ,,Je moet met een Cyprische trouwen of heel veel jaren hier officieel werken.'' En dat officiële werken is op Cyprus een groot probleem – net als in Turkije zelf hebben veel bazen hun werknemers zwart in dienst. De verwachting is daarom dat van de 100.000 Turken die nu op het eiland verblijven, er zo'n 50.000 mogen blijven. Voor de rest eindigt hun droom van een nieuw leven op Cyprus met een enkele reis terug naar het moederland. ,,De sfeer voor mensen zonder de goede papieren is nu al harder geworden'', zegt de jongen in Lefkosa. ,,Ik durf 's avonds na acht uur niet meer alleen op straat te lopen, omdat ik dan grote kans loop gearresteerd te worden.''

Enige weken geleden organiseerden voorstanders van een vredesakkoord een grote demonstratie in Lefkosa. Zij willen vrede omdat Cyprus in 2004 zoals het er nu uitziet lid mag worden van de Europese Unie, en het Turkse deel daar na hereniging ook van profiteert. Het verleden is voorbij, zo zeggen zij, alleen de toekomst telt.

Maar is het verleden op Cyprus ooit voorbij? ,,Voorlopig niet'', zegt advocaat Hakki, die groot voorstander is van een vredesakkoord. ,,Het moet langzamerhand wegkwijnen.'' Als een van de weinigen in Güzelyürt heeft de advocaat ook oog voor de pijn van de Grieks-Cyprioten die in 1974 huis en haard in Güzelyürt moesten verlaten. En zelfs in Turks-Cyprus begint inmiddels het besef door te dringen dat ook het Turkse leger bij de campagne in 1974 flink heeft huisgehouden. ,,Iedereen heeft pijn'', zegt de advocaat in zijn stamrestaurant. ,,Vergelijk het maar met Duitsland na de Tweede Wereldoorlog. Langzamerhand moet je weer leren om met elkaar samen te leven.''

    • Bernard Bouwman