Van schelpen tot kerosine tot Koninklijke/Shell

De historie van de Koninklijke/Shell Groep begint 132 jaar geleden in Londen. In 1870 erft Marcus Samuel een handelsbedrijf van zijn vader. De onderneming importeert zeeschelpen uit het verre oosten, maar Samuel breidt deze activiteit al snel uit met de handel in kerosine. In 1897, nadat hij een overnamebod van het Amerikaanse Standard Oil heeft afgewezen en een eigen vloot olietankers heeft gekocht, richt de Brit het bedrijf Shell Transport and Trading op.

De toekomstige partner Koninklijke Olie (Royal Dutch) wordt ondertussen in 1890 opgericht door de Nederlander Aeilko Zijlker die olie heeft gevonden op Sumatra, in het huidige Indonesië.

Samuel, Zijlkers opvolger Henri Detering en de Rothschild-familie gaan in 1903 samenwerken in Azië. Gedrieën vormen zij een blok tegen het machtige Standard Oil dat al jarenlang tracht de overhand te krijgen op de Aziatische markt. Zowel Koninklijke Olie als Shell Transport and Trading doen het goed in het verre oosten, maar de activiteiten buiten Azië gaan steeds minder voorspoedig. In 1907 besluiten Samuel en Detering dan ook te fuseren. De Nederlanders krijgen 60 procent van de Koninklijke/Shell Groep (Royal Dutch/Shell), de Britten 40 procent.

Enkele jaren later, in 1911, valt Standard Oil uit elkaar. De Nederlands-Britse combinatie ruikt een kans en begint een jaar later olie naar de Verenigde Staten te exporteren vanuit Sumatra. De VS is een zeer aantrekkelijke markt voor het bedrijf omdat, ook in deze jaren al, het autoverbruik explosief stijgt en de vraag naar brandstof sterk toeneemt. Het concern koopt in hoog tempo bedrijven op in de VS en bouwt er raffinaderijen om de ruwe olie tot brandstof te maken. In 1929 kan er in elke Amerikaanse staat een Shell-product gekocht worden.

Sindsdien is de onderneming snel verder gegroeid in de grootste energiemarkt ter wereld. In 1970 opende het een hoofdkantoor in Houston en in 1979 werden de oliereserves flink opgestuwd door de aankoop van Belridge Oil.

Momenteel strijdt het met concurrent BP uit Groot-Brittannië om de tweede plaats na ExxonMobil, 's werelds grootste beursgenoteerde energiebedrijf. In de VS is Shell de grootste speler in de olie- en gasexploitatie in de Golf van Mexico en koploper in het boren op zeer grote dieptes in de Golf. Shell plukt de vruchten van het doorzetten. Waar veel andere oliemaatschappijen het boren in de Golf voor gezien hielden, bleef Shell. De beloning kwam in 1989 toen het enorme Mars-olieveld werd ontdekt.

Het was een van de weinige succesverhalen uit de VS waar Shell achterliep bij de grote concurrenen. Die veranderde de afgelopen twee jaar door enkele overnamen.

Sinds vorig jaar heeft het 22.000 bezinestations, en is daarmee de grootste uitbater van benzinestations in het land. Het verkreeg deze positie door partner Texaco uit te kopen uit een joint venture. Deze venture werd in 1998 opgericht door de twee rivalen in een poging de zwakke positie van beide bedrijven in de benzinemarkt te verstevigen. De venture werd echter een teleurstelling en Shell wist Texaco's aandeel in 2001 over te nemen. De Amerikanen wilden samengaan met Chevron en werden door de mededingingsautoriteiten gedwongen hun aandeel in het samenwerkingsverband van de hand te doen.

Ook kocht het begin 2002 smeeroliemaker Pennzoil-Quaker State waardoor het ook de nummer één werd in deze sector. Het heeft verder 30.000 mijl aan pijpleidingen liggen en heeft de op vier na grootste raffinagecapaciteit in de VS. Daarnaast is het actief in de chemiebranche en heeft het de laatste jaren enkele parken met windmolens opgekocht.