Mooi weer spelen

De Theatercompagnie was een ambitieuze toneelgroep, die afgelopen jaar door schulden uiteenviel. Alleen regisseur Theu Boermans is nog over.

Als dinsdag bij de Theatercompagnie in Amsterdam Hedda Gabler in première gaat, kan regisseur Theu Boermans met een zucht zijn Rampjaar 2002 afsluiten. Eindelijk zal het weer eens over tonéél gaan, in plaats van over sanering, reorganisatie, arbeidsplaatsen. Maandenlang kwamen Boermans en zijn gezelschap alleen maar in het nieuws door de enorme schulden, de verziekte sfeer en de ontslagen, vooral het ontslag van fusiepartner Frans Strijards. Nu Boermans terug bij af is is het zinnig om terug te blikken op een jaar lang problemen bij de Theatercompagnie.

De Amsterdamse Theatercompagnie ontstond begin 2001 uit een fusie tussen De Trust van Theu Boermans en Art & Pro van Frans Strijards. De plannen waren ambitieus: zowel het Trusttheater (omgedoopt tot Compagnietheater), als het Rozentheater en de Stadsschouwburg zouden bespeeld worden, drie belangrijke Amsterdamse theaters dus. Een stroom van producties volgde. Om deze gaande te houden moest veel personeel van buiten worden ingehuurd. Mede doordat er `allianties' met jonge groepen en regisseurs werden aangegaan, was de signatuur van de Theatercompagnie onduidelijk. Ook kleunde de compagnie geregeld mis. Het publiek bleef vaak weg. De grootste zeperd was het dure muziektheaterstuk Via Viola dat enkele malen werd afgelast wegens gebrek aan belangstelling. Op 7 oktober werd het stuk bekroond met de Gouden Tomaat voor de slechtste voorstelling van het seizoen 2001-2002.

Eind 2001 had Boermans een schuld van 900.000 euro opgebouwd, op een jaarbegroting van 3,2 miljoen euro. Boermans werd door de grootste subsidiegever, het ministerie van OCenW, onder curatele gesteld. Hij kreeg een interim-manager boven zich, Ocker van Munster van adviesbureau Berenschot, die de compagnie moest saneren. Van Munster had toen net het Theaterinstituut onder handen genomen. ,,Dat was pas echt een slachting'', mijmerde hij. De schuld was inmiddels opgelopen tot boven de miljoen euro. Van Munster zei bij zijn aanstelling: ,,Er is iets te enthousiast theater gemaakt.''

Doodzieke moeder

In april schreef hij een helder saneringsplan. Theu Boermans zou weer de enige regisseur worden, er zouden maar enkele producties per jaar worden gemaakt. Het Rozentheater werd versneld verzelfstandigd. Dat gebeurde overigens op eigen verzoek, omdat dit theater naar eigen zeggen alleen maar hinder had van de `doodzieke moeder'. Bovendien weigerden de subsidiënten van het Rozentheater nog langer subsidies op de rekening van de Theatercompagnie te storten, er blijkbaar van uitgaand dat dit een bodemloze put was. Zakelijk directeur Roelf Huizenga en regisseur Frans Strijards kregen ontslag, of ze namen het, daarover verschillen de meningen. Daarmee verdween het aandeel van Art & Pro uit de fusie. Ook een medewerkster van het naaiatelier en een aspirant-technicus kregen ontslag. Maar dat was nog niet genoeg; Van Munster wilde ook af van het vaste ensemble, dat behoorlijk op de begroting drukte. Zijn plan betekende in één klap het einde van de Theatercompagnie zoals Boermans dat ooit bedacht had.

De oude Trust steunde sterk op het collectivistische ensemble-idee. De spelers bepaalden evenzeer de identiteit als Boermans. Nu werken de Trustspelers allemaal elders: Bert Geurkink en Harpert Michielsen zijn ontslagen. Sylvia Poorta, Anneke Blok en Halina Reijn hebben ontslag genomen. Jappe Claes, Harry van Rijthoven en Mike Reus zijn tijdelijk verhuurd aan Joop van den Ende. Jaap Spijkers en Jacob Derwig vertrokken al eerder. Spijkers speelt nu een op Boermans geïnspireerde regisseur in Cloaca. Deels komen deze acteurs als gastspelers nog terug bij de Theatercompagnie. Volgens Boermans betekent dit dat hij nu een `ensemble van free-lancers' heeft waarbij hij de spelers `de vrijheid geeft om elders te werken'. Maar in werkelijkheid is Boermans zijn ensemble kwijt.

Misschien wel het grootste drama was de val van Frans Strijards. Binnen de compagnie zou de fusiepartner zich toeleggen op schrijven, regisseren en het leiden van een werkplaats voor jonge acteurs. Volgens Strijards kreeg hij voor die werkplaats geen ruimte. Volgens Boermans wilde Strijards tegen de afspraak in alleen maar met zijn eigen mensen werken en creëerde hij zo een gezelschap binnen het gezelschap. Ook vindt Boermans dat er met Strijards moeilijk samen te werken viel: ,,Hij wilde gewoon zijn eigen gang gaan.'' Over zijn ontslag bestaat onenigheid. Volgens Ocker van Munster was Strijards zó geschrokken van de geldproblemen dat hij de regie van het ensemblestuk Hooguit 17 teruggaf en ziek naar huis ging. Hierna zou hij na een goed gesprek zelf ontslag hebben genomen. Volgens Strijards is hij er uitgegooid. Uit interviews blijkt dat hij zich verraden voelt door Boermans. Nu zit de gevierde regisseur thuis.

De theaterwereld was nog het meest geschokt over de reddingsoperatie van producent Joop van den Ende. Om Boermans uit de problemen te helpen, huurde Joop van den Ende Theaterproducties voor vijf maanden het Compagnietheater, en bracht daar de voorstelling Requiem voor een zwaargewicht. Ook huurde Van den Ende drie Compagniespelers in. Door de zaalhuur van de komende jaren vooruit te betalen – Van den Ende gaat het theater drie maanden per jaar huren – hielp hij de Compagnie uit de meest urgente geldnood.

Duivel

Volgens de critici had Boermans hiermee zijn ziel aan de duivel verkocht. (,,Maar zonder Mephisto geen Faust'', was hierop zijn antwoord). Hij zou zijn anti-commerciële, artistieke idealen in de uitverkoop hebben gegooid. De Volkskrant schreef somber: ,,De eerste privaat-publieke samenwerking in het theater is een feit'', alsof de eerste kloonbaby was geboren.

Veel van dit soort critici leven met hun hoofd nog in de dogmatische jaren zeventig. In dit denkraam is Van den Ende `commersjeel', dús `rechts', dús een slecht mens van wie je niets mag aannemen. Omdat theaterfijnproevers de musicals en televisieprogramma's van Van den Ende artistiek onder de maat vinden, is de producent ook meteen een duivelse macht die alles wat hij aanraakt in stront verandert. In de recensies van Requiem werd de samenwerking tussen Boermans en Van den Ende breed uitgemeten, en de voorstelling werd er op afgerekend.

Van den Ende heeft veel geld en houdt van theater, dus steekt hij zijn geld in het theater, meestal zonder er iets voor terug te vragen. Daarnaast vindt hij terecht dat het gesubsidieerde theater iets van hem kan leren: zichzelf te verkopen. Daar kun je de neus voor ophalen, maar theater heeft nu eenmaal publiek nodig.

Net als de voormalige Amerikaanse president Bill Clinton, kun je Theu Boermans the Teflon Kid noemen. Zijn gemoedelijke charme, zijn talent om alles recht te praten en de goodwill die hij als regisseur heeft, geven hem een anti-aanbaklaag waardoor de problemen niet blijven kleven. Hij heeft de schulden gemaakt, maar zijn zakelijk directeur Roelf Huizenga werd ontslagen. Alle hoofdrolspelers zijn uit de Compagnie verdwenen. Alleen Boermans zit er nog.

Hoe sympathiek en goed hij als regisseur ook is, als directeur heeft hij het slordig, onhandig, en soms zelfs onaangenaam aangepakt. Om te beginnen is er zijn naïveteit in geldzaken. De schuld zag hij aanvankelijk niet als probleem. Hij wilde het Compagnietheater voor drie miljoen euro aan een restaurantketen verkopen en zo de schulden dekken. Toen dat eind 2001 nog niet gelukt was, kwam hij in geldnood. Hij ging er van uit dat het ministerie van OCenW het acute tekort van 68.000 euro wel wilde voorschieten. Dat was ook de reden waarom hij bij het ministerie aanklopte. Hij toonde zich verbaasd toen de ambtenaren zo'n heisa maakten over de schulden die hij tot dan toe verzuimd had te melden. In plaats van over een grove budgetoverschrijding, sprak hij liever over `aanloopkosten' die hij zelfs `deels bewust had gemaakt'. Vooral dat laatste is nogal ergerlijk, vooral voor degenen die ontslagen zijn.

Verder vertrok hij op het hoogtepunt van de misère voor twee maanden naar Wenen om een gastregie te doen bij het Wiener Burgtheater. Zijn gezelschap liet hij ontredderd achter. Volgens Boermans was hij graag onder deze verplichting uitgekomen, maar was hij nu eenmaal contractueel gebonden. Maar het had er alles van dat hij ook liever buiten ging spelen dan binnen de rommel opruimen. Bovendien bleef hij in Wenen buiten schot. Van Munster zou het woord voeren, Boermans zou zwijgen. Van Munster was voor de werknemers de boeman. In een sfeer van angst voor ontslag zei Van Munster tegen verschillende mensen: ,,Waarom ga je niet weg?''

Het is Boermans ook aan te rekenen dat hij in de pers te veel mooi weer heeft gespeeld. Hij beweerde ijskoud dat de uittocht van acteurs geen bezuinigingsmaatregel was, maar iets dat al langer geleden was afgesproken. Ook de verhuur van zijn theater aan Van den Ende en het ontslag van Strijards waren volgens hem geen bezuinigingsmaatregelen ,,Nu worden alle zaken op één hoop geveegd en als teken van crisis geduid'', antwoordde hij verontwaardigd op deze suggestie. ,,Niemand wordt ontslagen'', zei hij. Dat bleek later niet waar te zijn. En in plaats van netjes het boetekleed aan te trekken zei hij:,,Ik ben me van kwaad bewust, niet van schuld.''

Nu is het de taak van een directeur om mooi weer te spelen, soms is het beter voor een bedrijf om de schone schijn op te houden. Ook voor mensen die worden ontslagen kan het beter uitkomen om net te doen alsof ze `in goed overleg' weggingen. Voor hen is het echter wel wrang om Boermans' opgeruimde uitspraken te lezen.

Beperkt houdbaar

Achteraf bezien is de fusie niet goed tot stand gebracht. Boermans en zijn ensemble waren eigenlijk op elkaar uitgekeken. Toneelgezelschappen hebben doorgaans een beperkte houdbaarheidsdatum, die Van De Trust was blijkbaar verlopen. Boermans drukte de fusie in 2000 door, zonder zijn ensemble daarin te kennen. De meeste spelers waren tegen. Voor Boermans was deze fusie ook een tweede keus. Hij had een veel grotere fusie – met ZT Hollandia en Toneelgroep Amsterdam – in zijn hoofd, een enorm repertoiregezelschap op Duitse leest geschoeid. Toen dat niet kon, fuseerde hij maar met Art & Pro. Frans Strijards vond dat hij werd gedwongen tot fuseren omdat Art en Pro per 2001 geen subsidie meer zou krijgen: ,,Dit was geen fusie, dit was een annexatie.''

Zo goed als De Trust is de Theatercompagnie nooit geweest. Tekenend is dat het grootste succes de herneming van Hamlet was, een oude Trust-voorstelling. De Theatercompagnie was log en amorf. En de plannen van Boermans waren te ambitieus.

Hoe nu verder? In feite is Boermans per 1 januari opnieuw begonnen. En hoe wrang ook voor de slachtoffers, de afslankoperatie kon wel eens een blessing in disguise zijn. Nu maakt Boermans nog één schouwburgproductie en één stuk in het Compagnietheater per jaar. De andere drie zijn voor jonge regisseurs. Jong talent krijgt kansen om door te stromen naar de middelgrote zaal (een van de sympathieke uitgangspunten van de compagnie). Al is het verlies van het ensemble doodzonde, het maakt dit vernieuwde compagnietje wel lekker klein en wendbaar, met een duidelijk concept. Boermans' Hedda Gabler ziet er veelbelovend uit, met rijzende sterren Tjitske Reidinga en Carice van Houten. En in april volgt nog Tsjechovs Meeuw, met Van Houten, Halina Reijn, en Sylvia Poorta.

Terug tot Tsjechov. Wellicht kan Boermans zo toch de oude tijden doen herleven.

`Hedda Gabler', t/m 18/1 in de Stadsschouwburg te Amsterdam. Tournee t/m 5 april. Inl. (020)523 5320 of www.theatercompagnie.nl

    • Wilfred Takken