Mart Smeets

Toen Smeets nog Martje was, woonde hij in Arnhem. Trouw liep hij voor elke thuiswedstrijd van Vitesse met zijn vader naar het oude stadion, ofwel Stadion Nieuw-Monnikenhuize. Dat was in de jaren vijftig, waarna hij decennia lang niet meer op bezoek kwam. Tot 1997, toen Rinus Velthorst en Boudewijn Harbroek hem vroegen terug te komen. Ze schreven er een hoofdstuk over in het boek `Monnikenhuize, afscheid van een voetbalstadion'. Het was Smeets' laatste kans, want op de plek van Monnikenhuize staat nu een woonwijk.

Smeets werd na zijn jeugd onder meer bekend als basketballer. In 1947 werd hij geboren aan de Amsterdamseweg, een gedeelte van de stad met veel mooie huizen en uitbundig groen. Een halve eeuw geleden waren dergelijke wijken duidelijker gescheiden van minder gegoede buurten, zoals Smeets dat zegt in het boek. `We kwamen nooit in volksbuurten als Klarendal. Daar had je niets te zoeken, dat werd je vroeger zo geleerd.' Jammer, want anders had hij mijn vader, een echte Klarendaller, leren kennen.

Maar wie weet kwamen ze elkaar wel tegen in het stadion, want een voetballiefhebber uit Arnhem gaat graag naar `Vitas' – of `fietstassen', zoals andere voetbalsupporters ook wel zeggen. Smeets liep er elke keer met zijn pa heen. Ze vertrokken dan uit het huis van opa en oma, die aan de Passavantlaan woonden. Voor iemand die nog wil weten hoe de route was: die ging via de Pontanuslaan, de Dalweg, Hommelseweg en de Thomas à Kempislaan naar Vitesse toe. Een mooie route, want de naam Dalweg is niet voor niets gekozen: het gaat daar naar boven en naar onder, daar aan de rand van de Veluwezoom. Een Nederlander ziet in deze reliëfvorming al gauw een berg. Vooral het laatste stuk is een geinige klim, waar Smeets wellicht onbewust aan zijn basisconditie werkte. En vooral opletten dat niet per ongeluk van de route werd afgeweken, want Klarendal ligt angstig dichtbij, nog steeds.

Zijn grootvader liep nooit mee, vertelde Smeets nog, want die hield niet van voetbal. Die gaf er de voorkeur aan naar het schaatsen te kijken. Sterker: deze man zat jarenlang in het bestuur van een ijsvereniging. Hoe dan ook, de familie hield van sport. Maar zijn ouders en grootouders zijn inmiddels overleden, vertelde Smeets nog aan de twee schrijvers.

Alles is sindsdien anders geworden, maar dat spreekt voor zich. Die Hommelseweg tussen opa en Vitesse was toen nog een fijne, overzichtelijke straat, maar inmiddels veranderd in de grootste softdrugszone van Nederland, die zelfs in Amsterdam zijn gelijke niet heeft.

Maar dat gebeurde pas toen Martje al Mart was geworden.

jurryt@xs4all.nl