Ideale leiders

Eind vorig jaar organiseerde deze krant een eigen onderzoek naar de wensen en verlangens van de gemiddelde kiezer. Twintig verslaggevers werden erop uitgestuurd om te kijken wat gewone burgers in gewone wijken in gewone gemeenten beschouwen als de grootste politieke problemen en wat zij eigenlijk verwachten van hun politieke vertegenwoordigers. In een mooie Thema-bijlage beschreven de journalisten de uitkomsten. Zij probeerden dat zo netjes mogelijk te doen, maar tussen de regels door was hun verwarring tastbaar. Gewone burgers maken zich nauwelijks druk om politieke kwesties, zo bleek. Als je gewone burgers vraagt wat zij het afgelopen jaar voor moois hebben meegemaakt, dan vertellen zij over hoogtepunten in hun persoonlijk leven: de geboorte van een kind of kleinkind, het eindexamen van dat kind, het huwelijksfeest van ouders of grootouders, of zelfs `een nest jonge poesjes'. En als je hen vraagt of hun het afgelopen jaar iets naars is overkomen, dan spreken ze maar hoogst zelden over de moord op Pim Fortuyn, of over de verharding van het politieke klimaat. Dan denken zij aan hun vader, broer of buurman die kanker kreeg of plotseling werd getroffen door een beroerte. Dan vertellen ze dat ze ontslagen zijn, of dat hun man zijn baan verloor, of dat de vakantie in het water viel. Als hun dat allemaal bespaard is gebleven, melden zij dat ze het afgelopen jaar `niets naars hebben meegemaakt'. Dan zijn ze blij en dankbaar dat het goed gaat met hun kinderen, dat hun ouders gezond zijn en dan verheugen zij zich op een verjaardagsfeest volgende week. Wat moet de politiek in 's hemelsnaam aan met dat soort burgers, zo vroeg NRC Handelsblad zich af. Wat is voor dergelijke burgers nog een goed politicus?

In mijn hoedanigheid van gemiddelde burger kan ik deze vraag gelukkig moeiteloos beantwoorden. Een tevreden gemiddelde burger wil een bestuurder of een politicus die erkent dat het allemaal redelijk gaat, die ervoor zorgt dat dit zo blijft en op wie je kunt rekenen als er onverhoeds calamiteiten plaatsgrijpen. Als de gemiddelde burger aan de universiteit werkt (zoals ik), dan loopt zij door deze of gene faculteit, ziet dat er prettig wordt lesgegeven, dat er mooie artikelen worden geschreven, maar dat de muur wel eens een verfje kan gebruiken en dat een fris gordijntje ook wonderen zou doen. Als de gemiddelde burger door haar buurt loopt denkt zij: leuke wijk, al zou de gemeentereiniging wel eens wat vaker langs mogen komen, het is een beetje bar om de mini-containers maar eens in de twee weken te legen. De gemiddelde burger wil dat `het allemaal een beetje bijgehouden wordt'. Aspirant-bestuurders van om het even wat (de universiteit, de gemeente, het land) zijn echter nooit van het slag dat `alles een beetje bij wil houden'. Universiteitsbestuurders willen hun universiteit transformeren tot `Yale aan de Rijn' of `Harvard aan de Maas', een geheel ander onderwijssysteem invoeren en een gloednieuwe faculteit laten ontwerpen door een gerenommeerde architect. Wethouders willen hun gemeente opstoten in de vaart der volkeren door nieuwe stadhuizen te bouwen en prestigieuze stations neer te zetten die over tien of vijftien jaar voltooid zijn. En landelijke politici hebben ook altijd een ambitieuze agenda. Het is een illusie om te denken dat dit alleen voor linkse politici geldt, rechtse politici willen ook altijd van alles doen: nutsvoorzieningen privatiseren, overheidsbedrijven verzelfstandigen, sociale verzekeringen uitbesteden aan commerciële bedrijven, Joint Strike Fighters aanschaffen en Irak een lesje leren.

Gemiddelde mensen met bescheiden ambities worden geen bestuurder. Een paar maanden geleden zond Netwerk een prachtige reportage uit over de burgemeester van de plattelandsgemeente Schipluiden. Zij wilde Schipluiden klein en groen houden en zeer beslist niet opstoten in de vaart der volkeren. Ik heb ademloos zitten kijken. De ideale politicus van de gemiddelde burger bestond dus blijkbaar toch. Aan het eind van de documentaire werd echter onthuld dat de burgemeester in kwestie van plan was haar politieke loopbaan voort te zetten als voorzitster van het CDA.

Mensen die passen binnen het profiel van de ideale politicus van de gemiddelde burger ambiëren geen politiek-bestuurlijke carrière en mochten zij toevallig toch verdwalen in de politiek, dan zullen zij door de media hardhandig tot de orde worden geroepen. Dan verschijnen er artikelen en reportages waarin zal worden verklaard dat zij `onzichtbaar zijn', `geen daadkracht tentoonspreiden', `een bleek profiel hebben' en `onbekend zijn bij het grote publiek'. Als journalisten ergens niet op zitten te wachten, dan is het wel op politici die de boel een beetje bij gaan houden. Er moet immers wel nieuws worden gemaakt.

De gemiddelde tevreden burger beseft dat zij toch niet kan krijgen wat ze eigenlijk wil. Wat de NRC-bijlage verder liet zien was dat die burger in verwarring verkeert over haar tweede keus, over wat ze zou willen in plaats van haar echte ideaal. Een politicus die de segregatie aanpakt en de gezondheidszorg nationaliseert? Meer inspraak en zeggenschap door middel van referenda of een gekozen burgemeester? Een vlotte lijsttrekker die warm en menselijk overkomt op de tv? Daar is de gemiddelde burger voorlopig nog niet uit.

    • Margo Trappenburg