EU moet Turkije veel meer kansen geven

Als de Europese Unie enthousiaster zou ingaan op de Turkse avances, zou Turkije daardoor meer ruimte krijgen om afstand te nemen van het Amerikaanse beleid, vindt Asaf Savas Akat.

Na te zijn gekozen met een parlementaire meerderheid die bijna groot genoeg is om de grondwet te veranderen, krijgt de nieuwe islamitische regering van Turkije met schrikbarende uitdagingen te maken. De meest nijpende is de dreigende oorlog tussen Amerika en Irak. Zal Turkije zijn essentiële diplomatieke en logistieke steun aan zijn Amerikaanse bondgenoot blijven geven? Of zal Turkije zich laten leiden door godsdienstige solidariteit en zal de nieuwe regering zich samen met andere moslimlanden verzetten tegen een inval in Irak?

Uiteraard zijn de Turkse islamieten niet de enigen met grote twijfel over deze oorlog. Veel Turken zijn het erover eens dat een oorlog ernstige gevolgen voor hun land kan hebben. De economie hapert en zit niet te wachten op verstoring door een militair conflict, ook niet als dat snel wordt opgelost. Het Turkse militaire en diplomatieke establishment maakt zich zorgen over de mogelijkheid dat een oorlog Irak versplintert en tot een onafhankelijke Koerdische staat aan de zuidgrens van Turkije leidt. Dat zou het Koerdisch nationalisme binnen Turkije versterken en nieuwe bedreigingen met zich meebrengen voor de Turkse eenheid en stabiliteit.

Het seculaire bestuurlijke establishment van Turkije is van oudsher pro-westers, maar wel met een forse dosis nationalisme. Behalve op het Koerdische vraagstuk is zijn aandacht nu ook op Cyprus gericht. De kwestie-Cyprus is op een beslissend punt aangeland, nadat VN-secretaris-generaal Kofi Annan een vredesvoorstel op tafel heeft gelegd met einde februari als deadline.

De Grieks-Cyprioten hebben inmiddels hun entreebewijs voor de EU ontvangen, hoewel er nog altijd geen akkoord over Cyprus is. Zo wordt Cyprus een belangrijke hindernis op de Turkse weg naar een mogelijk lidmaatschap van de EU. Zolang die zaak niet is opgelost, hebben de tegenstanders van het Turkse lidmaatschap een probaat middel om het land de weg te versperren. Ook dit is een valkuil voor de nieuwe regering.

Toch vormt een mogelijke oorlog tegen Irak het grootste gevaar voor het huidige wankele evenwicht tussen de conservatieve oude garde van Turkije en de vooruitstrevender hervormers binnen de regerende Partij voor Rechtvaardigheid en Ontwikkeling. Zou een oorlog kunnen leiden tot een nieuwe machtsstrijd in die partij? Handhaving van het evenwicht wordt nog lastiger doordat Erdogan om formele redenen geen parlementslid en dus geen premier mocht worden. Elke openlijke breuk zal de positie van de hervormers die nauwe banden willen met het Westen en de VS, verzwakken.

Hoewel de Partij voor Rechtvaardigheid en Ontwikkeling nog maar kort aan de macht is, heeft ze al duidelijk aangegeven waar ze staat. Erdogan was zich terdege bewust van de westerse twijfel over zijn partij. Meteen na de verkiezingen bezocht hij een aantal westerse hoofdsteden, om te betogen dat de regeringswisseling niet heeft geleid tot wijziging van de Turkse grondhouding. Hij is zich scherp bewust van het contrast met de vorige islamitische regering van Turkije. In 1996 bracht Necmettin Erbakan van de Welzijnspartij, gekozen na een campagne voor een godsdienstig reveil, zijn eerste officiële bezoeken demonstratief aan Iran, Libië, Indonesië en Maleisië.

Erdogan beklemtoonde die pro-westerse houding opnieuw vorige maand op de top in Kopenhagen over de uitbreiding van de EU. De agressieve lobby van de nieuwe regering voorafgaand aan die top werd gezien als een duidelijke keuze vóór de Europese zaak. Erdogan nam afstand van het eerdere verwijt van Erbakan dat de EU een ,,christelijke club'' zou zijn en voerde campagne voor een volledig lidmaatschap. Daarin kreeg hij enthousiaste bijval van de regering-Bush, die hoopt dat Erdogan een manier heeft gevonden om democratie en islam te combineren.

Tot dusver heeft Erdogan de Europese kaart bekwaam gespeeld: de westerse bondgenoten van Turkije zijn gerustgesteld en het Turkse leger dat sceptisch blijft tegenover de intenties van zijn partij is ingekapseld. Door in te stemmen met de Europese eisen tot democratische hervorming als voorwaarde voor het EU-lidmaatschap, heeft Erdogan een liberaliserende rol gespeeld. Daarmee heeft hij ook zijn stelling bekrachtigd dat zijn partij een werkelijk democratische mogelijkheid vormt voor een land met een moslim-meerderheid, en dat ze in feite zelfs een islamitische versie is van de christen-democratische partijen die lang de politieke rechterflank van Europa hebben overheerst.

Het politieke en economische programma van Erdogan en zijn partij wijkt sterk af van het traditionele Turkse islamisme. Islamitische bewegingen zijn over het algemeen sterk anti-markt en anti-westers. Maar premier Gul noemt zijn regering steevast ,,bedrijfsvriendelijk''.

De komende maanden zullen beslissend zijn. Om de sceptici te overtuigen zal de partij moeten breken met het gebruikelijke Turkse beleid inzake Cyprus, en met de gebruikelijke islamitische twijfel over Europa. Bovendien moet Turkije tot overeenstemming komen met zijn naaste bondgenoot, de VS, als die Irak gaat aanpakken.

Erdogans vasthoudende opening naar Europa zou wel eens bepalend kunnen blijken voor het verdere verloop van dit alles. Door aan te dringen op het EU-lidmaatschap versterkt hij de traditionele westerse gerichtheid van Turkije. Daardoor krijgt hij mogelijk de ruimte om zich enigszins te distantiëren van de Amerikaanse politiek. Als Turkije Europeser wordt, heeft het ook het recht om de Europese twijfel over een oorlog met Irak te delen.

Asaf Savas Akat is hoogleraar economie aan de Bilgi-universiteit in Istanboel.

©Project Syndicate