Een heel naar feestje

Zes acteurs en drie cabaretiers spelen een toneelversie van de Deense film `Festen'. Een familiefeest tegen de klippen op.

Er zitten negen mensen achter de feestelijk gedekte tafel, maar niemand zegt een woord. De stilte klinkt in het geluid van een deksel op een schaal, het geklik van bestek en getinkel van glazen. Dan pakt de zoon doelbewust zijn mes en tikt er mee tegen zijn glas.

Speech!

Pijnlijke stiltes, tafelredes – Festen, de film van Thomas Vinterberg uit 1998, wisselde deze twee elementen af met drinkgelagen en oorverdovende ruzies. De vader, gepensioneerd hoteleigenaar, viert zijn zeventigste verjaardag. Drie van zijn vier kinderen komen, met aanhang, naar het verjaardagsdiner in het ouderlijk huis, plus nog andere gasten. De zoon houdt een speech, maar geen feestelijke, eerder een ijskoude douche, en elke speech slaat de glanzende façade van de feestgangers verder aan gruzelementen, totdat het hun onmogelijk is na deze avond nog familie te zijn.

Festen was een van de eerste Deense Dogmafilms die in Nederland draaide en hij hakte er bij het filmhuispubliek goed in. Aangrijpend familiedrama à la Lars Noren, soms over the top, maar met de woeste camerabewegingen, de gedempte kleuren en de hoog oplopende acteursruzies die kennelijk hoorden bij Dogma. Dit hooggestemde tienpuntenplan van vijf Deense regisseurs, onder wie Lars von Trier, moest waarheid en ambachtelijkheid terugbrengen in de cinema en een einde maken aan de heersende dramaturgische geliktheid en wanpraktijken als kunstmatige belichting. Dogma was grotendeels een grap, hebben de vijf regisseurs inmiddels toegegeven. Zo was onlangs in een documentaire te zien hoe Thomas Vinterberg tijdens de opnames van Festen zondigde tegen het Dogma van natuurlijk licht: met een verlengsnoer werd een lamp van de ene kamer naar de andere verplaatst in het landhuis waar gedraaid werd.

Peter Heerschop van cabaretgezelschap Niet Uit Het Raam, die de film bewerkte tot een toneelvoorstelling, heeft zich aan het manifest dan ook niets gelegen laten liggen. ,,Het ging me om het verhaal. Ik vond Festen een prachtige film, een schrijnend verhaal over eenzame mensen. Ik heb er ook erg om gelachen. Om de enorme agressie van de jongste broer Michael bijvoorbeeld, die al zijn opgekropte woede zonder gêne afreageert op zijn vrouw, gruwelijk en hilarisch tegelijk.''

Toch bleef het plan een tijdje liggen. Misschien uit ontzag voor het succes van de film, plus het probleem wie al die rollen dan moest gaan spelen, want er zijn zeker vierentwintig gasten op het feest van Helge Klingenfeldt. Dat Han Römer voorstelde zijn vader te vragen, hielp de zaak meteen een stuk vooruit. Peter Heerschop: ,,Dat maakte het spannend; er zit een enorme vadermoord in dat stuk. Het leek me voor hen allebei een uitdaging, er zit tussen die twee een hoop oude pijn.''

Volgens Piet Römer is het een misverstand te veronderstellen dat iedereen de film indertijd heeft gezien: ,,Die heeft toch alleen maar gedraaid in het elitaire kunstcircuitje. Het grote publiek heeft er volgens mij nooit van gehoord.''

Edelfiguratie

Het theatergezelschap De Ploeg is een samenwerkingsverband tussen de cabaretgroep Niet Uit Het Raam en enkele acteurs, onder wie Han Römer. Cabaretier Peter Heerschop bezweert dat aan het scenario van Festen geen woord is veranderd. Festen is echter onherstelbaar verbeterd doordat op het toneel het ene verjaardagsfeest gezelschap krijgt van het andere. NUHR bestaat vijftien jaar en dacht dat te vieren door Festen te spelen met de jongens van De Ploeg en twee mooie vrouwen, pardon, goede actrices. Karakterrollen genoeg, maar waar blijft NUHR mee zitten? Precies, met de edelfiguratie. Dat is grappig, maar ook logisch, zegt Peter Heerschop. ,,De acteurs doen het drama, wij doen het feest.''

De eerste try-out, half december in Hoofddorp, is een opluchting. Weken hebben de spelers met regisseur Willem van de Sande Bakhuyzen de choreografie rond de dinertafels geoefend, de estafette van hun rollen. Nu snakken ze naar publiek. Ze willen weten hoe de grappen werken, en, vooral, waar ze ophouden. Hoe ver kunnen ze gaan in hun jongleeract met meligheid en drama? En wanneer zal het publiek begrijpen dat het eigenlijk op een heel naar feestje is beland?

Later dan de spelers dachten. De voorstelling is tot op de laatste plaats uitverkocht en de zaal zoemt verwachtingsvol. Een voorstelling met NUHR, dat wordt vast lachen. Er staat toch niet voor niets met grote zwierige letters Festen op dat achterdoek? Dan gaat dat doek een meter omhoog. Eronder lopen de voeten en de onderbenen van Ria Marks, je ziet de witte zoom van haar jurk. Ze klimt op een stoel. De stoel wiebelt, wankelt op twee poten en valt dan om. De benen blijven in de lucht hangen.

Het publiek lacht. Het lacht om de zelfmoord en giert daarna van het lachen bij de scenes van NUHR, bij de grappen over de rolverdeling. Als de familie in polonaise zingend door het huis gaat, krijgt iemand in de zaal de slappe lach; de hoge piepgeluiden duren tien minuten.

Het publiek lacht ook als Han Römer in zijn rol van Christian, in zijn eerste tafelspeech vertelt hoe zijn vader hem en zijn tweelingzus, die zelfmoord heeft gepleegd, in de badkamer misbruikte, vroeger, toen ze klein waren. Het lacht als hij vader Helge een moordenaar noemt. Pas als Saskia Temmink de aangrijpende brief voorleest die tweelingzus Linda haar broer en zus heeft nagelaten, houdt het lachen op.

Allergretigst

Joep van Deudekom, na afloop in de kleedkamer: ,,Het was wel een beetje te verwachten; dit zijn de allergretigsten, de fans van NUHR.'' Genio de Groot: ,,Maar dit is toch ook fantastisch? Het publiek is net als de gasten op het feest. Die willen ook niet ophouden met lachen, gaan door met lol trappen totdat het echt niet meer anders kan.''

Natuurlijk zijn de leden van NUHR na vijftien jaar al lang familie. Peter Heerschop: ,,Als ik een scène uitschrijf, weet ik wat Viggo leuk zal vinden, waar Joep om moet lachen. En dat gebruik ik. NUHR-scènes zijn vaak uitvergrotingen van de gesprekken die wij onderling voeren en de spanningen die er tussen ons spelen.''

Wat NUHR en de andere spelers van De Ploeg bindt, heeft volgens Heerschop met die grappen en die gruwelijkheid te maken. ,,Het absurde zien van de ergste dingen die je meemaakt. Humor als overlevingsstrategie. Volgens mij hebben wij dat allemaal.'' Han Römer: ,,Het boterde meteen tussen NUHR enerzijds en Titus Tiel Groenestege en mij anderzijds, omdat wij allemaal bezig zijn met het uitvinden van cabaretachtig toneel. Dat is een vorm die de band met het publiek vergroot. We gebruiken snelle rolwisselingen, we maken grappen over onszelf, we bieden het stuk als het ware in scherven aan. Dat houdt je als toeschouwer alert, je moet erbij blijven om het te kunnen volgen. En het versterkt het gevoel van samenspannen; je smeedt een complot met het publiek. Zelf heb ik bij De Ploeg een sterk familiegevoel, net als vroeger bij Baal. Je werkt samen aan iets dat het succes van een afzonderlijke productie overstijgt.''

Zo is Familie, het eeuwige F-woord, bij dit project overal, vooral bij Han Römer, die met allerlei draadjes aan zijn collega's is verbonden. Met de Ploeg werkt hij voor de derde keer samen, met Titus Tiel Groenestege vormt hij al meer dan tien jaar een duo, hij zal de volgende voorstelling van NUHR regisseren. En hij staat voor het eerst op het toneel met zijn vader.

,,Het kan best dat dit de laatste keer is dat ik een zoon speel'', zegt Han Römer bij een snelle rijsttafel voor de voorstelling in Hoofddorp. ,,Ik ben nu 52, vaderrollen liggen meer voor de hand. Dat is vreemd, want ik ben een typische zoon, nog altijd – misschien heb ik zelfs nooit kinderen gekregen omdat ik daarvoor te veel zoon ben. Hoe dan ook, met dat vader-zoon gedoe heb ik me altijd erg geïdentificeerd. Ik heb mijn vader lang als tegenstander gezien.''

Toch leek het Han Römer leuk om na `mijn dertigjarige en mijn vaders vijftigjarige toneelcarrière' eens samen op het toneel te staan. ,,Ik wist dat hij wel zin zou hebben in een toneelstuk. Hij was voor deze rol geschikt, hij had ook wel zin om even aan zijn Baantjer-routine te ontsnappen. We hebben wel vaker verzoeken gekregen om samen te spelen, mijn broers ook nog erbij, maar ik heb dat altijd tegengehouden. Mijn vader en ik houden er andere opvattingen over acteren op na. We werken in heel verschillende segmenten, hij in de televisiewereld, ik in het kleinschalige toneel. We hebben ook wel aanvaringen gehad, over hoe hij met zijn vak omging. Ik heb zelf bijvoorbeeld nooit veel opgehad met televisiesucces.''

,,Mijn vader beschouwt toneel als een ambacht en ziet ons, nu we samenwerken, als collega's. Ik heb juist geleerd mijn werk heel persoonlijk op te vatten. Mijn eigen binnenkant, mijn ziel en zaligheid komen eraan te pas. Repeteren met hem was dus in zekere zin teleurstellend, we zijn niet meer over elkaar te weten gekomen. Aan de andere kant: mijn vader is een dominante man, en wij zijn een heel erg dominante groep. Dat blijkt verrassend goed samen te gaan. Hij doet goed zijn best, hobbelt met alles mee en dat bewijst wel hoe groot zijn inzet is.''

Piet Römer zei zo ongeveer ja voordat hij Festen gezien had. Maar hij moest, geeft hij toe, wel even nadenken toen hij zag om wat voor vaderrol het zou gaan. ,,Ik vind het heerlijk om een slechterik te spelen, maar dit is nou net zo'n afwijking waar ik me niet makkelijk in kan verplaatsen. En het is natuurlijk even slikken als je in zo'n rol tegenover je zoon zit en incestbeschuldigingen naar je hoofd krijgt. In het begin was het toch...., tsja, noem er eens een mooi intellectueel woord voor. Vervreemdend. Laten we het daar maar op houden.''

Elitair groepje

Aan de andere kant, vindt Piet Römer, moeten we het ook niet `mythologiseren'. ,,Daar, nog zo'n mooi intellectueel woord. Ten eerste is dit stuk leuk voer voor een speler. Punt twee, ik sta voor het eerst met mijn zoon op het toneel en dat is toch ook wel leuk. Wel raar dat het vijftig jaar moest duren voordat dat eens een keer gebeurt. Maar toen Han van de toneelschool af kwam, ging hij bij Baal, een beetje een elitair groepje. Ik was meer van Centrum, ik deed er tv bij. Dat lag toen allemaal heel ingewikkeld.''

Piet Römer vindt Helge Klingenfeldt `een verdorven man die langs de rand van de afgrond loopt'. ,,Die man houdt een enorme façade op en probeert dat zo lang mogelijk vol te houden, maar die façade is gaan wankelen na de dood van zijn dochter. Dat is tragisch, maar het betekent niet dat ik begrip heb voor zijn gedrag. Incest is onvergeeflijk.''

Han Römer vindt de rol van zoon Christian zwaar. ,,Het begint er al mee dat ik in deze rol als enige niet mee mag feesten. Als ik niet uitkijk loop ik de halve avond als een soort zombie rond. Daarnaast zie ik, afgezien van dat incestgegeven, veel parallellen, te veel soms. Wij Römers zijn ook zo'n familiefamilie, ons gezin, vijf kinderen met aanhang, is nu met zijn 27-en. Wij hebben ook chique etentjes met zijn allen, en dan is er ook altijd wel iets aan de hand, al ligt er gelukkig nooit zo'n doem op als hier.''

Door zijn achtergrond snapt Han Römer die zoon heel goed: ,,Hij worstelt met een enorm dilemma. Moet hij, omwille van zijn persoonlijke genoegdoening, voor iedereen de mythe van dat gezin laten ontploffen? De illusie van samenhang waar iedereen zich aan vasthoudt, waar iedereen baat bij heeft? Daar zit die jongen mee en daarom neemt hij na zijn eerste aanval ook gas terug. Is hij niet gewoon dertig jaar te laat? Zelf heb ik er altijd voor gekozen die mythe niet te verstoren. Daar valt ook veel voor te zeggen. De andere optie had in ons geval ook makkelijk tot scheuring kunnen leiden. Wat uiteindelijk het beste is, weet je nooit. Zoon zijn, vader zijn – het blijft een optelsom van vergissingen.''

Als vader en zoon Klingenfeldt blijken de twee Römers erg goed in pijnlijke stiltes. Tijdens een van de repetities in een studio bij Amsterdam Sloterdijk is begin december de verwarming uitgevallen, het hele gezelschap werkt met dassen om en mutsen op. Te midden van een spervuur aan grappen en druk heen en weer geloop zitten Han en Piet Römer eendrachtig broedend aan tafel. Senior kijkt uitdrukkingsloos voor zich uit, zijn massieve lijf wasemt onwil en koppigheid. Junior pulkt met een mesje aan het lood om een flessenhals en lijkt daarvoor zijn hele concentratie nodig te hebben. Samen laten ze de stilte zijn werk doen.

Festen gaat 11 januari in première in de Utrechtse Schouwburg. Tournee door het hele land t/m 29/4. Informatie: www.tbos.nl

De film `Festen' is te huur bij de videotheek en te koop op dvd.

    • Maartje Somers