`Een handschrift brengt je dichter bij de schrijver'

Literaire antiquaars die bemiddelen in handschriften wordt vaak verweten dat zij kostbare documenten aan het literaire erfgoed onttrekken. Ten onrechte, vindt Piet van Winden van het antiquariaat Aioloz in Leiden.

In de jaren dertig schreef E. Du Perron aan zijn uitgever Stols: ,,Het manuscript gooide ik helaas na de eerste proef al in de prullemand. (De rest) zal ik nu voor je `opsparen', al begrijp ik niet goed waarom je gesteld bent op die vodjes papier.'' Het is een kenmerkende houding voor een schrijver, die doorgaans in zijn eigen handschriften weinig belang stelt. De laatste jaren is dit veranderd, zeker nadat Gerard Reve en zijn levenspartner Joop Schafthuizen het manuscript als bron van geld ontdekten.

Piet van Winden (1956), eigenaar van het antiquariaat Aioloz in Leiden, is `bemiddelaar in handschriften'. Voor de liefhebber van handschriften en bijzondere documenten is zijn antiquariaat een goudmijn. Deze week stelt Van Winden handschriften van onder meer Louis Couperus, Gerard Reve, W.F. Hermans, Willem Elsschot en Chris van Geel tentoon.

,,Een handschrift brengt je dichter bij de schrijver'', zegt Van Winden. ,,Het is fascinerend om hetzelfde papier in handen te hebben waarover de schrijver zich heeft gebogen. Iemand noemde de handgeschreven cahiers van dichter J.H. Leopold eens `de gestolde adem van de dichter'. Ook een eerste druk of liever nog een eerste druk met opdracht geeft die sensatie.''

Onlangs verkocht Aioloz aan het Letterkundig Museum in Den Haag een belangwekkende collectie liefdesbrieven van J. Slauerhoff. Van Winden: ,,Dankzij mijn studie Nederlands en mijn belangstelling voor het literaire erfgoed ben ik ervan overtuigd dat manuscripten tot het openbare domein behoren. Daarom zal ik altijd, wanneer ik een collectie krijg aangeboden, eerst contact opnemen met het Letterkundig Museum of de Koninklijke Bibliotheek. Ik reken het ook tot mijn taak handschriften te analyseren, dateren en catalogiseren.''

De grootste immateriële waarde en literair belang vertegenwoordigen handschriften en brieven. Van Winden onderhoudt contact met het Letterkundig Museum, maar, zegt hij, ``het aankoopbudget van de openbare instellingen is te gering. Dat is een teken van culturele onverschilligheid van de overheid. Ik krijg weleens het verwijt dat manuscripten niet verkocht mogen worden, maar geschonken. Dat is slechts ten dele waar. Wanneer iemand besluit een manuscript op de markt te brengen, kun je daar weinig tegenin brengen. Anders dan een openbare veiling kan een antiquariaat bemiddelen tussen eigenaar en literair patrimonium. Ik leg prioriteit bij de literaire waarde, maar oefen dit vak niet alleen als liefhebber uit. Dat houdt in dat ik een collectie die ik met eigen middelen aanschaf, ook weer te gelde moet maken.''

Het handschrift van Elyata, een sproke van Louis Couperus, staat in de catalogus van Aioloz voor €35.000,- Deze week kon Van Winden beslag leggen op een collectie brieven van de jonge Gerrit Kouwenaar, geschreven tijdens de Tweede Wereldoorlog aan een vriend. Hierin zet Kouwenaar puntsgewijs zijn poëtica uiteen. Hij beschouwt kunst als `ernst' en `Spielerei' is uit den boze. Kouwenaars eerste stelling luidt: ,,Kunst is vergeestelijkt égoisme.''

Van minder precaire betekenis voor de literaire historie zijn ansichtkaarten of opdrachten in boeken. Maar voor de liefhebber zijn dat juist de dierbaarste aanwinsten. Een document dat via Aioloz van eigenaar verwisselt, is altijd voor de belangstellende te traceren.

Piet van Winden: ,,Ik maak van elke collectie een catalogus, zoals ik nu de zestigste heb uitgebracht over deze verzameling handschriften. Ik noteer welke aankoop door wie is gedaan. Wanneer een biograaf bij mij aanklopt, dan kan ik hem of haar altijd doorverwijzen. Ik ben ervan overtuigd dat literaire antiquariaten in Nederland onmisbaar zijn voor het behoud van letterkundig erfgoed. Mensen gooien nu minder snel een stapeltje brieven weg dat zij toevallig op zolder vinden. Marktwaarde en literair idealisme zijn niet vijandig aan elkaar, dat is een misverstand.''

Voor veel liefhebbers geven manuscripten naast een literaire ook een esthetische voldoening. In de vitrine ligt het losbladige origineel van Paal en Perk, gedichten van Hugo Claus met tekeningen van Corneille. De kunstenaars hadden geen geld voor uitgave.

In een handgeschreven verklaring over deze vondst schrijft Claus: ,,Dit boekje wilden wij uitgeven, Corneille en ik, in eigen beheer, in Parijs in die tijd. Maar daar hadden wij toen geen geld voor. Niet zo jammer. Want anders had ik nooit dit zonderling vertederend gevoel nu (dat me vier en dertig jaar geleden ondergane ontroeringen weer voor de geest haalt).''

`Handschriften en andere literaire documenten'is nog t/m 11 jan te zien in Aioloz, Botermarkt 8, Leiden. Inl: (071) 5140907.