Een dodelijk eiland

Onmiddellijk na verschijnen in 1719 werd Daniel Defoe's Robinson Crusoe een succes. Niet alleen in Engeland, maar ook op het continent. Er verschenen vertalingen en er onstond een nieuw genre, de `robinsonade' waarin het accent de ene keer op het avontuur van een stranding op een onbewoond eiland lag, de andere keer op een utopisch ideaal dat op zo'n eiland werd verwerkelijkt. In de bibliotheek van het Nederlands Scheepvaartmuseum Amsterdam bevindt zich een zeldzaam drukwerkje dat in eerste instantie op een fictieve dramatische variant lijkt. Dit boekje, An authentick Relation of the many Hardships and Sufferings of a Dutch Sailor werd in 1728 in Londen uitgegeven. Het is de Engelse vertaling van een Nederlands dagboek dat op Ascension zou zijn gevonden en dat geschreven was door een Hollander die als straf voor zijn `sodomitische zonden' was achtergelaten. Het werkje beleefde twee aangedikte herdrukken en vormde in de twintigste eeuw nog de basis voor een roman. Wie het origineel leest, zal in eerste instantie denken dat het een van de vele verzonnen robinsonades is. Die mening is nu voorgoed ontzenuwd door het speurwerk van de kunsthistoricus Michiel Koolbergen. Hij vond in uiteenlopende bibliotheken en archieven reisgeschriften, scheepsjournalen en andere bronnen die bevestigen dat het hier een waar gebeurd drama betreft. In 1725 werd de uit Den Haag afkomstige Leendert Hasenbosch, die als boekhouder bij de VOC had gediend, afgezet op het strand van Ascension, voorzien van eet- en drinkgerei, twee emmers, een oude braadpan, wat rijst, erwten en water, een musket en een bijbel.

Ook papier, inkt en een pen moeten zijn achtergelaten, want zijn lotgevallen staan afgedrukt in de Authentick Relation. Daarin lezen we hoe de arme Leendert op 5 mei, eenmal achtergelaten, zijn hoop op de Heer stelt en er voorlopig de moed inhoudt. Hij zet een tent op, verkent het onherbergzame, rotsige eiland en houdt zich in leven met vogels (destijds `zotskappen' genaamd) en zeeschildpadden. Het belangrijkste wordt echter schaars: water. Hij vindt wel een bron, maar lest zijn dorst uiteindelijk met een cocktail van schildpaddenbloed, urine en thee. De toestand wordt uitzichtloos en veel meer dan slapen, bidden, turen naar de horizon en wanhopen is er niet te doen. Er vallen gaten in het dagboek, Hasenbosch begint te hallucineren en op 8 oktober maakt hij zijn laatste aantekening. In januari van het volgende jaar deed een Engels schip Ascension aan. De bemanning vond Leenderts bezittingen, waaronder zijn dagboek. Ze treffen geen levend schepsel aan en ook geen stoffelijke resten van Hasenbosch. Hield Leendert zich verborgen? Was hij in wanhoop de zee ingelopen of had een ander schip hem opgepikt? We zullen het nooit weten.

Michiel Koolbergen gaat in dit boek uitvoerig in op het leven van Hasenbosch en op zijn carrière bij de VOC. Hij schrijft over andere waargebeurde robinsonades, en is op Ascension de sporen van Hasenbosch nagegaan. Hij overleed kort voor het manuscript gereed was. Wat hij hier nalaat is het uitvoerig verslag van zijn eigen speurtochten en een schrijnend relaas van een Hollandse Robinson.

Michiel Koolbergen: Een Hollandse Robinson Crusoë. Dagboek van de verbannen VOC-dienaar Leendert Hasenbosch op het onbewoonde eiland Ascension A.D. 1725. Menken Kasander & Wigman, 296 blz. €24,50

    • Roelof van Gelder