Deel HMX is verdwenen

In weerwil van de bestaande sancties blijkt Irak erin geslaagd zowel raketmotoren als vaste raketbrandstof te importeren, tot in het jaar 2002 toe. Dat is uit hun eigen omvangrijke verklaring van december gebleken, aldus chef wapeninspecteur Hans Blix gisteren tegenover de Veiligheidsraad van de VN.

Van een grote partij HMX, een krachtig explosief, die voor het vertrek van de toenmalige wapeninspectie UNSCOM in 1998 was verzegeld, blijkt een deel te zijn verdwenen. HMX geldt als een militaire springstof, die onder meer in granaten (met een zogenoemde `holle lading') wordt toegepast. In zeer gezuiverde vorm is het geschikt voor kernwapens. Irak beweert dat het afgevoerde HMX is vermengd met zwavel en nu wordt gebruikt in de mijnbouw ten behoeve van de cement-industrie. Irak blijkt niet van plan, of bij machte, om opheldering te geven in de kwestie van de verdwenen munitie met mosterdgas en zenuwgas. Eind november overhandigde het, op aandrang, het zogenoemde `Air Force document' waarvan inspecteurs van UNSCOM in juli 1998 een glimp opvingen. Het is een overzicht van de chemische wapens die in de oorlog met Iran (1980-1988) waren ingezet. Het overzicht wijkt af van de omvangrijke verklaring die op 8 december werd overhandigd.

De chef van de nulceaire waakhond IAEA, ElBaradei, riep de bij de VN aangesloten staten op om zo mogelijk informatie te geven over ruw uranium (erts of zogenoemde `yellow cake') dat Irak zou hebben besteld en mogelijk ontvangen. Daarover doen veel geruchten de ronde.