De instroom

De immigratie naar Nederland verandert in hoog tempo van karakter. Vorig jaar was de toestroom van vreemdelingen in verband met gezinshereniging voor het eerst veel groter dan het aantal asielzoekers dat een aanvraag deed om toegelaten te worden tot Nederland. Uit cijfers die de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) deze week heeft gepubliceerd, blijkt dat het aantal asielzoekers in 2002 sterk is gedaald, maar dat het aantal immigranten via gezinshereniging gestaag toeneemt. Hoewel de IND ten aanzien van de zogenoemde `reguliere toelating' (studie, werk, adoptie, gezinshereniging) over 2002 nog niet beschikt over uitgesplitste cijfers, valt uit doortrekking van de cijfers over voorafgaande jaren te berekenen dat in 2002 ruwweg 40.000 aanvragen voor gezinshereniging werden gedaan. Dat is het dubbele van het aantal asielaanvragen (18.667). In 2001 waren deze cijfers 32.744 (gezinshereniging) en 32.579 (asiel).

Uit deze verschuivingen blijkt allereerst dat het beleid werkt. De aanscherping van de vreemdelingenwet, een werkstuk van het tweede paarse kabinet, heeft resultaat. Het straffere politieke klimaat op het gebied van immigratie heeft de aanzuigende werking van Nederland ongetwijfeld ook verminderd. De toename van de gezinshereniging vloeit mede voort uit het lankmoedige toelatingsbeleid in het verleden: eerst kwamen de vluchtelingen en daarna komen de familieleden. De daling van het aantal asielzoekers heeft te maken met de afname van het aantal brandhaarden in de wereld. In Angola is een vredesproces op gang gekomen, in Afghanistan is de pacificatie begonnen, in Joegoslavië is de burgeroorlog voorbij. Maar er zijn genoeg crisisgebieden die tot nieuwe humanitaire rampen en volksverhuizingen kunnen leiden – het Midden-Oosten en West-Afrika om er enkele te noemen. Wil Nederland niet, zoals enkele jaren geleden werd gezegd, opnieuw het `putje van Europa' worden, dan blijft een streng toegangsbeleid een vereiste.

De aandacht dient daarbij nu te gaan naar de regelingen voor gezinshereniging. Tweede- en derde-generatie Turkse en Marokkaanse Nederlanders blijven grote aantallen bruiden en bruidegommen uit hun land van herkomst halen. Dat is een zorgwekkende ontwikkeling, die op gespannen voet staat met het streven naar integratie voor deze groepen. Zonder internationale afspraken te schenden, kan Nederland hieraan iets doen. De minimumleeftijd voor huwelijksimmigratie kan bijvoorbeeld verder worden verhoogd dan het demissionaire kabinet van plan was (21 jaar). In Denemarken bedraagt deze 24 jaar.

Immigratie is niet alleen een Nederlands, maar ook een Europees probleem. Niettemin maken de jongste IND-cijfers duidelijk dat Nederland een eigen beleid moet voeren. Er zijn meer mogelijkheden voor arbeidsimmigratie. Maar laat het met de gezinshereniging niet zo uit de hand lopen als met de asielimmigratie is gebeurd. Dan keert opnieuw de wal het schip.