De herfst van de bouwfraudeur

In het jongste nummer van het tijdschrift Optima proberen vijf Nederlandse schrijvers antwoorden te formuleren op de vraag of, en zo ja hoe, politieke gebeurtenissen als de terroristische aanslagen in de Verenigde Staten en de moord op Pim Fortuyn op den duur zullen doorklinken in hun werk. Vastomlijnde ideeën hebben de meeste van hen daar niet over. Ze laten het bij wat losse noties: `Een beetje schrijver weet wat Volkert bewoog [...] Een beetje schrijver begrijpt daders. Een beetje schrijver begrijpt beulen. Een beetje schrijver begrijpt meelopers en argeloze toeschouwers', schrijft Désanne van Brederode.

Vlak voor het verschijnen van Optima bevestigde Gijs IJlander (1947) met De nieuwe brug de houdbaarheid van Van Brederodes stelling. Schrijverschap wordt in hoge mate bepaald door het vermogen van een auteur zich in de denkwereld en het gevoelsleven van anderen te verplaatsen. IJlander beschikt in hoge mate over dit vermogen. Zijn nieuwste roman handelt over de parlementaire enquête naar fraude in de bouwwereld. Een wegenbouwer voelt zich bedreigd door een radicale milieuactivist, een linkse politicus is het slachtoffer van `demonisering' en er wordt een – naar het zich laat aanzien – politieke moord gepleegd. De nieuwe brug kwam uit toen de recente bouwenquête nog maar net was afgerond, dus het is onwaarschijnlijk dat IJlander zich heeft gebaseerd op de verhoren en het enquêterapport. Wel valt aan te nemen dat de aanloop naar de enquête, zoals de verhalen van klokkenluiders over dubbele boekhoudingen en andere misstanden in de bouwwereld, hem op een idee hebben gebracht. Ook lijkt het erop dat het politieke geweld in De nieuwe brug direct geïnspireerd is op de zesde mei 2002 en wat daaraan voorafging.

Maar hier houdt iedere vergelijking met de werkelijkheid op. IJlanders sobere en oer-Hollandse roman zou je een reportage kunnen noemen over de menselijke achtergronden van fictieve nieuwsfeiten. Hoofdpersoon is de gepensioneerde brug- en wegenbouwer Buys, een enigszins beperkte goedzak die zijn bedrijf eigenhandig heeft opgebouwd. Hij is onlangs weduwnaar geworden en probeert de balans van zijn leven op te maken. Zijn huwelijk met Clara was doorsnee, maar heeft, net als de verhouding met zijn zoon en dochter, geleden onder zijn monomane werkdrift. Verder is er weinig mis met deze man, die zijn dagen in eenzaamheid slijt in zijn riante huis te midden van het fraaie rivierenlandschap van de Betuwe. Aan de vooravond van de bouwenquête wordt hij enigszins zenuwachtig, want ook hij heeft er een dubbele boekhouding op na gehouden en ook was er wel eens een buitenechtelijk slippertje, waarvan hij niet wil dat zijn kinderen erachter komen.

IJlander stelt zich niet superieur op jegens zijn personages, zoals ook al bleek uit eerdere boeken: De kapper (1988), een met twee debutantenprijzen bekroonde roman over een bejaarde ramenfabrikant en De aanstoot (2000) over de bekrompen gemeenschap van een Noord-Hollands dorp begin vorige eeuw. Hij wekt begrip voor hun beperkingen. Dat doet hij ook voor Buys' `verloren zoon' Onno, een meeloper van de `autonome' milieubeweging van begin jaren tachtig. Onno was medeplichtig aan een gewelddadig incident tijdens de bezetting van een op Amelisweerd gelijkend natuurgebied, waarbij een vrouw ernstig hersenletsel opliep. Vader Buys, die in dit gebied een weg aanlegde, heeft zichzelf al die jaren verantwoordelijk gehouden voor dat incident en wat hij het meest vreest van de bouwenquête is dat zijn schuld zal worden bewezen.

Hij heeft gegronde reden voor die vrees. Wekenlang wordt telefonisch zijn leven bedreigd, zijn labrador Boris krijgt via de brievenbus vergiftigd voedsel en uiteindelijk dringt de stalker – zoon van de bij de bezetting van het natuurgebied invalide geraakte vrouw – zijn huis binnen. Ook deze doorgeflipte, aan speed en andere middelen verslaafde idioot, Dingo genaamd, wordt in zijn wanhoop en aan achterlijkheid grenzende domheid levensecht geportretteerd. Niet alleen Buys heeft mededogen met deze zielenpoot, ook als lezer voel je compassie.

En dan is er nog de weerzinwekkende Maarten Ketel, ooit begonnen als radicale milieuactivist, nu een ambitieuze, carrièregerichte politicus van de Brede Milieupartij die op het punt staat voorzitter van de enquêtecommissie bouwfraude te worden. Deze man blijkt van iedereen verreweg het meest boter op zijn hoofd te hebben en wordt daar meedogenloos voor afgestraft. Zelfs deze creep, in niets gelijkend op een bestaande politicus, maar een compilatie van alles wat er aan schijnheiligheid en carrièrisme in de (linkse) politiek rondloopt, krijgt menselijke proporties.

IJlander vertelt het verhaal vanuit het perspectief van de ontredderde Buys. Aanvankelijk probeert deze verbaal weinig begaafde weduwnaar verantwoording over zijn leven af te leggen via een overzicht waaraan een beoordeling kan worden gekoppeld. `Een simpel tijdverloop was niet voldoende, er moesten categorieën worden opgenomen die afzonderlijk werden gewogen: gezinsleven, vriendschap, gezondheid, zakelijk succes.' Een soort planningsbord moet het worden `waarbij met verschillende kleuren werd gewerkt'. Mij deed dit enigszins denken aan The Golden Notebook van Doris Lessing, maar Buys mist de creativiteit en het vermogen tot reflectie die voor zo'n aanpak zijn vereist. Vandaar dat zijn zelfonderzoek een uiterst simpel tijdsverloop krijgt, gedicteerd door een aantal grillige gebeurtenissen die spanning in het verhaal brengen. De nieuwe brug schetst geloofwaardige, met elkaar verweven politieke en persoonlijke drama's, vaardig geschreven, actueel, maar zonder de nadrukkelijke pretentie `maatschappelijk geëngageerd' te willen zijn.

Gijs IJlander: De nieuwe brug. L.J. Veen, 254 blz. €16,50