Darren rond het naakstrand

Waar is Yann Martel, die dit jaar met Life of Pi de prestigieuze Booker Prize won? En waar is Maggie O'Farrell, getipt door The Observer als een aanstormend talent en een intelligent vertegenwoordigster van het `tegenovergestelde van chicklit'?

Wél staan erop, in alfabetische volgorde: Monica Ali, Nicola Barker, Rachel Cusk, Susan Elderkin, Peter Ho Davies, Philip Hensher, A.L. Kennedy, Hari Kunzru, Toby Litt, David Mitchell, Andrew O'Hagan, David Peace, Dan Rhodes, Ben Rice, Rachel Seiffert, Zadie Smith, Adam Thirlwell, Alan Warner, Sarah Waters en Robert McLiam Wilson.

De publicatie, door het tijdschrift Granta, van de lijst met van de twintig meest belovende Britse schrijvers onder de veertig die eens in de tien jaar wordt gepubliceerd (voor het eerst in 1983), gaat nooit zonder oproer gepaard. Dit jaar werd op het laatste nippertje ontdekt dat twee van de auteurs die oorspronkelijk op de lijst stonden, Andrew Crumey en Nick Barlay, de veertig reeds gepasseerd waren. De voorzitter van de jury, Ian Jack, heeft laten weten dat het schrijverspotentieel volgens hem onder de vrouwelijke schrijvers gezocht moest worden. Hoewel er in vergelijking tot de voorgaande jaren inderdaad opvallend veel vrouwen op de lijst staan, zeven maar liefst, zijn dat er volgens sommigen nog steeds niet genoeg.

De opmerkelijkste vrouwelijke nominatie is die van de 35-jarige Monica Ali, wier eerste boek nog moet verschijnen. Op grond van haar manuscript Brick Lane oordeelde de jury eensgezind dat zij deel zal uitmaken van de generatie die de komende jaren de toon zal aangeven in de Britse letteren. Nicola Barker, die in 1993 met Love Your Enemies debuteerde, draait het langste mee. Onlangs verscheen van haar Vergeten Eiland, de Nederlandse vertaling van Wide Open (1998), het boek waarmee ze de Ierse IMPAC-Award won. Het is, na De Zomergast, het tweede boek van Barker in Nederlandse vertaling.

In Vergeten Eiland volgen we vijf personages, vier vrouwen en een man, die zich op het eilandje Sheppey, voor de zuidkust van Engeland, bevinden. Dankzij bizarre toevalligheden worden ze met elkaar in verband gebracht. Ronnie, een van hen, ontmoet op een dag een man die langs de snelweg elke dag naar auto's zwaait. Hij draagt dezelfde witte schoenen als Ronnie, en hij blijkt ook Ronnie te heten, maar omdat dit verwarrend is, besluiten ze hem Jim te noemen. De witte schoenen kreeg Jim van Nathan, die bij Gevonden Voorwerpen werkt, en Ronnies broer blijkt te zijn. Om het nog ingewikkelder te maken, blijkt de vader van Nathan en de ene Ronnie, ook Ronnie te heten. Sara, Luke en Lily zijn de andere, niet minder excentrieke personages: de een is op zoek naar een mythische ontbrekende schakel tussen mensen en apen, de `oran-pendicus' op Sumatra, de ander is ex-pornograaf, en de derde lijdt aan hevige woede-uitbarstingen. Wie een poging doet de plot na te vertellen, strandt, zoveel moge inmiddels duidelijk zijn, in een onwaarschijnlijk, onnavolgbaar labyrint.

Bij Barker draait het om de personages, die, terwijl ze over het strand zwerven of `darren' om de lijven op het naaktstrand te observeren, steeds met dieren worden vergeleken. Als ze zich niet als zwijnen of varkens gedragen, dan `balken' ze wel of `zetten ze hun hoeven schrap'. Het wordt steeds viezer, als de personages hun ingegroeide teennagels, zwangerschapsstrepen, eeltplekken en moedervlekken beschrijven, of experimenteren met de stofzuiger. `Haar achterste was pokdalig van de stof- en haarvlokjes waar de stofzuiger niet goed vat op had kunnen krijgen.' Barker biedt weinig rust, maar een voortdurende groteske wervelwind van dierlijke lichamelijkheid en bizarre, zwarte humor. Dat houdt haar proza vitaal en geeft het een fascinerende pornografische kwaliteit. `Ik lig helemaal open, als een stinkend blik wormen', is een bijna overbodige opmerking van een van haar personages. Barkers proza ligt voortdurend met de benen gespreid, `wijd open'.

De Granta List wordt als een serieuze indicatie voor het literaire landschap beschouwd, niet in de laatste plaats omdat de literaire helderziendheid van de jury de twee voorgaande keren gerechtvaardigd bleek. In 1983 prijkten de namen van Ian McEwan, Martin Amis, William Boyd en Salman Rushdie op de lijst, en in `de klas van 1993' troffen we Kazuo Ishiguro, Hanif Kureishi en Jeanette Winterson aan. Toch is een uitverkiezing op de Granta-list niet altijd gunstig voor de schrijver in kwestie. Adam Mars Jones, ooit van gehoord? Hij stond op de lijst van 1983, maar bezweek onder de druk van de hoge verwachtingen. Een tweede roman verscheen nooit. `Mijn strijd tegen overproductiviteit is zeer succesvol geweest', grapte hij in The Observer. Hij blijft de rest van zijn leven veelbelovend. Barker hoeft daarvoor niet te vrezen; haar achtste boek Behindlings verscheen vorig jaar. Zij had eigenlijk in 1993 al op de lijst moeten staan.

Nicola Barker: Vergeten Eiland. Vertaald uit het Engels door Han Visserman. Bert Bakker, 276 blz. €19,95

    • Stine Jensen