Het nieuws van 10 januari 2003

Een dodelijk eiland

Onmiddellijk na verschijnen in 1719 werd Daniel Defoe's Robinson Crusoe een succes. Niet alleen in Engeland, maar ook op het continent. Er verschenen vertalingen en er onstond een nieuw genre, de `robinsonade' waarin het accent de ene keer op het avontuur van een stranding op een onbewoond eiland lag, de andere keer op een utopisch ideaal dat op zo'n eiland werd verwerkelijkt. In de bibliotheek van het Nederlands Scheepvaartmuseum Amsterdam bevindt zich een zeldzaam drukwerkje dat in eerste instantie op een fictieve dramatische variant lijkt. Dit boekje, An authentick Relation of the many Hardships and Sufferings of a Dutch Sailor werd in 1728 in Londen uitgegeven. Het is de Engelse vertaling van een Nederlands dagboek dat op Ascension zou zijn gevonden en dat geschreven was door een Hollander die als straf voor zijn `sodomitische zonden' was achtergelaten. Het werkje beleefde twee aangedikte herdrukken en vormde in de twintigste eeuw nog de basis voor een roman. Wie het origineel leest, zal in eerste instantie denken dat het een van de vele verzonnen robinsonades is. Die mening is nu voorgoed ontzenuwd door het speurwerk van de kunsthistoricus Michiel Koolbergen. Hij vond in uiteenlopende bibliotheken en archieven reisgeschriften, scheepsjournalen en andere bronnen die bevestigen dat het hier een waar gebeurd drama betreft. In 1725 werd de uit Den Haag afkomstige Leendert Hasenbosch, die als boekhouder bij de VOC had gediend, afgezet op het strand van Ascension, voorzien van eet- en drinkgerei, twee emmers, een oude braadpan, wat rijst, erwten en water, een musket en een bijbel.

Gezichtssluier

Ik ben een moslima, een Nederlandse en vrouw bovendien. Dat ik als vrouw ben geboren is geen verdienste, dat ik in Nederland ben geboren evenmin, maar de islam is voor mij een weloverwogen beslissing geweest, iets waar ik trots op ben, waar ik voor leef.

De islam is momenteel niet erg populair in Nederland, behalve dan als verkiezingsitem. Ik zie dus met lede ogen de debatten op televisie aan waarin de begrippen integratie, asielzoekers, criminelen en moslims onlosmakelijk verbonden lijken te zijn. Nu is er een nieuwe discussie op gang gekomen over het wel of niet dragen van de gezichtssluier, dit terwijl het gesprek over de hoofddoek nog maar in de kinderschoenen staat. Typerend is dat deze discussie plaatsvindt tussen gelijkgestemden, nog niet één keer heb ik een moslima met niqab gezien of gehoord. En dat ben ik spuugzat!

Nederlandse vrouwen hebben jarenlang gevochten voor hun vrijheid en het mag niet toegestaan worden dat er vrouwen zijn die zichzelf bedekken. Men preekt voor vrijheid, maar als een vrouw zelf kiest voor een hoofddoek of een gezichtssluier dan wordt de rem er op gezet: `Nee, wij bepalen wel wat vrijheid is en daar mag u zich dan naar schikken.'

Ik voel mij diepgeraakt door deze onwetende, arrogante, zelfingenomen praatjes. Ik draag een hoofddoek, een langer model en heb in de loop van de jaren keihard moeten vechten tegen onbegrip en haat, zowel in mijn zeer naaste omgeving als daarbuiten. Maar ik was sterk.

Momenteel zou ook ik mijn gezicht willen bedekken, omdat ik daartoe de innerlijke behoefte voel. Er is niemand, absoluut niemand die mij hiertoe dwingt of aanzet. Sterker nog; weer ondervind ik diezelfde tegenwerking, maar dit keer bijgestaan door de heren en dames politici. En in tegenstelling tot wat iedereen klakkeloos aanneemt, is het juist mijn man die het mij afraadt.

Er wordt door het niet-islamitisch deel van deze samenleving niet nagedacht over tussenoplossingen en gulden middenwegen. De discussie zou zich moeten beperken tot vrijheid van keuze en respect, want dat het daaraan ontbreekt dat is me wel duidelijk.

Ideale leiders

Eind vorig jaar organiseerde deze krant een eigen onderzoek naar de wensen en verlangens van de gemiddelde kiezer. Twintig verslaggevers werden erop uitgestuurd om te kijken wat gewone burgers in gewone wijken in gewone gemeenten beschouwen als de grootste politieke problemen en wat zij eigenlijk verwachten van hun politieke vertegenwoordigers. In een mooie Thema-bijlage beschreven de journalisten de uitkomsten. Zij probeerden dat zo netjes mogelijk te doen, maar tussen de regels door was hun verwarring tastbaar. Gewone burgers maken zich nauwelijks druk om politieke kwesties, zo bleek. Als je gewone burgers vraagt wat zij het afgelopen jaar voor moois hebben meegemaakt, dan vertellen zij over hoogtepunten in hun persoonlijk leven: de geboorte van een kind of kleinkind, het eindexamen van dat kind, het huwelijksfeest van ouders of grootouders, of zelfs `een nest jonge poesjes'. En als je hen vraagt of hun het afgelopen jaar iets naars is overkomen, dan spreken ze maar hoogst zelden over de moord op Pim Fortuyn, of over de verharding van het politieke klimaat. Dan denken zij aan hun vader, broer of buurman die kanker kreeg of plotseling werd getroffen door een beroerte. Dan vertellen ze dat ze ontslagen zijn, of dat hun man zijn baan verloor, of dat de vakantie in het water viel. Als hun dat allemaal bespaard is gebleven, melden zij dat ze het afgelopen jaar `niets naars hebben meegemaakt'. Dan zijn ze blij en dankbaar dat het goed gaat met hun kinderen, dat hun ouders gezond zijn en dan verheugen zij zich op een verjaardagsfeest volgende week. Wat moet de politiek in 's hemelsnaam aan met dat soort burgers, zo vroeg NRC Handelsblad zich af. Wat is voor dergelijke burgers nog een goed politicus?

Voorkeur Theater

De Aankondiging

Het Friese mimegezelschap Suver Nuver brengt een brutale en briljante mengeling van het levensverhaal van Jezus en Lars Noréns toneelstuk Nacht, moeder van de dag. Regisseur en tekstschrijver Moniek Merkx grijpt dit stuk over vader- en moederschap, alcoholisme en verlangen naar martelaarschap aan om de drie leden, Peer van den Berg, Dette Glashouwer en Henk Zwart, tot ongekende acteerprestaties te leiden. Net zoals in Nacht, moeder van de dag beheert de drankzuchtige Vader een aftands feestzaaltje. Overal verbergt hij zijn heupflesjes wodka. De Zoon is verstrikt in bizarre, erotische fantasieën. Hij is een meisje in een jongenslichaam, hij droomt ervan de Heiland te zijn, verlosser van de mensheid. Maar de ironie is dat hij zelfs zijn ouders niet de verzoening kan bieden, die hij zou willen.

Uiteindelijk steekt vader moeder doodt. De zoon begraaft haar onder de aardappelen. Zelf neemt hij zijn geliefde rol aan: die van martelaar aan het kruis, compleet met doornenkroon en bloeddruppels over zijn lichaam.

Opnieuw, na Vlees en bloed, toont Suver Nuver aan dat haar formule van koele hilariteit en ijzige komedie nog steeds schitterend werkt.

Al die verwijzingen, naar Jesus Christ Superstar, De Aardappeleters door Van Gogh, de Bijbel en Norén swingen als altijd. Tekst speelt een grote rol, en het Friese accent is geen probleem. Integendeel. Die maakt het nog mooier.

11 jan Gouda, Schouwburg. 17, 18 jan Leeuwarden, Harmonie; 24, 25 jan Amersfoort, De Lieve Vrouw.

Voorkeur Beeldende Kunst

Mondriaan

Over het leven van Mondriaan (1872-1944) was lange tijd weinig bekend, en over zijn werk eveneens. Hier is in de afgelopen twintig jaar verandering in gekomen. Vooral dankzij de arbeid van de kunsthistorici Joop Joosten en (de inmiddels overleden) Robert Welsh, die in 1998 de omvangrijke catalogue raisonné van het oeuvre van Mondriaan publiceerden. Sindsdien heeft Joosten zijn onderzoek onverdroten voortgezet. Stukje bij beetje is Joosten gaten in de Mondriaanpuzzel aan het opvullen, zo blijkt uit het mooie boek dat is verschenen bij de tentoonstelling Mondriaan: op weg naar abstractie. De expositie was eerder te zien in Musée d'Orsay in Parijs en in het Kimbell Art Museum in Texas, en is nu in het Haags Gemeentemuseum. De tentoonstelling, waar 110 schilderijen uit de periode 1892-1914, afkomstig uit collecties in binnen- en buitenland, zijn bijeengebracht, laat zien hoe Mondriaan stap voor stap zijn ideeën over de kunst als uitdrukking van, in zijn woorden, `het waarlijk collectieve en universele', ontwikkelde. Wij weten wat er na zou komen, maar hij wist dat natuurlijk niet; en de snelheid en intensiteit waarmee hij zich ontwikkelde, via symbolisme, fauvisme, pointillisme, kubisme, is verbluffend. Af en toe ontstonden er wangedrochten, en faalde hij in de visuele verwerkelijking van wat hem voor ogen stond, zoals bij het grote Duinlandschap uit 1911 in roze en blauw, of het Evolutie-triptiek, of sommige vormeloze kubistische composities. Maar al deze experimenten waren noodzakelijk, en daarom toch belangrijk als deel van zijn werk.

Mondriaan: op weg naar abstractie t/m 20 april in het Haags Gemeentemuseum, Stadhouderslaan 41, Den Haag. Di t/m zo 11-17u.