Zaak-Brongersma 1

Het feit dat de geestestoestand van iemand die tot zelfdoding overgaat in psychiatrische termen `ziek' kan worden genoemd, brengt niet zonder meer mee dat die beslissing zelf ook als `van ziekelijke aard' kan worden beschouwd (stelling bij mijn dissertatie van 1988).

Het omgekeerde geldt natuurlijk ook. Een rationele en goed beargumenteerde doodswens kan moeilijk als een blijk van blakende geestelijke gezondheid worden aangemerkt. Het is mogelijk wel te behandelen, maar een patiënt heeft het recht die behandeling te weigeren, zoals kortgeleden nog duidelijk werd in het geval van een hongerstaker. Nu is bij een hongerstaker niet de dood het doel, maar de dreiging ermee en het daarmee gepaard gaande lijden is een middel gericht op geheel andere doelen.

Iemand die daarentegen de dood zelf wenst, zal het eraan voorafgaande lijden nu juist willen beperken of uitsluiten. De daarvoor geijkte middelen zijn bij wet uitsluitend door bemiddeling van artsen verkrijgbaar gesteld, zodat beroep op hulpverlening van hun kant voor de hand ligt. Beperking of uitsluiting van lijden is bij uitstek een medische taak overigens met uitdrukkelijk ontzien van de levensovertuiging van iedere arts persoonlijk. Indien in de zaak-Brongersma de zaak voor de rechter ook aldus was voorgedragen had ons, gezien de jurisprudentie, een grote hoeveelheid geschrijf bespaard kunnen blijven.

    • F.E. Frenkel