Politie kan onverdachte nu al registreren

De politie moet persoonsgegevens van onverdachte personen kunnen registreren, bepleit minister Donner. Maar de wet die hij voorbereidt, voorziet in verdergaande bevoegdheden.

Minister Donner (Justitie) schiet door met zijn plan om op basis van anonieme tips registers aan te leggen van personen. Dat laat het College Bescherming Persoonsgegevens (CBP) weten. ,,De minister geeft zonder enig besef van historische kennis gehoor aan de wens van de politie om anonieme tips te mogen opslaan over personen tegen wie geen enkele concrete verdenking bestaat'', zegt bestuurslid U. van de Pol van het CBP. Hij vindt dat de minister onder het mom van terrorismebestrijding veel te ver gaat met zijn voorstel om wettelijk te bepalen dat de politie registers mag aanleggen van personen die niet verdacht zijn van strafbare feiten.

Dergelijke registers mogen nu ook aangelegd worden, maar alleen in het kader van specifiek strafrechtelijk onderzoek en moeten na vier maanden vernietigd worden. Dat is het gevolg van de in 2000 ingevoerde Wet op de politieregisters, die beperkingen oplegde aan registratie van anonieme tips die binnenkomen bij de politie. Aanleiding voor aanscherping van die wet waren de bevindingen van de parlementaire enquêtecommissie-Van Traa. In recherchebestanden kwamen tienduizenden anonieme tips voor, zonder enige controle op de bruikbaarheid of de betrouwbaarheid ervan. De nieuwe wet legde de opslag ervan aan banden. Anonieme tips mochten alleen nog maar langdurig worden opgeslagen bij delicten waar meer dan acht jaar celstraf voor staat. Bij opsporingsonderzoek waar minder straf op staat, mag die opslag voor beperkte duur en alleen onder verantwoordelijkheid van een officier van justitie.

De aanslagen van 11 september vorig jaar frustreren volgens de politie onderzoek naar potentiële terroristen en zware criminelen. Bovendien zijn anonieme tips nu niet bruikbaar voor misdaadanalyses en het traceren van potentiële terroristen zonder strafblad. Zo kan informatie over een persoon die in Nederland vlieglessen volgt, in combinatie met andere gegevens wel degelijk informatie opleveren over terreurvoorbereiding, zonder dat er concrete strafbare feiten zijn gepleegd, is de redenering.

Op het ministerie van Justitie was al voor de aanslagen van 11 september een wetswijziging in voorbereiding om de uitwisseling van vertrouwelijke politie-informatie beter te regelen. In wat eerst de `visienota politieregistratie' heette en inmiddels de kabinetsnota `Vernieuwing persoonsgegevens met het oog op bestrijding criminaliteit' is, wordt de informatie-uitwisseling over zware criminaliteit tussen politiekorpsen onderling geregeld. De huidige wetgeving bemoeilijkt die wederzijdse informatie-uitwisseling van recherchegegevens. Daarnaast moet de politie ruimere mogelijkheden krijgen om vertrouwelijke informatie te verstrekken aan andere overheidsdiensten als de reclassering, gemeenten, verslavingszorg woningbouwcorporaties of de kinderbescherming. In het regime van de huidige wet is dat verboden en mogen politiegegevens alleen gebruikt worden voor eigen opsporingsonderzoek.

In het jongste concept van die kabinetsnotitie is de mogelijkheid opgenomen om ook informatie op te nemen over niet verdachte personen die in speciale themaregisters voor langere tijd mogen worden opgeslagen. Bijvoorbeeld rond het thema terrorisme, of kinderporno. De politie mag daarin informatie opslaan over bijvoorbeeld reizen van bepaalde personen, contacten of vreemde gedragingen die mogelijk te maken hebben met terrorisme. Ook mag de politie andere bronnen raadplegen en opslaan dan verkregen via opsporingsonderzoek.

Volgens Van de Pol biedt de huidige wetgeving nu al mogelijkheden om dergelijke registers aan te leggen in het kader van terrorismebestrijding. ,,Daar staan al anonieme tips in over smoezende Arabieren op een plein. Maar dat gebeurt door een speciaal rechercheteam en onder verantwoordelijkheid van een behandelend officier van justitie. Die registers bieden ook de mogelijkheid om analyses te maken. De huidige wet heeft zijn knelpunten. Als een team op terrorisme rechercheert, is het niet altijd mogelijk om informatie over andere gesignaleerde criminele activiteiten door te spelen aan andere rechercheteams. Verdergaande informatiebevoegdheden zijn in eerdere concepten aan de orde geweest, maar wel met degelijke controle op de opslag en betrouwbaarheid van gegevens. Bij invoering van die `themaregisters' ligt het gevaar op de loer van ongebreidelde opslag van duizenden gegevens waarvan de betrouwbaarheid niet vaststaat. Als dan vervolgens rechtshulpverzoeken moeten worden gehonoreerd, ligt het gevaar op de loer van boterzachte informatie. Als het nodig is om de wandel van niet verdachte personen na te gaan, kan dat nu ook via de procedure van een verkennend onderzoek onder leiding van een officier van justitie en de vorming van tijdelijke politieregisters.''

    • Jos Verlaan