Nederland is leeg

Tante Truus heeft nog niets van haar aantrekkingskracht verloren. Het lieve mens werd achttien jaar geleden door toenmalig minister Ruding geïntroduceerd. In plaats van op zoek te gaan naar een passende baan bleven de meeste Nederlanders liever thuis bij Tante Truus, aldus de bewindsman.

Dat Ruding de spijker op de kop sloeg, staat in het harde klimaat van vandaag nauwelijks ter discussie. Sterker nog, de dame in kwestie blijkt ook internationaal een rol te spelen. Bijna wekelijks valt het vertrek te melden van weer een buitenlandse topman die blijkbaar snakt naar zijn familie of naar een lokale variant van spruitjes.

De voorlopig laatste in een lange rij is de Britse topman John Rowley van uitzendconcern Vedior. Hij maakte deze week bekend ,,dichter bij huis'' actief te willen zijn. Een paar dagen eerder was het de beurt aan de Franse commissaris Eric Bourdais de Charbonnière die het na drie maanden al weer had gezien bij automatiseringsbedrijf Getronics. Volgens Getronics zegt hij zijn rol als toezichthouder om persoonlijke redenen op. Bij hetzelfde Getronics vertrok eerder al de Amerikaanse bestuurder David Goulden die ,,steeds heeft aangegeven'' zijn loopbaan in zijn vaderland te willen voortzetten.

De lijst van buitenlandse spijtoptanten is lang, zelfs als het tot de (voormalige) hoofdfondsen van de Amsterdamse beurs wordt beperkt. En tot op het hoogste niveau. Vorig jaar stapte de Braziliaanse ABN Amro-bestuurder Lires Rial na minder dan twee jaar bij op. Bestuursvoorzitter Coleman bij Baan kwam er na een half jaar achter dat frequent vliegen van Silicon Valley naar Barneveld dodelijk is voor het familieleven. Ook financieel topman Riddle van Hagemeyer wilde ,,meer tijd besteden aan mijn familie'' in Groot-Brittannië.

Zelfs keiharde Amerikanen wier beleid menig aandeelhouder tot de bedelstaf heeft veroordeeld hebben er last van. Mark Schneider van kabelbedrijf UPC wilde ,,na vijf jaar'' overzee weer met zijn familie terug naar de States. Financieel directeur Philippe Santin van Versatel kon de aantrekkingskracht van Parijs nauwelijks een jaar weerstaan.

De buitenlandse bestuurder blijkt in veel gevallen een snelle voorbijganger die vatbaar is voor heimwee. Al of niet na tegenslagen. Niet onbegrijpelijk, maar met de huidige internationalisering van het Nederlandse bedrijfsleven zorgen bestuurders van buitenlandse origine wel voor een extra risico: bovengemiddelde kans op leegloop. Eén sentimentele blik op de foto van Tante Truus kan voldoende zijn voor een enkele reis naar huis.

    • Erik van der Walle