Liberalisme alléén is geen panacee

Voor de noodzakelijke hervorming van de staat zijn de sociaal-democraten en de christen-democraten evenzeer nodig als de liberalen. Immers, het fundament van de democratie rust niet op één steen, betoogt J.Th. Degenkamp.

Om hervormingen van de staat ter hand te nemen is het liberalisme een geschiktere politieke filosofie dan de christen-democratie en het socialisme, aldus F.R. Ankersmit (Opiniepagina, 4 januari). Dat hervormingen noodzakelijk zijn, wil ik niet bestrijden, maar deze stelling verbaast zeer. Hoewel het dol is te spreken van de `puinhopen' van paars, kan wel gesteld worden dat paars, vooral in het tweede deel van de voorstelling, niet goed heeft gepresteerd. Gedurende de paarse periode, alsmede tijdens het (demissionaire) kabinet-Balkenende was sprake van neoliberaal beleid. Het gedeeltelijk falen van de overheid is voor een belangrijk deel veroorzaakt door een ondoordacht verzelfstandigings- en privatiseringsbeleid.

Begin jaren '90 lanceerde de commissie-Wiegel het idee van de kerndepartementen. De gedachte erachter was dat het beleid zou worden bepaald op de departementen en dat de uitvoering daarvan op afstand zou plaatsvinden. Een dom idee, omdat het gebaseerd is op de opvatting dat uitvoering van beleid mogelijk is zonder dat daarbij ook weer keuzen worden gemaakt, dus beleid wordt gevoerd. Maar Kok cum suis heeft dit idee hartstochtelijk omhelsd en het daarna ook nog op niet al te verstandige manier in praktijk gebracht. Een kind kan verzinnen dat bij omzetting van een publiek in een privaat monopolie de nieuwe monopolist daar veelal baat bij heeft en de afnemers het gelag betalen.

Daarvan zijn makkelijk voorbeelden te verzinnen en Ankersmit geeft er terecht enkele. Hij vergeet echter te vermelden dat dit privatiseringsproces nu juist heel goed past in een liberale gedachtegang. Vervolgens is naast het op de markt gooien van activiteiten door privatisering het verzelfstandigingsproces binnen de overheid funest geweest. Lukraak zijn honderden zelfstandige bestuursorganen (zbo's) in het leven geroepen, waarover in deze krant van 4 januari een droevig verslag stond.

Dat het in de overheidsorganisatie door dit ondoordachte verzelfstandigen en privatiseren een rommeltje werd, is door sommigen in het verleden vaak gezegd, maar dit werd dan door de paarse marktgelovigen hautain weggelachen. De overheersende paarse krachten geloofden in de democratie van de koopkrachtige vraag, de democratie van de markt en gingen uit van `minder overheid, meer markt en minder wetten'. Dat macht in het maatschappelijk leven een belangrijk verschijnsel is, werd weggedacht. Dat is klassiek neoliberaal.

Op bovennationaal niveau is het zo mogelijk nog erger. De Europese Unie en alles wat daarvoor kwam, steunt op liberale beginselen. De politieke democratie komt er vanaf het begin weinig in voor. Maar liberalen waren uiteraard voor de Europese interne markt en de socialisten hadden een blind geloof in `internationaal'. De Nederlandse socialisten leefden met het motto `daar buiten schijnt de regen' en hoopten tegen beter weten in dat het wel goed zou komen met de Europese democratie en met de Europese sociale dimensie. Zowel het een als het ander berustte en berust op een illusie. Niemand beter dan Bolkestein met zijn `Beste Els'-verleden weet dat Europa een lobbydemocratie is, als je tenminste lobby en democratie aan elkaar wilt koppelen. Sommigen willen dat, ik ben daar fel op tegen. Als iets te maken heeft met achterkamers, dan is het wel lobbyen. Maar sommige liberalen hebben daar kennelijk niet veel moeite mee.

Ankersmit geeft er in zijn artikel ook blijk van niet goed te weten hoe de juridische verhouding van Nederland tot de Europese Unie in elkaar zit. Hij wil dat in de Nederlandse Grondwet wordt aangegeven hoe de relatie is van Europa tot de Nederlandse staat. Dat is echter al gebeurd. Werd tientallen jaren geleden nog gesteld dat de lidstaten hun soevereiniteit `zij het op een beperkt terrein' hadden opgegeven, in het begin van de jaren negentig heeft het Hof van Justitie die beperking stilzwijgend geëlimineerd. Wij zijn juridisch gezien een belangrijk stuk van onze soevereiniteit kwijt en dat is ondemocratisch sluipend gebeurd; liberalen, socialisten en christen-democraten stonden erbij en keken ernaar. Een schandelijk historisch proces, waar Ankersmit op had kunnen wijzen.

Met Ankersmit ben ik van mening dat de Nederlandse overheidsorganisatie aan reorganisatie toe is en dan niet op de manier zoals in het recente verleden is gebeurd. Zo moet de overheid nutsvoorzieningen zoals openbaar vervoer, et cetera weer terughalen en intern goed organiseren. Het niets opleverende proces van samenvoeging van gemeenten en het gedoe met deelraden binnen grote gemeenten moet fundamenteel worden heroverwogen. De politie moet op termijn worden gereorganiseerd, waterschappen moeten verdwijnen (het is toch te dol dat beleidsbepaling van bijvoorbeeld ruimtelijke ordening hier, en waterbeheer daar plaatsvindt) en de drie noordelijke provincies kunnen heel goed door één bestuur bestierd worden.

Er is dus het een en ander te doen. Sociaal-democraten, christen-democraten en liberalen kunnen allemaal een steentje bijdragen. Het fundament van de democratie rust niet op één steen.

Prof.dr. J.Th. Degenkamp is oud-hoogleraar rechtswetenschap aan de Rijksuniversiteit Groningen.