Kiezer moet nu weten wat de SP precies wil

Wat wil de SP? Die vraag wordt van steeds groter belang. Een maand of twee geleden deed het er nog niet zo erg toe. Na de val van het kabinet leken CDA en VVD af te stevenen op een bescheiden meerderheid, en omdat zo'n rechtse coalitie na 22 januari vrijwel zeker scheen, kon de linkse kiezer vrij stemmen naar het hart.

Sinds Kerstmis heeft deze heilsboodschap aan glans ingeboet. Zalm slaagt er maar niet in zijn killersimago af te schudden en heeft in zijn barre nood zelfs Wiegel te hulp geroepen. En nu het CDA Balkenende niet langer uit de wind weet te houden, bladdert diens op weinig gebaseerde presidentiële aura zienderogen af. Daarentegen lijkt de PvdA zich gaandeweg van de klap van 15 mei te herstellen, en komt zij weer als mogelijke coalitiepartner in zicht. Het valt, als de huidige tendens zich doorzet, zelfs niet eens volledig uit te sluiten, dat zij over goed twee weken, gelijk in 1994, nog net als eerste eindigt, en zo dus een stevig stempel op de formatie kan drukken.

Hernieuwde linkse regeringsdeelname lijkt zo steeds meer een reële mogelijkheid te worden, maar of CDA en PvdA samen aan 76 zetels komen, is niet zeker. Dat maakt de vraag urgent: wat wil de SP? Is zij werkelijk in regeren geïnteresseerd, en derhalve ook tot de nodige concessies bereid? Of stemt het electoraat op een getuigenispartij? Liever een ongeschonden blazoen en niets bereikt, dan vuile handen en wel iets bereikt? Iedereen weet immers dat in het verkiezingsprogramma van de SP een aantal zaken staat, waarmee geen enkele andere grote partij zal kunnen instemmen, nog afgezien van ludieke onzinnigheden als de afschaffing van de eerste klas op de trein.

Een groot deel van de tien procent van het electoraat dat nu overweegt op de SP te stemmen, doet dat omwille van concrete verwachtingen op het gebied van zorg, onderwijs en veiligheid. Juist aan de radicaalste punten zullen weinigen hechten – maar juist in die radicale punten ligt voor de partijleden een fors deel van de eigen identiteit. Doet Marijnissen op dit vlak grote concessies, dan belandt hij in een spagaat tussen de macht en zijn kader, en dreigt een fors conflict. De kiezer heeft recht op duidelijkheid: durft hij dat aan?

Hoe hard is de eis om uit de NAVO te willen treden – en in het verlengde daarvan de in de praktijk nagenoeg absolute weigering tot deelname aan vredesoperaties? Laat de SP de regering meteen weer vallen, wanneer Nederland er toch niet aan ontkomt om de Verenigde Staten enige steun-op-afstand te verlenen bij een aanval op Irak? Dat kan immers het probleem van de Duitse minister Fischer worden, en dat geldt voor Den Haag des temeer, nu de huidige coalitie in haar gedachteloze hondentrouw jegens Washington alle onderhandelingsruimte al bij voorbaat lijkt te hebben weggegeven, zodat het heel wat energie zal vergen om weer tot meer verantwoorde distantie ten opzichte van het avonturisme van Bush te komen. Pacta sunt servanda – voor de geloofwaardigheid van Nederland ontkomt zelfs een regering die alléén uit linkse partijen bestaat, zoals Marijnissen bepleit, daar niet aan.

En verder: hoe staat het bij de SP met de Europese Unie – tegenover het achter de geraniums wegvluchten van de LPF op rechts, een eigen provincialisme van links? En ofschoon er geen enkele reden is om belastingverhoging principeel taboe te verklaren omdat collectief aan beter onderwijs besteed geld een zinniger investering in de toekomst vormt, dan veel geld dat particulier door de jetset over de balk wordt gesmeten: hoe hard telt voor de SP die hoogste belastingschijf van 72 procent?

De kiezer moet dat vóór 22 januari weten, omdat dat grote gevolgen kan hebben voor de samenstelling van de regering, en daarmee voor haar koers. Kiest de SP in de praktijk, door te veel ononderhandelbare punten, voor de oppositie, dan verzwakt een stem vóór de SP de kracht van links binnen een aanstaande centrum-linkse coalitie. Veel mensen die nu overwegen SP te stemmen zullen dat niet willen en zullen, als Marijnissen dienaangaande geen duidelijkheid verschaft, er derhalve verstandig aan doen de overstap te overwegen naar een andere progressieve partij.

Thomas von der Dunk is cultuurhistoricus.

    • Thomas von der Dunk