Journalist moet geen lijsttrekkertje spelen

De nieuwe politiek is televisiepolitiek. In nauwelijks één week tijd hebben we al zoveel debatten achter de rug dat het de kijker nu al duizelt. Sommige politici volgen het sinterklazige voorbeeld van de alomtegenwoordige Fortuyn zó enthousiast dat zij op één avond twee of drie keer op de buis verschijnen. Het was Balkenende, gisteravond bij Voor je Kiezen, na het pittige debat eerder op de avond in 2 Vandaag al een beetje aan te zien. De vraag is hoe lang de heren en dame dit volhouden.

Een intrigerende kwestie is hoe de krachtsverhoudingen tussen presentatoren en politici in dit reizend circus van dag tot dag veranderen. Sommige interviewers, zoals Frits Wester in het eerste lijsttrekkersdebat op vrijdagavond 4 januari, zijn zo dwingend aanwezig dat ze het debat ernstig verstoren. De collega's bij Nederland Kiest en 2 Vandaag doen het daarna wat rustiger aan en laten hun gasten wat meer uitpraten. Ook lijkt het dat de politici van het eerste debat hebben geleerd en stilzwijgend (?) hebben afgesproken dat ze niet meer zo over zich heen laten lopen. Dinsdagavond bijvoorbeeld maakte Klaas de Vries bezwaar tegen een begin van leedvermaak van de kant van beroepscynicus Ferry Mingelen over het mogelijk stukgelopen huwelijk Peper-Kroes. Mingelen viel even stil (een unieke gebeurtenis) en moest toegeven: u heeft gelijk.

Na afloop van het lijsttrekkersdebat op 4 januari zei menigeen dat er twee verliezers waren: Zalm en Balkenende. In werkelijkheid waren dat er drie: Frits Wester en zijn zender RTL4. Het leek alsof een vijfde politieke partij was aangeschoven, de Lijst Frits Wester (LWF), met een lijsttrekker die op zijn manier volksvertegenwoordigertje speelde met behulp van de peilingen van bureau Intomart. Hij wist te vertellen wat `Nederland' er zoal van vond, en plaatste dit tegenover de opinies van zijn gasten. Hij was het langst van iedereen aan het woord, brak voortdurend in met inhoudelijke tegenwerpingen, en regeerde de tafel met ijzeren vuist. Regelmatig mochten de collega-politici hun zin niet afmaken omdat dit niet in de kraam van de LWF te pas kwam. Wouter Bos werd mede winnaar omdat hij zijn irritatie hierover enkele malen duidelijk liet blijken. Niet voor niets kwam het debat pas echt los toen Bos, nog steeds gehinderd door de gespreksleider, een beetje ruimte nam en Balkenende rechtstreeks in de kladden greep. Maar dat was alweer tegen het einde, nadat vele momenten die vergelijkbaar vuurwerk hadden kunnen opleveren, door Wester vakkundig in de kiem waren gesmoord.

Wat zegt dit over de krachtsverhouding tussen journalisten en politici in de epische worsteling die op dit moment gaande is? RTL-presentator Rick Nieman verklaart zelfbewust: ,,Ja, we leven in een mediacratie. We kunnen politici maken en breken. Je kunt, zoals Melkert, binnen een partij nog wel omhoog komen op inhoud, maar daarna kun je toch nog worden afgebrand vanwege je media performance.'' De Volkskrant vindt daarentegen in haar redactioneel van zaterdag 4 januari dat de manipulatieve macht van de media vaak schromelijk wordt overschat.

Beide standpunten lijken me overtrokken. Maar als men Wester op 4 januari bezig zag, ligt het gelijk dichter bij collega-mediacraat Nieman dan bij de Volkskrant. De media zijn steeds meer de poortwachters, makelaars en regisseurs geworden van het openbare debat, ja zelfs van de naamsbekendheid en dus het publieke bestaan van individuen en instellingen. To be or not to be betekent tegenwoordig: wel of niet met je hoofd op tv. De media bewaken op deze manier de toegang tot de belangrijkste vorm van `eigendom' die in ons systeem van celebrity capitalism kan worden geaccumuleerd: het kapitaal van de erkenning of de roem. Geld en macht zijn steeds meer een gevolg van persoonlijke roem dan andersom. Er lijkt zich zelfs een nieuwe maatschappelijke tweedeling af te tekenen die de Bekende Nederlanders (BN) scheidt van de Onbekende (OBN). Die sterrencultuur is vanuit de vermaaksindustrie steeds meer doorgedrongen in andere domeinen zoals de sport, het bedrijfsleven, en de journalistiek.

Nu is er niets op tegen wanneer politieke actualiteitenprogramma's de trekken krijgen van een nieuwsshow, waarin de persoonlijke stijl en de deskundigheid van de presentator sterker op de voorgrond treden. Wat irritieert is dat de journalist zichzelf met zijn sterallures zo dwingend op de voorgrond plaatst dat het lijkt alsof hij de ware spreekbuis is van `het volk', terwijl zijn gesprekspartners alleen een partij- of deelbelang lijken te vertegenwoordigen.

Toen Loretta Schrijver tijdens het beruchte lijsttrekkersdebat in de Soundmixshow doorging met haar onbenullige weetvraagjes protesteerde Pim Fortuyn: ,,Ik hoef toch niet terug naar de schoolbanken, juffrouw?'' In een recent interview zei Wester daarover: ,,Politici moeten dat vaker doen. Loop weg als het je niet bevalt.'' In dit licht had Jan Marijnissen best een paar maal tegen Wester kunnen zeggen: ,,Effe dimmen jij!'' Dat had hem zeker enkele procentpunten naar boven toe gescheeld.

Dick Pels is socioloog.