IJsbloemen

Brand! Wat neem je mee als je binnen drie minuten je huis moet verlaten? Peter Yvon de Vries vergat zijn portemonnee, maar nam wel een vieze zakdoek mee.

Afgelopen zondagnacht werd ik om twee uur door barse brandweermannen uit bed gesommeerd. Drie minuten kreeg ik om mij in het donker aan te kleden, spulletjes te pakken en als de donder het pand te verlaten. Een politieagente, die naast hen zenuwachtig in de sneeuw stond te trappelen, riep: ,,Vergeet je bibliotheek maar! Hoppa meneer, wegwezen!'

Op straat was het een gewemel van brandweer- en politieauto's met ronkende motoren, zwaailichten, krakende radio's, hologige buren en nieuwsgierige buurtbewoners. Gelukkig werkte de straatverlichting. Een hoogwerker plukte gedecideerd een verward meisje uit een walmend dakraam. Zo had ik het pand, waarin ooit de Keuringsdienst van Waren huisde en dat nu is opgedeeld in veertien appartementen, niet eerder gezien: geblakerde ramen, zwarte brandslangen kronkelden door de duistere gangen, lichtbundels van zware zaklantaarns flitsten door verlaten kamers.

De burgemeester van Zutphen stond erbij en keek ernaar. ,,Komt u voor elke brand uw bed uit', vroeg ik. ,,Alleen als er mensenlevens op het spel staan, bent u een der bewoners?' Ik knikte. ,,Wist u dat de meterkast op de hoogste etage is ontploft?' Een rechercheur noteerde mijn gegevens in zijn zakboekje, schoot in de lach omdat ik mijn telefoonnummer niet wist. ,,Maar, eh... het is een geheim nummer en ik bel mijzelf nooit.'

Tegen drie uur werden de kleumende bewoners met taxi's naar de schouwburg gebracht. Na toespraakjes van de burgervader en de brandweerchef (,,Voorlopig kunt u niet terug in de woning') kwamen tijdens de koffie de verhalen los. ,,Heb jij X met de groene vingers gezien?' ,,Nee, die is 'm gesmeerd naar z'n ouders.'

Voor het eerst keek ik in mijn plastic tasje; had geen idee wat ik in nachtpaniek had meegegrist. Leesbril en Ventolin (luchtwegverwijder) en huissleutels, drie diskettes met een novelle, een vieze zakdoek en twee bedkastboeken (Forewords & Afterwords van W.H. Auden en Aspects of the Novel van E.M. Forster). Geen portemonnee, tandenborstel of paspoort.

Om vier uur arriveerde een jongeman die een coördinator van Stichting Salvage bleek: ,,Er zijn hotelkamers voor jullie geregeld, wie wil daar gebruik van maken? Vooralsnog gaat het om twee overnachtingen, inclusief ontbijt.' Allen staken hun vinger op. Om half zes lag ik te rillen en te trillen in een eenpersoonskamer van Hotel Inntel.

Ik zat 's middags in de lounge te lezen in Forsters komische beschouwing over round en flat characters, een abjecte, uit 1927 daterende indeling die vooral in leesgroepjes opgeld doet, toen een buurman vertelde dat ons pand door de politie was vrijgegeven. In een door Stichting Salvage betaalde taxi reden we terug naar het verbrande pand; onderweg leerde ik dat de slungel met de groene vingers stroom aftapte voor zijn wietplantage.

Niets aan de hand in mijn appartement, geen waterschade, geen brandgeur, slechts de elektrititeit ontbrak. Anders dan de anderen keerde ik niet naar het hotel terug, bleef als enige slapen, omringd door een dozijn waxinelichtjes en tientallen stearine kaarsen van fijne kwaliteit. De volgende ochtend zag ik voor het eerst in decennia weer schitterende ijsbloemen op mijn slaapkamerruiten.

Dankzij ongehoord veelvuldig bellen met energieleverancier NUON werd maandagmiddag de stroomtoevoer voor de appartementen op de begane grond, waarvan ik er eentje huur, hersteld en kon ik eindelijk de e-mail van mijn zusje openen: ,,Je hebt vast geen vuurpijlen of donderbussen afgeschoten, waar ben je trouwens? Vandaag is de verjaardag van onze moeder, eigenlijk ben ik wel benieuwd of je vaak aan haar denkt en wat je over haar denkt. Of je het nou leuk vindt of niet, je blijft mijn broertje, het jongetje waar ik vroeger veel op heb gepast. Nou ja, ik zeur maar wat.'