`Hooggerechtshof redt Israëlische democratie'

Het Israëlische Hooggerechtshof heeft de uitsluiting van twee Israëlische Arabieren als parlementskandidaat ongedaan gemaakt.

,,De elf rechters van het Hooggerechtshof hebben met hun lichaam de Israëlische democratie gered.'' In deze bewoordingen drukte vanmorgen het Arabische parlementslid Ahmed Tibi zijn waardering uit voor het besluit van het hoogste rechtslichaam in de joodse staat hem en anderen niet te diskwalificeren voor deelname aan de op 28 januari te houden algemene verkiezingen. ,,Ik ben trots op deze rechters'', zei vanmorgen ook professor Claude Klein, een rechtsgeleerde van de universiteit van Jeruzalem.

De elf rechters in Jeruzalem hebben vanmorgen inderdaad de democratie een grote dienst bewezen. Ze hebben met het kosher verklaren van Ahmed Tibi, zijn Arabische collega Azmi Bishara en de Arabische Balad-partij een golf van rechts populisme de pas afgesneden.

Tegelijk werd de populaire ex-chef-staf Shaul Mofaz, minister van Defensie in de regering-Sharon, door de rechters op zijn plaats gezet. De kiescommissie, een politiek orgaan dat uitmaakt wie aan de verkiezingen mag meedoen, verwierp eerder met grote meerderheid de opvatting van haar eigen voorzitter, rechter Chessin, dat Mofaz niet kieswaardig is. Chessin, die zich eveneens had gekant tegen de diskwalificatie van de Arabische parlementskandidaten, vond dat Mofaz niet voldeed aan de bij de wet vastgestelde afkoelingsperiode van een half jaar tussen zijn chef-stafschap en een potentiële parlementszetel. De rechters in Jeruzalem trokken vanmorgen één lijn met rechter Chessin.

In wezen heeft het Hooggerechtshof het Israëlische kiessysteem gezuiverd van politieke invloed, via de kiescommissie, op de toegang tot het parlement. Deze duidelijke principiële opstelling is in het bijzonder van groot belang voor de coëxistentie van de joodse meerderheid met de Arabische minderheid in Israël. Indien de rechters de besluiten van de kiescommissie zouden hebben bevestigd, zou er een onherstelbare breuk tussen beide gemeenschappen zijn ontstaan. Israëls Arabieren zouden waarschijnlijk in groten getale de verkiezingen hebben geboycot en nog krachtiger dan reeds het geval is achter de Palestijnse zaak zijn gaan staan.

Dat Tibi en Bishara het joodse karakter van de staat Israël betwisten en de Palestijnse terreur steunen waren voor de kiescommissie aangedragen en aanvaarde argumenten om tot diskwalificatie over te gaan. De rechters in Jeruzalem hebben kennelijk de bewijsvoering voor deze beschuldigingen te zwak geacht. Elyakim Rubinstein, de juridisch adviseur van de regering, had eerder de diskwalificatie van Bishara en de Balad-partij voor deelname aan de verkiezingen gesteund. Zijn geloofwaardigheid en bekwaamheid zijn door de rechters in Jeruzalem vandaag aan de kaak gesteld.

Terwijl het Hooggerechtshof de weg voor de twee Arabische parlementariërs heeft opengehouden kreeg in een evenwichtsmanoeuvre ook de ultrarechtse parlementskandidaat Baruch Marzel een politiek vrijgeleide. De opvatting dat hij de politiek voortzet van de verboden Kach-partij, die voor uitzetting van de Arabieren is, werd afgewezen.

Het Hooggerechtshof is al jarenlang het mikpunt van kritiek van de zijde van rechtse en orthodoxe krachten in de Israëlische politiek. Met wetgeving zijn deze er voortdurend op uit het gezag van het hof te ondermijnen. In dit gevecht tussen recht en politiek trekt het Hooggerechtshof in het bijzonder als het om principiële kwesties gaat aan het langste einde.