Hof VS: opsluiten zonder bewijs mag

Een federaal Hof van Beroep heeft gisteren bepaald dat de Amerikaanse regering voldoende bewijs heeft geleverd om een in de VS geboren strijder van de Afghaanse Talibaan voor onbepaalde tijd op te sluiten.

De uitspraak van het Hof is een belangrijke overwinning voor het Witte Huis. Het Hof heeft feitelijk bepaald dat een president in oorlogstijd het recht heeft Amerikaanse staatsburgers die worden beschouwd als vijandelijke combattanten op te pakken en voor onbepaalde tijd vast te zetten en zo iemand juridische bijstand te onthouden.

Advocaten voor Yasser Esam Hamdi hadden de rechtsgeldigheid van zijn detentie ter discussie gesteld. De 22-jarige in de VS geboren Saoediër werd eind 2001 in Afghanistan opgepakt na de Amerikaanse aanval op dat land. Sinds april verblijft hij in een militaire gevangenis in het Amerikaanse Norfolk, Virginia. Toegang tot juridische bijstand is hem geweigerd en er zijn geen aanklachten tegen hem ingediend. Amerikaanse burgerrechtengroeperingen hebben veel kritiek op die gang van zaken.

Maar het federaal Hof van Beroep in Richmond heeft nu unaniem bepaald dat het ongepast is dieper in te gaan op de rechtsgeldigheid van de detentie van Hamdi. Een federale rechter in Norfolk had in augustus bepaald dat de Amerikaanse regering meer bewijzen zou moeten leveren om de detentie van Hamdi te rechtvaardigen. Volgens het Hof evenwel gelden andere regels in oorlogstijd.

Minister van Justitie John Ashcroft noemde de uitspraak ,,een belangrijke overwinning voor de mogelijkheden van de president Amerikanen te beschermen ten tijde van oorlog''. Met het oppakken van ,,vijandelijke combattanten'' zou worden voorkomen dat ,,zij zich opnieuw bij de vijand voegen en de strijd tegen Amerika en zijn bondgenoten voortzetten''.

Elisa Massimino, directeur van het in de Verenigde Staten gevestigde Comité van juristen voor de rechten van de mens, zei in The New York Times dat het Hof met zijn uitspraak suggereert dat de Amerikaanse regering volledig vrij is in de manier waarop zij de oorlog tegen het terrorisme voert. Massimino vindt dat met name verontrustend omdat sprake is van ,,een niet verklaarde oorlog, met een open uitkomst waarvan het begin en het einde uitsluitend en alleen worden bepaald door de president''.