Historische passage wordt eigentijdse shopping mall

De Haagse Passage is de enige negentiende-eeuwse passage die Nederland nog heeft. Die moet weer het hart van winkelend Den Haag worden.

De Haagse Passage heeft een goed bewaard geheim. Als in een Russische pop zit er een nog kleinere passage verscholen. Maar die is al tientallen jaren niet meer toegankelijk. Eens maakte die deel uit van het Hotel du Passage, maar sinds de sluiting van het hotel in de jaren zeventig hebben slechts weinigen de kleine passage nog gezien. Nu is die nauwelijks meer dan een ruïne, en Hotel du Passage zelf is een muf spookhuis met afgebladderde verf aan de muren, gaten in de houten vloeren en overal sporen van de enige gebruikers: de duiven.

Maar binnen afzienbare tijd kunnen de Hagenaars ook de geheime passage weer bezoeken. De binnenruimte wordt onderdeel van een grote, nieuwe boekenwinkel van de Boekhandels Groep Nederland (eigenaar van onder meer Donner in Rotterdam en Scheltema in Amsterdam). Dit is onderdeel van de aanstaande, grootscheepse herstructurering van de passage door projectontwikkelaar Provast. Eerder ontwikkelde die het mediacentrum Hofweg 1 met café Dudok in het centrum van Den Haag.

Provast gaat de passage voor een groot deel in oude luister herstellen. Dat is hard nodig. Toen de passage in 1885 naar een ontwerp van Jan Christiaan van Wijk werd gebouwd, had deze twee armen zoals dat hoorde. Het dak van glasplaten in dunne, gietijzeren sponningen vormde een mooi contrast met de rijke, klassieke ornamenten van de gevels. Dit negentiende-eeuwse gebouwtype, de voorloper van het warenhuis en de huidige shopping mall, kende een bloei in landen als Engeland en Frankrijk, maar was in Nederland, dat zich een groot deel van die eeuw in een sluimertoestand bevond, een zeldzaam verschijnsel. Eerder was in 1879, ook naar een ontwerp van Van Wijk, een honderd meter lange passage gebouwd in Rotterdam, maar deze werd in 1940 vernietigd door Duitse bommen. Van Wijk had in 1882 ook een passage gebouwd in Zandvoort, maar ook die is allang van de aardbodem verdwenen. Nog niet helemaal verdwenen is de passage in Amsterdam tussen de Haarlemmerdijk en de Prins Hendrikkade, maar hier herinnert nu alleen nog een opschrift aan het feit dat dit eens een straat met een glazen dak was.

Dit maakt de Haagse Passage tot een uniek gebouw in Nederland. Gerrit Achteberg bracht er terecht een ode aan in zijn gedicht `Passage': ,,Den Haag, je tikt er tegen en het zingt / In de passage krijgt de klank een hoog / weergalmen en omlaag een fluistering / tussen de voeten over het graniet; / rode hartkamer die in elleboog.''

Maar uniciteit betekent nog geen vrijwaring van verminking. In 1929 werd de passage uitgebreid met een derde arm, niet in de rijke negentiende-eeuwse eclectische stijl, maar in een sobere Art Déco-stijl van begin twintigste eeuw. In de decennia hierna zijn de ornamenten in de oude armen vereenvoudigd of zelfs helemaal verdwenen. Ook de glazen koepel op het punt waar de drie armen bij elkaar komen, is na een aantal verbouwingen nog slechts een vage, grove echo van wat die ooit was.

Enkele jaren geleden verkocht de 's Graavenhaagsche Passage Maatschappij de passage aan Fortis Vastgoed. Provast is nu sinds 2000 bezig met de herontwikkeling ervan. Het ontwerp van architectenbureau Prins & Kentie voorziet in de restauratie van een groot deel van de passage in oorspronkelijke staat. De puien van de winkels, die nu een ratjetoe van vormen en stijlen laten zien, zullen in min of meer oorspronkelijke staat worden teruggebracht, evenals de vloer en een deel van de oude ornamenten. Ook de huidige, wat armoedige lampen worden vervangen en wat uithangborden betreft, zullen in de toekomst alleen nog gedistingeerde, passende exemplaren worden geduld. Onlangs is de verbouwing van het eerste pand in de passage begonnen.

Het tweede deel van de herstructurering van de passage betreft de inhoud. Na de verbouwing wil Provast ,,nieuwe gespecialiseerde winkels met een aantrekkelijk aanbod'', aldus P. Coffeng van Provast. Hiermee heeft hij niet ,,winkels in het absolute topsegment'' op het oog, maar ,,winkels die voor een brede groep interessant zijn, zoals Mandarina Duck, Shoebaloo, Armani en Oilily''. Ook is het de bedoeling dat er, naast het al bestaande Novotel in de nieuwe arm, weer een Hotel du Passage komt. Dit moet een ,,design viersterren hotel van honderd tot 125 kamers worden'', aldus Coffeng. Het hotel krijgt zijn ingang aan het Buitenhof en het restaurant van het hotel wordt ook toegankelijk voor het passagepubliek.

A. Akkerman, eigenaar van de bekende pennenwinkel die al tientallen jaren in de passage is gevestigd, staat gematigd positief tegenover de plannen van Provast. Hij is een van de enkele winkeliers die in de passage mogen blijven. ,,Ik moet optimist blijven'', zegt hij. ,,Nu staat een groot deel van de passage leeg. Om het eerste pand dat wordt verbouwd, staan nu schuttingen. Dat bevordert de loop ook niet echt. Ik zal geduld moeten hebben. Maar natuurlijk zal ik blij zijn als ik over enkele jaren word omringd door goede, mooie winkels. Alleen vraag ik me wel eens af of het allemaal zo rigoureus had gemoeten. Ik vind het jammer dat wij, de aandeelhouders van de Haagsche Passage Maatschappij, eens zijn uitgekocht. De Maatschappij beheerde de Passage goed.''

Het derde deel van de herstructurering van de passage raakt de omgeving. Een van de redenen waarom de passage nu niet floreert, is dat deze geen onderdeel is van een winkelcircuit, maar slechts fungeert als een doorgang. Daarom wordt in het gebouw waarin tot voor kort Marks & Spencer zat, een `nieuwe Haagse passage' gebouwd, zodat er een route ontstaat van de Grote Marktstraat via de passage, de Hoogstraat, de Venestraat en weer naar de Grote Markt.

De hele verbouwing, die gefaseerd zal gebeuren, moet over drie, vier jaar klaar zijn. Dan moet de oude passage het hart van een winkelgebied zijn en kan het unieke gebouw een nieuw leven beginnen als eigentijdse shopping mall.

    • Bernard Hulsman